Het Liedboek
1981-06-26
LIED 93 - Jaargang 25
- nummer 25
Afgezien van enkele schoonheidsfoutjes ("scherpe schade", strofe 4 ende weinig fraaie eerste vier regels van strofe 6) is dit Lied een goede weergave van het aangegeven Schriftgedeelte (al is strofe 6 weliswaar een meer vrije bewerking) en "is het bijzonder geschikt voor de Paastijd"
(Comp.) Als melodie koos de dichter de "bijzonder bazuinachtige wijs van Psalm 107" (Comp. 297).
Tekst: 3; melodie: 3.
LIED 94
In dit Lied is de aangegeven Bijbeltekst niet te herkennen, daarvoor is er een teveel aan vrije meditatie in verwerkt. De dichter zegt er trouwens zelf van: "Ik wil niet zeggen dat deze tekst de berijming is van Gal.
3 : 16-22, wel, dat ik met die bijbeltekst voor mij, daarover mediterende met de wijs van Psalm 110 in mijn hoofd, tot deze strofen kwam". (Comp. 299) De tekst is echter in de weergave van allerlei gedachten o.i. vrij rommelig en daardoor als kerklied niet erg geslaagd. De melodie is (in afwijking van die welke de dichter voor ogen stond), die van Psalm 12. "De markante intervallen maken dat de melodie niet zo gemakkelijk zingbaar is" (Comp. 300).
Tekst: strofe 1: 1; 2 t/m 4: 2; melodie: 3.
LIED 95
Dit Lied is een behoorlijk duidelijke weergave van de aangegeven bijbeltekst (Ef. 3 : 14-21). Een opvallend verschil is gelegen in het feit dat het in het Lied gaat om een gebed aan de gemeente, terwijl de Efezepericoop spreekt van het gebed van de apostel voor de gemeente. "Uiteraard zal men dit lied heel geschikt kunnen zingen in de tijd rond Pinksteren"
(Comp. 301).
De melodie is die van Psalm 56, een "vrolijke en toch ingetogen melodie, die zowel de gebedstoon van strofe 1, de toon van geloofszekerheid en verbondenheid van strofe 2, als die van de doxologie (lofzegging) in strofe 3 uitstekend tot uitdrukking kan brengen" (Comp. 301).
(In sommige uitgaven van het Liedboek staat ten onrechte een rust aan het einde van regel 7.) Tekst: 3; melodie: 3.
LIED 96
"In de berijming is getracht de beeldspraak van de apostel strofe na strofe volledig recht te doen", aldus de dichter van dit Lied (Comp. 302). Naar onze mening is deze opzet behoorlijk geslaagd, zodat de beelden met hun betekenis goed tot hun recht komen.
De melodie is weliswaar onbekend, maar zodanig dat de moeite genomen moet worden haar te leren.
Tekst: 3; melodie: 3.
LIED 97
De mededeling van de dichter dat dit Lied geen getrouwe weergave biedt van Paulus' woorden in Filipp. 2 : 5 tot 11 is inderdaad juist, maar dit neemt niet weg dat de essentie van dit Schriftgedeelte o.i. wel .voldoende getroffen is. (Opmerking: het is niet duidelijk waarom aan het einde van strofe 2 een komma staat).
De melodie is waard om aan het leren er van enige oefening te besteden.
Tekst: 3; melodie: 3.
LIED 98
De tekst van dit Lied is een goede weergave van het aangegeven Schriftgedeelte (Filipp. 4 : 4-6), al is er weliswaar het beeld van de ballingschap aan toegevoegd. (Ontleend aan Psalm 85 : 2 volgens de. dichter.) De uitdrukking in strofe 3: "redelijk verstand" lijkt ons niet gelukkig gekozen en zou beter kunnen worden vervangen door "menselijk verstand". De melodie doet wel wat gewrongen aan en is daardoor voor de kerkzang niet erg geslaagd.
Tekst: 3; melodie: 2.
LIED 99
Bij dit Lied wordt vermeld dat het gemaakt werd "bij 1 Thess. 4 : . 1-12", maar het valt bij dit Bijbelgedeelte niet aan te passen. Daarbij zou het eerder moeten worden aangemerkt als een spelen met woorden en uitdrukkingen zonder enig verband en hier en daar als een onduidelijke rijmelarij. (b.v. strofe 3: allen die geloven "kiemen uit zijn graf, zij bloeien uit zijn wonden".) De melodie is niet bepaald interessant, maar wel bruikbaar.
Tekst: 1; melodie: 3.
Correctie: De beoordeling van de tekst van Lied 91 is abusievelijk met het cijfer 1 aangeduid. Het juiste cijfer is: 3.
A. t.a.v. de tekst der liederen:
het cijfer 1 bij niet voluit Sohriftuurlijke tekst, b.v, vanwege het humanistisch karakter of door een sterk piëtistische inslag; het cijfer 2 bij een weliswaar Schriftuurlijke, maar niet direct begrijpelijke, en aanspreekbare tekst; het cijfer 3 als de tekst volkomen Schriftuurlijk en zonder meer verstaanbaar is.
B. t.a.v. de melodie der liederen:
het cijfer 1 voor een niet-aanvaardbare melodie; het cijfer 2 voor een onbekende melodie die na enige oefening, eventueel met behulp van een koor, door de gemeente wel te zingen is en voorts ook voor een melodie die niet bepaald tot "de beste" behoort; het cijfer 3 voor "een goede" melodie, geschikt voor de gemeentezang.