Personen uit de Bijbel
1981-07-03
J. Stafford Wright Personen uit de Bijbel - Jaargang 25
- nummer 26
Oosterbaan en Le Cointre, Goes - 1980 272 pagina's
In een keurig uitgegeven boekje heeft Oosterbaan en Le Cointre aandacht gevraagd voor de personen die we in de Bijbel tegenkomen.
Een soort uittreksel uit een grote Bijbelse encyclopedie, zo men wil, die met name voor jongere lezers aantrekkelijk kan zijn.
(Als ik het een uittreksel uit een grote Bijbelse encyclopedie noem, doe ik het boek wel wat onrecht.
De schrijver, een Anglicaans predikant, wil soms bepaald méér dan alleen maar overnemen uit grotere werken.) In het algemeen ben ik met dit boekje wel ingenomen. Zoals gezegd, zal het met name jongere lezers kunnen helpen bij hun studie van de Bijbel. De Engelse' uitgeefster, de Scripture Union, produceert dan ook erg veel werk dat bij uitstek op die jongere categorie lezers gericht is.
Best een goede zaak dus, dat zo'n boek hier ook op de markt komt.
Toch ook wel enige kritiek, kritiek die voor een groot deel kan worden weggenomen, bij een volgende druk, die ik het boekje zeker toewens.
Een enkele keer constateer ik een zekere wanverhouding in aandacht die de schrijver aan personen schenkt: Abraham minder dan anderhalve bladzijde, Saul ruim viereneenhalve pagina, Abigaïl, Davids zuster en moeder van zijn latere krijgsoverste, wordt wel genoemd, Zeruja, een andere zuster van David, de moeder van Joab, Abisaï en Asael, blijft onvermeld. Rispa, Sauls bijvrouw, later "overgedaan"
aan Isboset en Abner, en relatief onbekend, krijgt evenveel ruimte als Abraham; desondanks worden aan Abraham zo'n 12 hoofdstukken gewijd en aan Rispe slechts enkele verzen.
Voor een deel, moet ik er zeker aan toevoegen, heeft die wanverhouding te maken met uitweidingen die de schrijver zich veroorlooft bij "moeilijk liggende passages". Zo wordt in het geval van Rispa melding gemaakt van Gods toornen over verbroken beloften (van Saul die Jozua's belofte aan de Gibeonieten verbreekt - zie Jozua en Samuel 21). Eveneens wordt bv. bij vermelding van de hogepriester Abjathar ingespeeld op vragen die er liggen rond Christus' uitspraak dat David van de toonbroden at "ten tijde van Abjathars hogepriesterschap"
(Marcus 2: 26), terwijl het verhaal in 1 Samuel 21 Abjath ars vader, Achimelech als -hogepriester noemt. Voor Jefta en zijn dochter ook ruim aandacht. Enz.
Zulke uitweidingen zijn geregeld zinvol, hoewel ze soms dus het ene verhaal ten opzichte van het andere wat laten uitdijen.
Bij de persoon van de richter Abdon miste ik een tekstvermelding en wat van de (toch al schaarse) gegevens over deze personen.
Behalve dit soort bedenkingen (waarin een recensent nu eenmaal moet laten zien dat hij het boek met meer dan een half oog heeft doorgenomen) heb ik niet veel gevonden dat aanleiding geeft grote bezwaren tegen het boek in te brengen. Erkennend dat bovenstaande opmerkingen bij steekproeven genoteerd werden en er dus best ook andere zaken te vermelden kunnen zijn, mogen we opmerken dat dit een nuttig boek is dat veel lezers, met name hen die de Bijbel nog voor de eerste maal/malen aan het lezen zijn, van veel nut kan zijn. Dat óndanks het feit dat Christus niet vermeld wordt, want, om de auteur te citeren "in een boek als dit kunnen we geen samenvatting geven van het leven, de ambtsbediening en de persoon van Jezus Christus, de Messias". Hetgeen de recensent deed denken aan het laatste vers van het Johannesevangelie, waar iets vergelijkbaars staat.