Wees eerlijk over tijdsbesteding

2011-11-11
  • Jaargang 55
  • nummer 22
Een gesprekje uit duizenden: ‘Hoe is het met jou? Nou ja wel goed. Druk, druk, druk, hé.’ In ons spraakgebruik staat het woord druk soms voor actief of succesvol bezig zijn. En tegelijk proef ik in de uitdrukking ‘druk, druk, druk’ toch ook iets van onvrede, soms gestileerde onvrede. Iets van verlangen naar een leven dat minder jachtig en hectisch is. Om met Willem Barnard te spreken, verlangen naar meer ‘rust en duur’ en ook ‘zin en samenhang’ in het bestaan (Gezang 225:2).

Maar waar komt dat gevoel van druk zijn vandaan? Zijn we echt zo druk?
Een recent onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) lijkt eerder het tegendeel te zeggen. Vergeleken met andere Europeanen zijn wij in Nederland relatief weinig tijd kwijt aan verplichtingen, zoals werk en studie.
Met gemiddeld ruim vier uur ontspanning per dag horen we in Europa bij de koplopers in vrije tijd. Terecht wijzen de onderzoekers van het SCP erop dat ‘tijdsdruk ervaren’ en ‘het druk hebben’ niet noodzakelijk corresponderen. Maar waar komt het gevoel van druk zijn dan vandaan?

Even dit, even dat
Het onderzoek wijst op de versnippering van onze tijd, ook buiten het werk. Mensen vullen hun vier uur vrije tijd per dag in met veel verschillende, kortstondige activiteiten: even tv-kijken, even surfen, even sporten, enz. Daarbij komt nog, denk ik, dat het enorme aanbod hoge verwachtingen schept. Dankzij de welvaart zijn er veel mogelijkheden om te ontspannen.
We gaan vaak op vakantie, zitten lang in de auto voor familiebezoek en rijden heen en weer voor de clubs van de kinderen. Maar met welvaart koop je geen extra tijd. En dus ervaren we ook onze vrije tijd als druk.

(Te) bezig voor de kerk?
En hoe speelt tijdsdruk een rol in de gemeente? In veel gemeentes is het elk jaar weer een hele puzzel om vacatures in de kerkenraad in te vullen.
Nog los daarvan is er vrijwel continu een zoektocht gaande naar nieuwe commissieleden en groepsleiders.
Niet zelden haken mensen af omdat ze aangeven geen tijd te hebben. Bovendien is het de klacht van veel predikanten en kerkelijk werkers dat zij hun taak in de kerk als druk en intensief ervaren. Hoe komt dat? En wat valt eraan te
doen?

Schrikken
Eerst maar eens iets over die predikanten en kerkelijk werkers. Volgens Marieke Jellema, die onder andere werkt als predikantencoach en betrokken was bij het LV-rapport Predikantsprofiel, is tijdsdruk wel degelijk een belangrijk aspect voor predikanten.
In haar coachingspraktijk maakt zij vaak een optelsom van de werkzaamheden die voorgangers verrichten.
‘Daar schrik je gewoon van.’ Voor veel predikanten is het normaal om wekelijks twaalf tot dertien dagdelen te werken. In periodes van drukte wordt dat nog meer. ‘Wat vinden we normaal?,’ vraagt de Apeldoornse coach zich hardop af. Ze adviseert predikanten om de optelsom van hun uren met de kerkenraad te bespreken.
Het is vaak goed mogelijk om de werkdruk te verminderen, bijvoorbeeld door de voorganger vaker te laten ruilen als het gaat om de kerkdiensten.

Thuiswerkers
Naast de tijdsfactor wijst Jellema ook op het feit dat de meeste predikanten vanuit huis werken. Dat maakt het voor hen moeilijk om echt vrije tijd te creëren. ‘Je kunt niet de computer aanzetten zonder aan werk te denken.’ Ze adviseert daarom dat de predikant een duidelijk afgescheiden werkplek heeft, met een aparte computer en telefoonlijn.
Zo is het mogelijk om de deur naar de werkplek letterlijk achter je dicht te trekken.

