lets uit Amos

1982-02-26
  • Jaargang 26
  • nummer 8
Van de profeet Amos kan beslist niet worden gezegd dat hij in vreemde talen sprak. Zijn woorden vormen heldere taal en zijn toehoorders zullen er beslist geen moeite mee hebben gehad hem te begrijpen. Ik wil deze keer een gedeelte van Amos 3 in het kort doornemen.
De klacht van God die Amos moet doorgeven is actueel.
ook vandaag luisteren veel verbondskinderen niet meer naar hun God.

III 3: 1 en 2
U heb ik uitverkoren. Israël is verbondsvolk.
Echter: daarom roep ik U ter verantwoording. Denk aan doopsformulier: God roept ons, maar wij moeten nu kinderen zijn. U heb ik uitverkoren, u heb ik gekend. Dit woord duidt gemeenschap aan. Ex. 2: 25: God kende zijn volk, was met hen begaan. In "kennen" zit alles: trouw, ontferming, zorg, barmhartigheid. Denk ook aan het woordje "bekennen".
Israël echter bedrijft ongerechtigheid (2). Tegenover heidenen "overtredingen"
genoemd (1 : 3,6).

3:3-8
Amos gaat vragen stellen, zes. God stelt Zijn volk vragen. Waarom?
God wil een antwoord, maar het volk kán niet antwoorden. God dreint niet, dramt niet door, maar in Zijn vragen is hij Rechter èn Advocaat. Hij oordeelt èn Hij pleit.
3: Zullen twee samen op weg gaan zonder elkaar gevonden te hebben? Kunnen God en Israël samen wandelen zonder het eens te zijn?
Kan een verbond blijven bestaan, als één de afspraken aan zijn laars lapt? Zacht verwijt (Ps. 81 : 12): Mijn volk hoort niet.
4: Brult een leeuw in het bos, zonder dat hij buit heeft? De leeuw brult, God roept, dan is het ernst. Zie hoofdst. 2: Ik kom niet op mijn besluit terug. In Samaria doet men alsof er niets aan de hand is, maar de leeuw brult niet voor niets en het leeuwenjong gromt ook niet voor niets.
5: Schiet een vogel omlaag zonder dat er een lokaas ligt? Als er geen strik voor hem is? De bedoeling van de vraag is dezelfde als de vorige. Toch gaat deze vraag dieper. Een lam valt niet door eigen schuld ten prooi aan een leeuw, maar een vogel, die denkt iets te vangen maar dan zelf een prooi wordt, overkomt dit wel door eigen schuld.
Amos vergelijkt Israël met een domme vogel.
6: Wordt in een stad de bazuin gestoken zonder dat de bewoners beven?

Het gaat nu om de uitwerking. Als de alarmtrompet blaast, schrikt men toch? Schrikt Israël ook? Er gebeurt niets zonder dat God daar de hand in heeft.
7: Amos weet zijn plaats. God openbaart Zijn besluiten aan zijn dienaars, zijn profeten.
Israël is dus gewaarschuwd en moet Amos' woorden ernstig nemen.
8: Als een leeuw brult, schrikt men. Welnu, de leeuw heeft gebruld, God hééft gesproken, Amos m6ést dus wel profeteren, het het volk áánzeggen. Stel hier nog even tegenover 2 : 12: géén geprofeteer. Amos zegt: ik móet wel.
Is de vergelijking van Gods spreken met het brullen van een leeuw wel juist. Zie Jesaja 66 : 13: God troost zoals een moeder troost. Zeker, maar God kan ook toornen. Zoals de Here Jezus de tafels op het tempelplein omver zou gooien, zo ook kan God Zelf brullen; Jahwe is boos en daarom brult Hij.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief