Vruchten van de Geest of kunstfruit ? (1)

1981-08-14
  • Jaargang 25
  • nummer 28
We idealiseren de kerk van vandaag bepaald niet: er is nogal veel kritiek op. Maar de eerste christengemeente wordt maar al te vaak veridealiseerd! Nu, Lukas doet daar niet aan mee.
Hij geeft geen ideaalbeeld, maar een heel reëel beeld van de gemeente in Jeruzalem. Zeker, de Heilige Geest werkte prachtige dingen daar, maar de duivel zat ook niet stil! De Geest vervult mensenharten, maar tegen twee gemeenteleden moet Petrus zeggen: waarom heeft de satan uw harten vervuld? Het was dus niet allemaal zo mooi als het leek.
Lukas houdt de schaal in evenwicht: als hij verteld heeft van Jozef, die zijn akker verkocht en de opbrengst bij de apostelen bracht, - vertelt hij direkt er achteraan van Ananias, die ook zijn akker verkocht, maar slechts een deel van de opbrengst bij de apostelen bracht; en dat was helemaal niet erg, geen mens verplichtte help om 'alles af te dragen, het was geen belasting maar vrijwillige bijdrage, maar het erge was dat hij deed alsof!
Jozef en Ananias: als twee hetzelfde doen is het nog niet hetzelfde!
Zelfs het heiligste kan worden nagemaakt. Geloofsdaden kunnen geïmiteerd worden. Echt en imitatie lijken vaak bedrieglijk veel op elkaar. Wie kan het onderscheiden? Zelfs Petrus zou er in getrapt zijn, als de Heilige Geest niet zijn ogen verlicht had, waardoor hij dwars door Ananias heen keek! Zullen we echt en imitatie in Hand. 4 en 5 eens naast elkaar leggen?

Eerst dan wat Jozef deed. We zouden hem niet kennen als hij niet bij zijn bijnaam bekend was geworden: Barnabas, zoon der vertroosting. Afkomstig van Cyprus, waar hij later met Paulus het Evangelie brengt. Deze Jozef was een leviet.
U weet: alle stammen van Israël kregen grondgebied in Kanaän, maar Levi niet. De levieten kregen 48 steden om in te wonen, met de weidegronden, en verder moesten ze leven van wat het volk aan tienden opbracht van het gewas en de eerstelingen van het vee, losgeld voor eerstgeborenen en een deel van wat in het heiligdom werd geofferd. Ze moesten bovendien van deze inkomsten zelf weer de tienden geven aan de priesters onder hen. Levi had 'dus niet zo'n verzekerd bestaan als de andere stammen. Het hing nogal van de plichtsbetrachting van hun broederstammen af en daar mankeerde nog wel eens wat aan!
Merkwaardig is in dit verband de betekenis van de naam "Levi": verbonden, gehecht. Maar dan bepaald niet aan aardse goederen! Maar aan de dienst in Gods Heiligdom! En ont-hecht aan het aardse goed. Levieten zaten niet vast aan geld en goed, maar aan God en zijn dienst. Nu was er natuurlijk ook onder de levieten kaf onder het koren. Maar deze leviet, Jozef oftewel Barnabas, is er een in welke geen bedrog is. Hij heeft de weg gevonden naar de ware Hogepriester Jezus en het ware Heiligdom. Dat kostte hem vast en zeker zijn "kerkelijk" baantje als leviet. Het komt hem te staan op derving van inkomsten. Denk daar niet gering over. Wie tilt daar niet zwaar aan?
Misschien zijn zijn ouders al geëmigreerd naar Cyprus, maar dat kan ook best al veel vroeger in zijn familie zijn gebeurd.
Jozef zal dienst hebben gedaan in de 'synagoge, want joodse synagogen waren toen verspreid in alle landen rond de Middellandse Zee. Waar ook maar joden leefden in verstrooiing, in de "diaspora". Maar ze hadden vaak een ákker,een stuk grond bij Jeruzalem, om zich dáár te laten begraven. Want ze wilden er bijzijn als de Messias zou komen, daar, bij Jeruzalem.
Nóg liggen daar bij de muren van Jeruzalem duizenden begraven. Zo'n dodenakker zal ook Jozef de leviet daar gehad hebben. Maar als hij dan tot de ontdekking komt, dat Jezus, de Messias al gekomen is, trekt hij heel nuchter en zakelijk de consequentie uit zijn geloof: hij verkoopt zijn grafakkertje, want dat heeft hij nu niet meer nodig. Het zal hèm een zorg zijn waar hij later begraven wordt, - de Here Jezus zal hem wel weten te vinden bij zijn wederkomst! Zijn geloof in Christus onthecht hem van zijn dodenakker, zijn laatste bezit ("een eigen graf"), - zó vast zit hij aan de levende Heer!
En de opbrengst? Hij zet het niet als "dood kapitaàl" op de bank, maar laat het functioneren binnen de levende gemeente van Christus. Hij brengt het bij de apostelen, om het uit te delen naar ieders behoefte.
Wat mooi: zo onthecht te zijn van je geld, je goed, je akker, wat uiteindelijk toch allemaal uitloopt op de dood. De rijke jongeling kon het niet opbrengen. Maar wat hèm onmogelijk was, maakt de Heilige Geest mogelijk in de eerste christengemeente van Jeruzalem. Gehecht aan Jezus en elkaar, onthecht van geld en goed.
Zo vertelt Lukas ons het verhaal van Jozef de leviet, de zoon der vertroosting Barnabas, - als één voorbeeld van hoe het toen was, en nóg kan zijn en mag zijn in de gemeente. Door de Heilige Geest! Dát wel.

Dit is wel zó iets bizonders en zó iets moois, dat de satan ogenblikkelijk op het idee komt om het na te bootsen. En hij doet dat zo goed, dat de imitatie bijna niet van echt is te onderscheiden.
Als dit lukt, ziet de gemeente er straks van buiten heel vroom en fraai uit, maar is ze van binnen zo hol en rot als het maar zijn kan.
En het "kerkelijk bedrijf" wordt een soort "showbusiness.”

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief