Het spreken van de kerk (2)
1982-02-05
De vorige keer eindigde ik met te zeggen dat als de kerk spreken moet dat alleen maar mag zijn in een eerherstel van de leer van de rechtvaardiging van de goddeloze, om Jezus' wil, zonder de werken. Dat vraagt enige nadere toelichting.- Jaargang 26
- nummer 5
De Here Jezus zendt de apostelen de wereld in met het bevel de vergeving der zonden te prediken. Dat staat te lezen bij alle evangelisten. Bij Mattheüs. In 28 : 19 "Gaat dan heen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes". Marcus zegt het zo: "Gaat dan heen in de gehele wereld, verkondigt het Evangelie aan de ganse schepping" (16 : 15, 16). En Lukas vertelt wat de Heiland aan de avond van de eerste Paasdag gezegd heeft: "En Hij zeide tot hen: "Aldus staat er geschreven,· dat de Christus moest lijden en ten derde dage opstaan uit de doden, en dat in zijn naam moest gepredikt worden bekering tot vergeving der zonden aan alle volken, te beginnen bij Jeruzalem" (24: 46, 47). En de laatst schrijvende apostel, Johannes, vertelt ons dat de Heer gezegd heeft: "Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend ik ook u. En na dit gezegd te hebben, blies Hij op hen en zeide tot hen: ontvangt' de Heilige Geest. Wie gij hun zonden kwijt scheldt, die zijn ze kwijtgescholden; wie gij ze toerekent, die zijn ze toegerekend" (20 : 21-23).
De apostelen ontvangen dus het bevel het Evangelie te verkondigen en hebben daaróm de macht zonden te vergeven of niet. Dat dient dus de inhoud van hun prediking te zijn. Dat dient de inhoud van álle prediking te zijn de eeuwen door. In de prediking van het Evangelie hebben we te maken met het laatste oordeel. Paulus leert ons daarom dat het werk van de prediking te vergelijken is met het werk van de heraut, die ter gelegenheid van de troonsbestijging van een koning, amnestie afkondigt in het rijk: Romeinen 10: 4-15. In het laatste oordeel om het horen, regulatieve vrijspraak van de goddeloze uit genade alleen. Het gaat in het laatste oordeel om het horen, regelrecht uit de mond van de Heer en Zijn apostelen, dat Hij ons ziet als hadden we nooit zonden gehad of gedaan, ja als hadden we zelf alle gerechtigheid volbracht, die Christus voor ons volbracht heeft. Publiek voor aller oor zal het te horen zijn dat de gelovigen niet tevergeefs naar deze genezende leer gehoord hebben. We zullen het horen uit de mond van Jezus èn Zijn apostelen.
Dat laatste wordt wel eens te veel vergeten. Maar het staat echt zo in het Evangelie. Zij zullen zitten op tronen om de twaalf stammen van Israël te richten. Mattheüs 19 : 28 en Lucas 24: 29, 30. In het oordeel zal het gaan over de vraag of we gebleven zijn bij de leer der apostelen.
Iets anders dan dit moet de kerk niet spreken in deze wereld. Want we moeten van niets anders weten dan van Jezus Christus en Die gekruist. Nu is tegenwoordig een veel gehoorde tegenwerking: maar wat moeten we met deze boodschap van de vergeving, van de verzoening door het bloed in een wereld die in het geheel niet van zonde weet? Men vraagt toch helemaal niet meer om vergeving. En: er zijn veel wezenlijker vragen aan de orde. Men vraagt niet meer of God wel genadig is, maar men vraagt of God wel bestaat. En als God bestaat, waarom is er dan zoveel onrecht in deze wereld?
Als God bestaat waarom werden er dan zoveel joden ter dood gebracht door Hitler?
En als God een God van genade is waarom is er dan zoveel lijden in deze wereld? En als God een God van recht is waarom leeft heel de wereld dan in de vrees voor de bom? En wat is de politieke en maatschappelijke consequentie van het Evangelie? Als die er niet is dan hoeft het Evangelie niet meer. Pas in zijn maatschappelijke uitwerking bewijst het Evangelie zich als bevrijdende boodschap. Zo zouden we nog een poos door kunnen gaan. Moet de kerk over al deze zaken en alle niet genoemde spreken? Nu het antwoord is ja en nee.
Het is ja, omdat de kerk nu eenmaal op elk serieus gestelde vraag moet ingaan.
Het is nee, omdat we op elke vraag maar één antwoord hebben. Elke vraag kan alleen maar beantwoord worden met de boodschap van de vergeving, met de verkondiging van de rechtvaardiging van de goddeloze. Dat is hét antwoord op álle vragen.
