God neemt geen vakantie (2)
1981-07-17
"Mijn Vader werkt tot nu toe en ik ook"- Jaargang 25
- nummer 27
(Joh.5: 17)
Bij God behoeven er geen werklozen te zijn, zagen we de vorige keer. Zelfs voor de werklozen van het elfde uur is er nog werk bij Hem (Matth. 20 : 6, 7).O ja?
Ik ken een man, die 38 jaren werkloos was! Ga er maar aan staan: acht-en-dertig jaren! In Jezus' tijd was veertig jaren de gemiddelde mensenleeftijd. Dus nagenoeg zijn hele leven werkloos. Uitgerangeerd uit het arbeidsproces. Afhankelijk van de samenleving. Dat is na zo lange tijd geen vetpot. Hij klaagt erover dat niemand meer naar hem omkijkt.
Hij is een nutteloos radertje in de maatschappelijke machinerie. Kan gemist worden. Wordt daarom door niemand meer gemist.
Wil hij zèlf nog wel anders? Een mens kan door lichamelijke verlamming geestelijk verlamd worden. Je er bij neerleggen.
Jezelf uitschakelen. Wil je nog wel, vraagt Jezus, die in Gods Naam naar hem omkijkt, omdat God hem nog gebruiken kan en wil in zijn bedrijf.
Je kunt door langdurige werkloosheid werkschuw worden.
Kan hij nog wel? Past hij nog ergens in, in de maatschappij?
Als je er zo lang uit bent geweest?
Wil je nog wel? De man heeft er geen neen en geen ja op gezegd? Wat verwacht hij nog van het leven? Na zovele teleurstellingen? Hoe zou ti dan worden?
Maar Jezus trekt zich daar niet veel van aan. Hier staat zijn nieuwe Werkgever voor hem, die zonder veel omhaal bevélen geeft! "Wil je maar als de weerga overeind komen van je matras... alsjeblieft... aanpakken... meenemen ... en wegwezen!"
En dan gebeurt het wónder!
Hij kan het en hij doet het. Neen, dat moeten we omkeren: hij doet het en daarom kan hij het! Als we maar doen wat de Heer zegt, kunnen we veel meer dan we denken.
Wil hij? Maar nog voordat hij ja of neen kon zeggen zegt Jezus: maar Ik wil!
En dan komt er zo lakoniek achteraan: nu was het sábbat die dag.
Wat maakt dat nu uit voor die man? Na 38 jaren weet hij geen verschil meer tussen werkdag en rustdag. Voor hem waren alle dagen gelijk. Zoals gepensioneerden en lang werklozen in deze vakantietijd een beetje zuur kunnen zeggen: ik heb altijd vakantie. Maar ze bedoelen eigenlijk: nooit meer vakantie. Want het mooie van vakantie is de afwisseling van werken en rusten. Rusten na gedane arbeid.
Hoevelen zijn er niet, die niet met vakantie gaan, maar op "vakantie" gestuurd zijn.
Dacht u dat het die man wat uitmaakt of het sabbat is? Hij wil na 38 jaren nu wel wegwezen uit Bethesda ... sabbat of geen sabbat. Na een gedwongen sabbattijd van 38 jaren wil hij wel eens wat aanpakken, al is het maar een matras.
Hij kán weer wat aanpakken, hallelujah!
Heel wat mensen lopen op sabbat al te kankeren, dat ze mórgen weer werken moeten, - maar hij loopt te juichen op sabbat, dat hij vandáág weer wat doen kan!
Maar had Jezus nu niet een dag kunnen wachten met deze genezing?
Zijn antwoord staat boven deze overdenking: mijn Vader werkt tot nu toe, en ik ook. Ik volg het voorbeeld van mijn Vader in de hemel, en die weet van geen ophouden!
Maar is God na de voltooiing van zijn scheppingswerk dan niet gaan rusten en zegt de Wet des HEREN dan niet dat we dit voorbeeld moeten volgen op sabbat? Zijn de schriftgeleerden in Jeruzalem niet betere navolgers van God dan zijn eigen Zoon?
Zeker, God ging rusten. En genieten van het werk van zijn handen. 't Was alles zo mooi! De rest is 'n zaak van 'Onderhouden en bijhouden, maar dat behoeft zoveel moeite niet te kosten, dat doe je voor je plezier! En vooral als je Adam inde hof zet als tuinman.
Maar als die (vertaal: wij) dan de zaak in het honderd laat lopen en het wordt één grote wildernis, dan moet God wel weer in aktie komen en zijn Zoon inzetten, - en dan komt er voorlopig niet veel van Gods rust terecht. Handenvol werk aan de "wederherstelling aller dingen" (Hand. 3: 21) en vooral om het verlamde mensenleven weer op te richten en in dienst te nemen als Gods medearbeider. (Hand. 3: 1-10).
Zo gaat deze man uit Bethesda in tot de sabbat van zijn Heer. En wat is dat anders, dan het verlossingswerk van Jezus te vieren! Nooit meer dan als we fijn rusten mogen van ons dagelijks geploeter mogen we ons verlustigen in God, die werkt tot nu toe en mogen we Jezus door zijn Geest in ons werken laten.
We mogen tegen onszelf zeggen: rust mijn .ziel, uw God gunt zich geen rust voordat heel de wereld en het mensenleven weer opstaat tot de vreugd!
Opstaan en geloven, - daarvoor geeft God ons zondagen en vakantietijd. U kunt als u op reis gaat gerust de deur achter u dicht trekken, want God blijft werken en waken en zorgen. Hij, Israëls Wachter, sluimert niet.