Bijbelgebuik het gezin (12)
1981-07-17
Het lagere schoolkind- Jaargang 25
- nummer 27
De eerste twee jaren van de lagere school (6 tot 8 jaar) verschillen niet zoveel van de twee kleuterschooljaren, als het gaat om het bijbrengen van bijbelkennis door de ouders. Het kind is nog in de zgn. fantasieperiode en het aanvaardt de bijbelverhalen kritiekloos en zonder aan de waarheid ervan te twijfelen. Het is noodzakelijk in deze hele periode, die ongeveer valt van 4-8 jaar, steeds duidelijk te laten uitkomen, dat de verhalen uit Gods Woord echt gebeurd zijn in tegenstelling met de vele sprookjes en de meeste t.v.-verhalen.
Typerend voor deze leeftijd is ook het geloof in de sinterklaasfiguur, die in de ogen van het kind (en in onze verhalen) onbeperkte macht, alwetendheid, wijsheid en goedheid heeft.
Het kind van de eerste en tweede klas van de lagere school zal nog smullen van de vertelstijl van de kleuterbijbel. De ouders moeten er dan ook voor oppassen niet te vroeg over te schakelen op een kinderbijbel voor oudere leeftijd, waar het kind in wezen nog niet aan toe is. Het is wel een feit, dat het kind na verloop van tijd een bepaalde vaak voorgelezen bijbel van achteren naar voren kent en daarom is het aanbevelenswaardig in deze jaren ter afwisseling andere kleuterbijbels te gebruiken. Dit betekent nog niet, dat er weer een duur vertelboek met bijbelse verhalen gekocht moet worden; elke goede bibliotheek heeft kinderbijbels in de uitleen. Misschien kan er een leen- of ruilsysteem onder gezinnen met jonge kinderen worden opgezet.
De realiteitsperiode
De geestelijke groei van een kind rondom het achtste jaar maakt dat het de fantasieperiode achter zich laat en dat het meer oog krijgt voor de werkelijkheid. In het onderwijs doen op deze leeftijd vakken als aardrijkskunde, geschiedenis en biologie aarzelend hun intrede in het kinderleven. De belangstelling verlegt zich naar de helden- en andere spannende verhalen. De begrippenwereld en de feitenkennis breidt zich uit. Dit alles maakt, dat het kind de kleuterbijbel ontgroeit en rijp is voor de zogenaamde kinderbijbel voor de leeftijd van 8-12 jaar, die uitgebreidere informatie geeft en veel bijbelse verhalen beschrijft, die in de kleuterbijbels zijn overgeslagen.
Op deze leeftijd kan het gemiddelde kind al goed lezen. Daarom is het dan de tijd te beginnen met het hardop laten voorlezen aan tafel uit de kinderbijbel of andere bijbelse lectuur, die begrijpelijk is voor het kind. Ook voor deze leeftijd noemen we enkele goede kinderbijbels: Anne de Vries: "Groot vertelboek voor de Bijbelse geschiedenis". W. G. v. d. Hulst: "De Bijbelse Geschiedenissen".
Mej. G. Ingwersen: "Bijbel in vertelling en beeld". Deze zeer goede, uitgebreide kinderbijbel vraagt wel enige basiskennis en is meer geschikt vanaf het tiende dan vanaf het achtste jaar.
Evert Kuijt: "Kinderbijbel" in 2 delen, het O.T. en het N.T. Aan te bevelen door de vragen, die aan het eind van elk hoofdstuk staan. De schrijver gaat uit van de Statenvertaling, hetgeen voor onze kinderen soms verwarrend is.
Heleen Goudt: "Nieuw bijbels vertelboek".
Eén op de vijf verhalen is geschreven voor de grotere kleuter en aan het begin van elk hoofdstuk staat een inleiding, geschikt voor tieners.
Overgang naar de Bijbel
Dit alles heeft uiteraard tot doel, dat de kinderen zelf de Bijbel gaan lezen en daar de weg in leren kennen.
Ook zullen ze moeten leren, dat de kinderbijbels slechts menselijke beschrijvingen zijn van de verhalen uit de Bijbel en dat ze onvolledig en soms onjuist zijn.
De overgang van kinderbijbel naar de gewone Bijbel is minder groot geworden door verschillende uitgaven van de laatste jaren, waarin bijbelboeken of -gedeelten vertaald zijn in eenvoudig, door het kind te lezen en te begrijpen Nederlands.
Het voorlezen uit deze boekjes door het kind kan door de ouders gevolgd worden in de gewone vertaling.
Na het lezen kan het gelezene vergeleken en besproken worden.
De aanschaf van deze boekjes kost wel geld, maar evenals speelgoed, voedsel en kleding zijn ze nodig voor de ontwikkeling van het kind.
Enkele uitgaven zullen we noemen: "Bijbeluitgaven in eenvoudig Nederlands" (N.B.G.) van 1 en 2 Samuël in vier deeltjes en van Lucas in twee deeltjes.
"Ik lees in de Bijbel" (Katholieke Bijbelstichting, Boxtel). Gedeelten uit Genesis, Exodus, Deuteronomium, Jozua, Richteren, Ruth, Samuël, Koningen, Kronieken en enkele psalmen in vier deeltjes.
"Een goed begin" door G. J. Bos (Ver. tot Verspr. der H. Schrift).
Een vijftigtal verhalen uit het Nieuwe Testament.
"Groot Nieuws voor u" (N.B.G.).
Het gehele Nieuwe Testament in hedendaags Nederlands. Hierbij moet gesteld worden, dat de meeste brieven te moeilijk zijn voor het lagere schoolkind.
Tenslotte willen we er nogmaals op wijzen, dat afwisseling ook voor de leeftijd van 9-12 jaar, heel belangrijk is. Geen enkele uitgave of kinderbijbel mag zolang achter elkaar gebruikt worden, dat het kind er een hekel aan krijgt.