Voorbede
1982-02-05
Onder de voorgangers in onze kerken is er duidelijk een diep geworteld gebruik: ’s zondags te bidden voor de overheid. Het is maar zelden dat het gebed voor de Koningin en alle regeerder ontbreekt. Een goede zaak. Men is duidelijk gehoorzaam aan wat de apostel Paulus ons geboden heeft in 1 Timotheüs 2: 1 v.v. Men weet te doen wat Petrus zegt: vreest God, eert de keizer. In een tijd waarin het Westen meer de kiezer wordt geëerd dan de keizer is het goed dat de gehoorzaamheid aan dit apostolische vermaan in onze gemeenten gevonden wordt. Maar wat me als hoorder opgevallen is de laatste jaren, is dat veel voorgangers menen dan ook te moeten bidden voor de bekering van de overheidspersonen. Nu zal ik niet ontkennen dat ook zij bekering van node hebben. Zeker de groten der aarde worden in de Bijbel gewaarschuwd. Psalm 2. Maar dan moet het wel concreet zijn. In de oorlog bad wijlen ds. R.E. van Arkel in Utrecht eens om de bekering van Hitler. En hij had de vrome moed om ook te vragen “bekeer hem, Here en zo niet vernietig hem”. Zo mag de kerk wel bidden. Met de laatste ernst van hemel en hel. Maar het is toch wel goed vast te stellen dat Paulus aan Timotheüs niet zegt te bidden voor de bekering van de keizer en alle hooggeplaatsten. Wij moeten vragen om bekwaamheid voor de regeerders, opdat zij door hun wijze van regeren zorg dragen voor het stille en geruste leven, waarin de prediking van het Evangelie ongestoord kan plaatsvinden, zonder gestoord te worden door oorlog of burgeroorlog.Het is een gebed tot God om rechtszekerheid.- Jaargang 26
- nummer 5
Het gaat niet om wat de overheidspersonen in zich zelf zijn, of zij in rechte verhouding tot God staan, maar we vragen om de rechte bediening van het overheidsambt.
Wie dat ambt ook moge bekleden. We hoeven niet te vragen in de publieke samenkomst van de gemeente of minister Den Uyl moge terugkeren tot het pad der vaderen, hoe fijn dat ook zou zijn en hoe zeer we dat wensen. We hoeven niet te vragen of Meindert leerling moge wegblijven bij Sonja, hoe gewenst dat ook is. We hoeven niet te bidden of de christenen zich niet laten vinden bij Z.I. en bij welingelichte kringen of welke kringen of welke andere samenrotting van spotters er ook moge zijn. Dat kan allemaal particulier. Dat moet wellicht meer particulier. Ik vrees dat er een oude doperse doling zit achter dat publieke gebed om bekering. Dat is deze: dat alleen christenen goede regeerders kunnen zijn. Het stille en geruste leven wordt niet alleen gewaarborgd door christenen. God dank niet! Paulus zal wel niet aan de mogelijkheid van een christenkeizer gedacht hebben. En Petrus vermaant ons de keizer te eren als onderdeel van ons leven als vreemdeling. Vreemdelingen hebben het niet voor het zeggen. Dat behoort bij het vreemdelingschap. De gemeente des Heren moet ook niet naar macht streven. Die is ons niet beloofd. We hebben wel macht. Dat is de macht van ons gebed. Het gebed van de kerk die de uwe is. We hebben wel een taak. Dat is de prediking van de vergeving der zonden. De Here Jezus Christus wil Zijn macht bewijzen alléén in de boodschap van de rechtvaardiging van de goddeloze uit genade alleen, zonder de werken. En verder: met onze macht is het niets gedaan. Het gebed om de bekering van personen is een andersoortig gebed dan het ambtelijke gebed voor de overheid.