Als er andere antwoorden waren dan zouden ze wel in de Bijbel staan en dan zou de Heiland Zijn apostelen een andere opdracht gegeven hebben. Maar ze kregen maar één opdracht. Wij kunnen van dat éne niet meer maken. We mogen het ook niet, juist als we nog iets willen zijn in deze geseculariseerde wereld. Omdat de kerk niets anders heeft dan deze ene opdracht betekent dat in de eerste plaats dat er gepréékt dient te worden. En altijd met dezelfde boodschap. Het Woord Gods moet bediend worden, maar het kan en mag alleen maar bediend worden in deze wat men dan wel noemt soteriologische eenzijdigheid. Laten we niet bang zijn voor deze eenzijdigheid.
Laat deze eenzijdigheid ons een eer zijn. Ik vermoed dat daarom - wil dit Evangelie nog weer gehoor vinden - binnen de kerk in de prediking iets veranderd moet worden. De leegloop van de kerken behoeven we niet alleen bij onszelf te zoeken. De weglopers hebben niet altijd gelijk en de blijvers niet altijd ongelijk. Maar er is te veel over "onderwerpen" gepreekt om het zo eens te zeggen. En daarmee verworden veel predikers tot wat J. H. de Groot in een gedicht genoemd heeft "verwaten wauwelaars". Om het iets vriendelijker te zeggen: de prediking is vaak te veel verbalisme geweest. Als we in de preek niet steeds gesteld worden voor de rechterstoel van Gód, dan is het merg en de pit eruit.
God spreekt goddelozen vrij. Hij reinigt melaatsen.
Verlorenen worden gered. Daarom dient altijd dat oordelend en vrijsprekende Woord te horen zijn. Het is niet goed als de prediker de ene keer over het zoveelste gebod preekt, de andere keer over de doop of over de vrede. Zeker al deze zaken en al het andere dat in de Bijbel genoemd wordt dient ter sprake te komen. Maar het dient altijd ter sprake te komen in de leer van de rechtvaardiging van de goddeloze uit genade alleen zonder de werken. Of er nu over Abraham of Simson wordt gepreekt, over Petrus of Judas, als het toch niet is verkondiging van de vrijspraak, dán is het verbalisme. Soms heel leuk om te horen. Vaak heel interessant. Maar niet echt wat het zijn moet. Zodra men van deze regel weg gaat en ergens anders over spreekt dan gaat het mis. Ik vind zelf dat een van de predikers uit het verleden die zich het meest aan deze regel heeft gehouden dr Herman F. Kohlbrügge is geweest. Maar zelfs Kohlbrügge valt als prediker volledig door de mand als hij zich b.v. met politiek gaat bemoeien. De baarlijke onzin die hij dan verkondigt! Ik ben iemand die meent veel van Kohlbrügge geleerd te hebben. Ik heb veel aan hem te danken. Zijn nagedachtenis moge in ere zijn onder ons. Maar de preken die hij hield tijdens de Frans-Duitse oorlog zijn snorkende missers. Hij zag er niets van. Van wat er werkelijk aan de hand was. In tegenstelling met Groen van Prinsterer (zie W. Aalders, Theocratie of ideologie). Nu als zulk een man door de mand valt als hij zich verwijdert van wat een preek echt dient te zijn, hoe veel te meer dienen mindere predikers bang te zijn iets anders te leren.
Hoewel bij Kohlbrügge het Woord het wint van zijn eigen onzin, als hij weet te zeggen "Mijne geliefden, het is duizendmaal gemakkelijker om dag en nacht te marcheren, op de voorpost te staan, met het zwaard erop los te slaan, dan op God te vertrouwen, en van heler harte als een arm, verloren mens voor zichzelf en zijn kinderen God aanroepen". Zijn de kerken soms ook daarom leeg gelopen omdat men de hoorders van het Woord lastig viel met andere zaken dan waarvoor je in de kerk komt? Ik heb eens iemand gesproken die weg bleef uit de samenkomsten. Toen ik hem vroeg waarom antwoordde hij dat hij zelf de krant wel kon lezen en dat hij daarop het commentaar van de dominee niet nodig had. Als we niet gesteld worden voor de levende God, die oordelend spreekt tot ons, waarom zouden de mensen dan ook nog komen? Is wellicht daaruit ook het verschijnsel te verklaren dat aan de rechterzijde van de Gereformeerde Gezindte het kerkbezoek beter is dan elders. Is niet het kerkbezoek bij predikanten van de Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk beter dan in de middenorthodoxie? Komen de Christelijk Gereformeerden niet meer dan de Nederlands Gereformeerden? En zou het niet liggen aan het loslaten van déze leer dat de Gereformeerde Kerken synodaal zo snel vervallen zijn naar het nieuwe modernisme? Daarom moeten we ook niet zeggen dat er wezenlijker vragen aan de orde zijn in deze tijd dan de vraag naar de verzoenende God. Er wordt niet gevraagd om de vergeving, zo zeggen we. Dat is vaak maar al te waar. Maar ook de apostelen moesten een wereld binnen gaan, beginnende bij Jeruzalem, die niet vroeg om vergeving. Misschien om andere redenen dan nu, maar er werd niet gewacht op de boodschap, die de apostelen brachten. Jezus Christus is dan ook niet de vervulling van 's werelds hoogst verlangen. Dat zingen we wel, maar het is niet waar. De wereld wacht er niet op.
