Bijbelgebuik het gezin (II)
1981-07-03
Het gezin met kleine kinderen- Jaargang 25
- nummer 26
Ouders staan ten opzichte van hun kinderen in een voortdurende onderwijzende positie. (Zie het vijfde artikeltje.) Zij hebben daarin een drieledige taak:
a. Het aanbrengen van bijbelkennis bij hun kinderen.
b. De kinderen onderrichten in de omgang met de Here God.
c. Het leren toepassen van Gods Woord in het dagelijks leven.
De godsdienstige ontwikkeling van het kleine kind is voor het grootste deel afhankelijk van de woorden, houding en daden van de ouders.
Het beeld, dat het kind in de prille jaren van de Here God heeft, wordt gevormd door hetgeen zijn ouders vertellen over Hem en door hetgeen het kind ziet van de omgang van zijn ouders met God. Daarmede wordt de basis gelegd voor de religieuze ontwikkeling in latere jaren.
Bij de opvoeding behoort er geen verschil te zijn tussen datgene wat de opvoeder leert en wat hij doet, tussen zijn woorden en daden. Dat wat een ouder leert over God, dient voor het kind zichtbaar te zijn in het leven van zijn ouders. Dit geldt in het bijzonder voor de baby en de peuter,die weinig kennis en ervaring hebben en wier belevingswereld zich bijna geheel afspeelt binnen de kring van het gezin; daarom moet de concretisering van wat hen geleerd wordt plaats vinden in de besloten wereld van het gezin. Als ouders tegen hun kind over God als de hemelse Vader spreken, maakt het zich van Hem een voorstelling als van zijn eigen vader, omdat die persoon voor dat kind inhoud aan het begrip vader geeft. Duidelijk vloeit hier uit voort, dat aanvankelijk de vader voor het kind beeld van de Here God is. Het kind leert de inhoud van de begrippen als liefde, vergeving, gehoorzaamheid, dankbaarheid door de manier waarop de ouders in de praktijk van elke dag in het kleine wereldje van het kind deze begrippen tot leven brengen. Het gegeven voorbeeld bepaalt voor een groot deel de visie die het kind op latere leeftijd op veel zaken heeft. In dat licht gezien, begrijpen we het antwoord van een paedagoog op de vraag van een moeder of de tijd was gekomen om aan de godsdienstige .vorming van haar kind te beginnen, nu het vier jaar was. Het antwoord van de deskundige luidde: "Mevrouw, dan bent u al vier jaar te laat."
Het leren omgaan met de Here en het toepassen van Gods Woord gebeurt bij de kleintjes voornamelijk door het voorbeeld van de ouders.
Voor het aanbrengen van bijbelkennis dient tijd en gelegenheid gemaakt te worden.
Bijbelkennis bij kleintjes
Voor de allerkleinsten hebben ouders het meeste profijt van een boek met bijbelse platen of tekeningen. Peuters zijn meestal dol op plaatjes kijken en dat garandeert hun belangstelling voor het verhaal, dat erbij verteld wordt. Het is niet zo belangrijk, dat er technisch goed en boeiend wordt verteld, (dit tot troost voor de meeste ouders), belangrijker is het, dat er verteld wordt en ook dat er bijbelgetrouw wordt verteld. Zoals elke vader of moeder allerlei bijzonderheden weet te vertellen over de dieren of figuren uit het prentenboek van het kind, zo kan ook elke christenouder bij een plaatje vertellen, hoe Jozef in de put kwam of hoe Jezus de lamme man genas. Het vertelde verhaal, hoe stuntelig ook weergegeven, maakt meer indruk dan een voorgelezen verhaal.
Het is wel belangrijk, dat er bij het vertellen niet gefantaseerd wordt, maar dat er verteld wordt, wat de Bijbel leert. Het beeld van God, dat het jonge kind door de verhalen zich vormt, kan bepalend zijn voor het geloof van het kind in het verdere Ieven; daarom moet het overeenstemmen met het beeld, dat de Bijbel van onze Here God geeft. Prof. Van Niftrik schreef een kort eenvoudig boekje over deze materie onder de titel "Het geloof der kinderjaren in de branding van het latere leven".
Hij betoogt daarin dat veel kinderen bij het volwassen worden hun geloof verliezen, omdat het een geloof was in een god, die niet bestaat, namelijk ineen door de opvoeders gegeven foutief Godsbeeld.
De bekende godsdienstpaedagoge, dr Klink, citeert in haar boeken ook vele uitspraken van kinderen, die getuigen van een volkomen verkeerd of niet begrepen beeld van God. Het is zaak er steeds attent op te zijn, niet een eenzijdig of gefantaseerd beeld van God voor de kinderen te tekenen.
Vertelboekenen kleuterbijbels
Zeer geschikte boekjes om uit te vertellen aan de allerkleinsten zijn de bekende vierkante boekjes met de primitief aandoende platen van het Nederlands Bijbelgenootschap "Wat de Bijbel ons vertelt". Er zijn reeds 28 deeltjes verschenen, zodat er heel wat te vertellen valt. Helaas zijn zé niet zo goedkoop, maar misschien kunnen we iets doen voor elkaar door onderlinge ruil of leen. Ook zijn ze in veel bibliotheken te krijgen.
Veel ouders zullen tussen het derde en vierde jaar van hun kind overgaan tot de aanschaf van een kleuterbijbel.
De groter wordende kleuter is toe aan meer informatie en uitgebreidere verhalen dan de meeste ouders in hun vertellingen van elke dag kunnen geven. Een goede kleuterbijbel is een uitstekend hulpmiddel voor het dagelijks onderwijs aan de kleintjes. Daarbij moet men wel bedenken, dat het voorlezen nooit het gesprek over het verhaal mag verdringen. Door met het kind te praten over datgene, wat voorgelezen is, weten we of het begrepen is, wat indruk gemaakt heeft en hoe het kind het ervaart. Het zal hem helpen het gehoorde goed te verwerken.
Nogmaals wijzen we erop, dat het belangrijk is, dat het vertellen uit de Bijbel of het voorlezen uit de kinderbijbel aan tafel gebeurt in aanwezigheid van de andere gezinsleden, zodat het duidelijk een gemeenschapsgebeuren is. Gezamenlijk de (kinderbijbel lezen, erover spreken, Gods lof zingen en bidden is van een geweldige invloed op de geestelijke ontwikkeling van het kind.
Helaas zijn er op de Nederlandse markt niet veel goede kleuterbijbels.
Naar ons oordeel zijn de volgende het kopen waard: "Kleutervertelboek voor de Bijbelse geschiedenis" van Anne de Vries.
"Bijbelse Vertellingen voor onze kleintjes" van W. G. van der Hulst.
"Kleuterbijbel" van Evert Kuijt.
(Niet zo boeiend verteld en te moeilijk voor de kleuters, meer geschikt voor 5-8 jaar.) "Bijbelse Verhalen voor jonge kinderen" van D. A. Cramer-Schaap, (Leuk verteld maar soms niet helemaal juist, zal steeds kritisch voorgelezen moeten worden.)