EEN PSALM GEBED
1983-06-10
In onze artikelen over dr E. Schillebeeckx noemden wij zijn "psalmgebed", dat aan het eind van het boek "God is ieder ogenblik nieuw" werd afgedrukt. Vanuit onze lezerskring werd verzocht, dit gebed in ons blad op te nemen - temeer daar het een zuivere blik op deze theoloog geeft.- Jaargang 27
- nummer 23
Daar wij thans de nodige toestemming van de uitgever Amboboeken, Baarn, mochten ontvangen, geven wij het psalmgebed gaarne door.
Nog even dit.
Aan het slot van de 20 uren durende interviews stelde H. Oosterhuis enkele vragen aan Schillebeeekx over liturgie en gebed. De laatste antwoordde onder meer: "Gebed - en dat is toch mystiek, anders weet ik niet wat het nog kan zijn - gebed zonder sociaal engagement vervalt tot sentimentaliteit.
En sociaal engagement zonder gebed wordt grimmig, zelfs barbaars. Ik wil in de liturgie de eenheid van mystiek en engagement beleven, zoals ik ook in het politiek engagement de eenheid van stille bezinning en actieve inzet wil beleven".
Oosterhuis vroeg hem: "Spreek jij met God? Zoals een mens met zijn vriend?" Het antwoord luidde: "Ja, en daar heb ik nooit moeite mee gehad. Toen ik jong was anders dan nu, toen ging het vanzelfsprekend, met roomse blijheid.
Nadien is het wel critischer geworden.
Maar toch, dat naïeve gewoon met God spreken is gebleven. Ik denk ook dat je alleen óver God kunt spreken, als het spreken mét Hem voorafgaat".
Daarop volgde het verzoek, dit boek met een psalm te beëindigen.
Een psalmgebed
Zijt Gij alleen een God
die in de nabijheid is;
ook niet een God ver weg? (Jer. 23 : 23)
Gij zijt een verborgen God. (Jes. 45 : 15)
Of verbergt Gij voor ons uw gelaat,
om te zien hoe het ons dan vergaat? (Deut. 32: 20)
En toch:
Gij bedroeft en vernedert niet. (Klaagl. 3 : 33)
Gij laat U zoeken door hen
die niet naar U vragen,
Gij laat U vinden door hen
die U niet zoeken. (Jes. 65: 1)
Zoek ik U in de leegte? (Jes. 45: 19c)
Ik hoor wel: 'Ik, de Heer, meld u heil
en verkondig wat recht is (Jes. 45: 19d)
Maar, armen en misdeelden zoeken water
en het is er niet,
hun tong is van de dorst verdroogd. (Jes. 41: 17)
Hoe kan mijn ziel dan verstillen
om U, God, die mijn redding zijt? (Ps. 62)
Mocht Gij mensen vinden die recht doen! (Jes. 64: 4)
Dán kunnen allen wij zeggen:
Gij zijt onze God,
een bevrijder van mensen.
Gij hebt mijn roepen gehoord.
Gij hebt me verhoord en gezegd:
'Wees niet bang', (Klaagl. 3 : 57)
'Zie, iets nieuws ga Ik maken;
het is al aan het kiemen,
ziet gij dat niet?' (Jes. 43: 19)
Heer, ik geloof.
Kom mijn ongeloof te hulp. (Marc. 9: 24b)
En leer mij, arme dwaas,
Hoe dat ik bidden moet.
(G. Gezelle)