Ook vraagt Jellema aan predikanten: ‘Waar krijg je energie van?’ Naast de tijdsfactor is het namelijk heel belangrijk om dingen te doen die energie geven. Ze ziet dat voorgangers vaak ‘leeglopen’ op specifieke aspecten van het werk die veel energie vragen, zoals het omgaan met conflicten of spanningen.
Daarom vindt ze het belangrijk dat een predikant activiteiten onderneemt waarmee hij zich kan ‘opladen’ in geestelijk, sociaal, emotioneel en fysiek opzicht. Dat kan op allerlei manieren: door de stilte op te zoeken, of juist door sport of sociale contacten. ‘Ken jezelf,’ adviseert Jellema.

Al die andere werkers
Coach Arine Brouwer – voor de STAGG actief als toeruster van kerkenraden en gemeentes - heeft een vergelijkbaar advies voor andere werkers in de kerk. Ook zij benadrukt dat iedereen zijn eigen mogelijkheden en begrenzingen moeten kennen, juist op het gebied van de beschikbare tijd.
‘Durf eerlijk te zijn.’ Zij signaleert dat mensen vaak bedanken voor een functie in de kerk met als argument dat zij er geen tijd voor hebben. Maar eigenlijk heeft bijna niemand een duidelijk beeld van de tijd die nodig is om bijvoorbeeld ouderling te zijn.
Aan de andere kant ziet zo ook het gevaar dat mensen zich snel overschatten en niet goed aangeven dat ze tijd te kort komen.

Wat heb ik te bieden?
Brouwer pleit daarom voor eerlijkheid en openheid rondom het onderwerp tijdsbesteding. En dan niet alleen voor functies in de kerkenraad, maar gemeentebreed. Ze zou willen dat alle gemeenteleden, ook jongeren en ouderen, zichzelf de vraag stellen: ‘Wat heb ik in de aanbieding voor de gemeente?’ Zo’n vraag helpt om de Bijbelse gedachte van de gaven binnen het lichaam concreet te maken. Als ieder gemeentelid weet wat zij kan geven voor de gemeente, ook qua tijd, dan wordt de stap naar een specifieke taak minder groot. Iemand kan dan bijvoorbeeld concreet aangeven: ‘Ik kan twee avonden besteden voor de gemeente.’ Of: ‘Ik kan vijf adressen bezoeken.’ Wij maken zelf die afweging, maar daarbij is het goed om te letten op signalen van Gods kant.
Een positief effect van zo’n open benadering kan zijn dat de betrokkenheid bij de gemeente toeneemt. Wie gevraagd wordt naar zijn inzet voor Gods gezin, weet zich daarin opgenomen en gezien. Dat is van belang, bijvoorbeeld voor ouderen die het gevoel kunnen krijgen dat ze in de gemeente op een zijspoor zijn gekomen.

Mogelijkheden
Eerlijkheid is een rode draad in de woorden van zowel Marieke Jellema als Arine Brouwer. Durf eerlijk te kijken naar je mogelijkheden en grenzen in tijdsbesteding.
Eerlijk kijken naar je mogelijkheden.
Juist als christen is dat een uitdaging.
Omgeven door een overmaat aan input en opties is de verleiding groot om al zappend of surfend tijd te verdoen.
Tijd waarin we ook God hadden kunnen zoeken in stilte, of iets hadden betekenen in de gemeente bijvoorbeeld.
De tijd die God geeft biedt ons de mogelijkheid om in zijn dienst en tot zijn eer te leven. Don’t waste your life, zo luidt de prikkelende titel van een boek van John Piper.

Let op de grenzen!
En tegelijkertijd: Eerlijk je grenzen onder ogen zien. ‘Mijn tijden zijn in Gods hand,’ zegt Psalm 31. Ook al gaat het in de setting van deze psalm vooral over onze levenstijd van wieg tot graf, het beeld laat zich vertalen naar de kleinere schaal van dagen en uren. In de ratrace van het leven is er Eén die van ‘mijn uren en mijn tijd’ afweet en deze draagt. In zijn hand blijken onze tijd en mogelijkheden beperkt te zijn. Maar juist daarom mogen wij ontspannen doen wat onze hand vindt om te doen.

Daniël Timmerman is NGK-predikant in Breukelen en medeauteur van het weblog predikantenpraktijk.
wordpress.com.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief