Jezus alleen (Matteüs 14:22-33)
2011-11-11
Ik wil best geloven dat Jezus machtig genoeg is om mij overal doorheen te loodsen. Maar eerlijk gezegd ontzinkt mij toch af en toe de moed. Eerlijk gezegd ben ik soms ongeloviger dan ik zou willen.- Jaargang 55
- nummer 22
De geschiedenis van de storm op het meer. Met Jezus die over het water loopt. Ze moeten alvast naar de overkant terwijl Hij de mensen zal wegsturen na het broodwonder (daarna ging Hij de berg op om te bidden, staat er).
‘Jullie kunnen best alleen gaan. Ik kom later wel.’ ‘Ja, maar Heer, aan de overkant is het niet veilig. Daar is het domein van Herodes.’ ‘Je moet toch maar gaan, vertrouw maar op Mij.’
Alleen naar de overkant
En daar gaan ze. Waarschijnlijk met frisse tegenzin. En dan tot overmaat van ramp die storm. Zie je wel. We hadden niet moeten gaan.
Petrus heeft al eens eerder zo’n situatie meegemaakt. Ze hadden al eens eerder storm gehad en toen was Jezus aan boord. Na afloop had Hij die pijnlijke woorden gesproken: ‘Waarom hebben jullie zo weinig moed, kleingelovigen?’ Dat is tegen het zere been. Dat Jezus tegen je zegt: waarom ben je zo bang, geloof je wel in Mij?
Petrus in de herkansing
Petrus zal gedacht hebben: dat overkomt me geen tweede keer. Nu zal ik Hem eens laten zien hoe gelovig ik wel niet ben. Daar gaat hij, de ziedende storm om z’n oren, het schip stijgt en daalt op de golven maar hij gaat verder, hij gaat op het randje van de boot staan en dan schreeuwt hij zo gelovig als hij maar kan: ‘Als U het echt bent dan kunt U machtige wonderen doen. Als U zegt dat ik moet komen dan kom ik.’ Dat is sterk! Zomaar uit zo’n boot stappen. Zomaar op die woeste golven. Dat is nog eens geloof. Dat je helemaal vertrouwt op de macht van Jezus. Dat je je voor de toekomst helemaal aan Hem toevertrouwt: hier kom ik Heer, hier kom ik. Ik ben geen kleingelovige. Hij zei: ‘Kom!’
Heer, redt mij!
Maar opeens stort alles in. Hij ziet het van het ene moment op het andere totaal niet meer zitten. De ene keer ben je zo vol vertrouwen en kort daarop lijkt alles weg. Ik herken me daar wel in. Op het ene moment zet je in groot geloof je voet op het water en het volgende moment voel je alleen nog maar die loeiende storm en een 45 meter diep meer onder je voeten. En alles is weg. ‘Heer, red mij.’ En dan dat geweldig ontroerende. Jezus die te hulp komt als Petrus op z’n slechtst is. God die ons liefhad toen wij nog vijanden waren.
Bang voor eigen zwakheid
Ik heb ooit aan het sterfbed gezeten van een leeftijdgenoot.
Ze was jarenlang van God vervreemd en met de dood voor ogen is ze teruggekomen. Op haar sterfbed heeft zij belijdenis van haar geloof afgelegd en een paar dagen later stierf ze.
Wij waren zo opgetogen over haar geloof dat ze daar wat bang van werd. ‘Ik weet niet of ik het wel zal volhouden.
Als het sterven nu eens moeilijk zal zijn, zal ik dan niet tekeer gaan tegen God, zal ik dan misschien toch op het laatst niet alles verspelen?’ Bang voor eigen zwakheid.
‘Meteen strekte Jezus Zijn hand uit en greep hem vast.’ (31) ‘Niets kan ons scheiden van de liefde van God’, Romeinen 8.
‘Hij is bij machte u voor struikelen te bewaren’, Judas 24.
Als mijn hand de Zijne niet meer weet te vinden, vindt de Zijne de mijne wel. Petrus leert hier om niet op zijn geloof te vertrouwen maar op Jezus.
Het gaat er uiteindelijk niet om of je wel sterk genoeg bent.
Of je wel goed genoeg gelooft. Het gaat erom of Jezus wel goed genoeg is. Jezus alleen.
De vierde nachtwake.
En zo gaan we de vierde nachtwake tegemoet. Jezus kwam pas in de vierde nachtwake. De laatste uren van de nacht.
En de hele nacht hebben ze zitten tobben met die opdracht in de storm. De hele nacht. Waarom kwam Hij zo laat?
Waarom komt Hij zo laat? Waarom duurt het zo lang? Ik weet het ook niet. Maar Hij komt. In de vierde nachtwake.
En wat ik nu moet doen is leren op Hem te vertrouwen. Hij weet hoe ik er aan toe ben en dat ik soms tekort schiet op de momenten dat het erop aankomt. ‘Jezus ging de berg op om te bidden.’ Ik weet hoe Hij is. Geen storm en geen vijand aan de overkant zal Hem tegenhouden om Zijn doel te bereiken. Ook niet mijn zwakheid. Houdt moed, Ik ben het. Ik ben. U bent werkelijk Gods Zoon!
Ds. Gerrit Zwarts is emeritus-predikant van de NGK van Breukelen.