Toen niet. Nu niet. En in een na-christelijke tijd is dat heel erg. Maar we kunnen de boodschap niet veranderen. Paulus gaat in Athene ook niet in op de diepe vragen van Grieks denken of zo iets, maar hij spreekt voor de geleerden van die tijd over een toekomstig oordeel. Hij heeft ook geen 'respect' voor hun godsdienstigheid, maar vertelt hen dat God niet gediend is van hun 'vrome' inspanningen. God zal eenmaal rechtvaardig oordelen. En in Jezus is er ontkoming aan dat oordeel.
De vraag naar het bestaan van God, de vraag naar de wijsheid van Gods bestel in deze wereld en in ons leven, ja alle vragen uit de diepten, alle schreeuwen te midden van alle pijnen vinden hun antwoord in één andere vraag. Die van Jezus, toen Hij aan het kruis hing en riep "mijn God, mijn God waarom hebt Ge Mij verlaten?" Toen heeft God 'bewezen' dat Hij rechtvaardig is en daarin met ontferming bewogen. Als Job rebellerend God voor zijn rechtbank wil dagen, wordt door de HERE de zaak toch weer omgekeerd - Job ten heil. De vraag voor alle bedillers van de Almachtige vinden toch alleen antwoord in de vraag: hoe ben ik rechtvaardig voor God? En niet in: hoe is God rechtvaardig voor mij? In de leer van de rechtvaardiging van de zondaar staan wij voor Gods rechterstoel en kunnen alleen maar onze Rechter om genade bidden. In deze prediking breekt zich de nieuwe wereld baan. Want wie in Jezus Christus is, is een nieuwe schepping. In de theologie is er een 'probleem'. Dat is de vraag of de apostelen en de eerste gemeenten door hen gesticht, een snel weerkomen van de Heer hebben verwacht en of Paulus dat eerst ook deelde en later daarop een correctie moest aanbrengen, 2 Thess. 2. De vraag van de Nah-Erwartung heet dat dan. Het is een misverstand. Want in de verkondiging van het Evangelie hebben we te maken met het oordeel van de Heer. Met het laatste oordeel.
Daarom ook met de laatste ernst. Dat oordeel komt tot ons in de prediking! Dat hoeft echt ook niet te ontaarden in schrikaanjagende advertenties op stations. Maar als dit besef weg gaat dat we uit genade behouden worden, als we het vanzelfsprekend vinden dat we behouden worden, dan zijn we vreemd bezig. Het meeste van wat ik gezegd heb de laatste weken is al eerder door mij gezegd. Het is vaak welsprekender gezegd door anderen. Maar het vindt weinig gehoor. Het heeft er de schijn van dat de christelijke kerk, de eeuwen door, alleen maar bij tijd en wijle eerbied heeft voor het feit dat Jezus Christus vanuit de hemel regelrecht de dertiende apostel Paulus toevoegde aan de twaalf. En dat juist deze dertiende ons - meer dan welke andere apostel en Bijbelschrijver ook - duidelijk gemaakt heeft wat het Evangelie van het Koninkrijk betekent voor verloren zondaren. Pas als we de belangrijkste gebeurtenis na Pinksteren uit de kerkgeschiedenis - Paulus' roeping - ook blij en eerbiedig gaan erkennen, pas dan hebben we zicht op het Evangelie. Paulus en Jezus. Een veelbesproken thema. In de theologie. Maar een weinig erkend thema in de prediking. Pas in het eerherstel van de eenzijdigheid van de apostolische opdracht is er een woord voor de wereld. Door mensen, die zelf heben leren beven voor God en die zeer verrukt elke keer weer lezen, horen, naar deze oude boodschap.