Schriftkritiek (1)
1982-02-12
Er is een andere manier van Schriftkritiek dan de ordinaire, waarin men het goddelijke karakter van de Schrift ontkent. Je kunt aan Schriftkritiek doen, als je de bijbel zo uitlegt dat hij past in eigen gedachtegang. Dat is een gevaar dat alle uitleggers van de bijbel lopen. En het is voor de uitleggers goed zich van dit gevaar weer bewust te zijn. Ook de vroomste uitlegger is tot alle kwaad in staat. En daarom wordt de gemeente dan ook opgeroepen te toetsen alles wat van de leraren wordt voorgesteld zoals de kanttekeningen dat zeggen bij het woord van Paulus: “maar toetst alles en behoudt het goede”. 1 Thess. 5:19-21. Als de gemeente niet wakker is en niet toetst dan is ze bezig de Geest te doven. Het is ook mogelijk dat we tot Schriftkritiek gebracht worden om de eenvoudige reden dat de zaken die daarin van ons gevraagd worden ons niet aanstaan of omdat we de geboden en beloften des Heren te moeilijk vinden. Iemand die weigert naar het avondmaal te gaan en zegt het “doet dat tot Mijn gedachtenis” geldt mij niet, maar geldt alleen mensen die een bepaalde staat van vroomheid hebben bereikt doet in feite ook aan Schriftkritiek, al doet hij nog zo verontwaardigd over de wijze waarop de neo-gereformeerden de bijbel lezen. In de discussie over de antidiscriminatiewet komt het verschijnsel ook voor. Omdat men homofiele praktijken wil verdedigen moet dat wat Paulus zegt in Romeinen 1 op een andere situatie slaan. Het meest intelligent werd het gedaan onlangs door prof. Dr. H. Berkhof in het dagblad Trouw. Hij maaktein zoverre een gunstige uitzonderingop het grote koor, omdat hij hetopneemt voor de vrijheid van wat hij noemt de "rechtsorthodoxen" om hun eigen scholen e.d. in terichten zoals zij dat willen. Hij doet niet mee aan de het ze tegen hen die geschrokken zijn van dit ontwerp van wet. - Jaargang 26
- nummer 6
Maar hij ontkent dat het beroep op Romeinen 1 geldig is. Hij zegt dat Paulus de aanstekelijke mode van de homofilie in Rome aan de kaak steelt. Maar nu “spreken wij over naar schatting vijf procent onder ons die homofilie als natuurlijke geaardheid hebben meegekregen”. Daarom mogen wij nu niet de visie van Paulus toepassen. Afgedacht van de vraag of er ook nu niet van een mode sprake is, zegt prof. Berkhof dat als een grote groep dat doet wat Paulus verbiedt dat dan zijn woord niet meer geldt. Maar wie maakt dat uit? Onze Here Jezus Christus heeft Paulus gekozen. Hij kwam in de volheid des tijds. Daarna is er van geen andere tijd meer sprake. En Jezus wist wel wie Hij koos. Iemand voor al de eeuwen. Zijn woord moeten we aanvaarden als wat het werkelijk is: Gods Woord. 1 Thess. 2: 13. Als we nu echt geloven dat Jezus Christus verschenen is in de volheid des tijds en als we nu echt geloven dat Hij zich niet vergist heeft toen Hij Paulus koos, als we nu echt geloven dat ook wij nu alleen maar door het woord van apostelen tot geloof komen, waar haalt prof. Berkhof of wie dan ook het recht vandaan om te ontkennen dat ook wat in Romeinen 1 staat behoort tot wat de apostelen de volkeren moesten leren onderhouden? Sedert de apostelen behoef de waarheid niet meer gezocht te worden. Alleen maar geloofd en aanvaard. Iets anders te zeggen is een subtiele manier van Schriftkritiek. En dat alleen maar om in de pas te blijven met de mode.