De Evangelische Beweging (2)

1982-03-12
  • Jaargang 26
  • nummer 10
De vorige keer eindigde ik het eerste artikel over de Evangelische Beweging met de belofte dat ik na de uitdrukking van mijn verbondenheid met deze beweging in het eerste artikel mi zou komen met een paar knelpunten. Om verdere bezinning te stimuleren. Deze knelpunten breng ik vragenderwijs naar voren en ook dit artikel schrijf ik in een geest van verbondenheid met de Evangelische Beweging i.p.v. kritische distantie.

I. Bijbelbeschouwing
Prof. H. Berkhof heeft in Trouw van 29-1-'82 een artikel geschreven over de protesten tegen de antidiscriminatiewet van de kant van wat hij noemt de "rechts orthodoxen".
Of deze groep nu geheel samenvalt met de mensen uit de Evangelische Beweging weet ik niet.
Voor een groot deel wel. Hij verwijt hen een "misleidend beroep op de bijbel". Hij zegt: "rechtstreeks wordt de tekst van Paulus in Romeinen (1 : 18-32) toegepast op het verschijnsel van homofielen van vandaag. Daarmee doet men de homofiele medemens groot onrecht aan. Ik ben het daarmee eens. Opeens realiseer je je dan dat dit een soort bijbelgebruik verraadt dat niet recht doet aan tijd, plaats en ontstaansgeschiedenis van de bijbel. Hier ligt ook binnen de Evangelische Beweging één van de knelpunten - hoe lezen wij de bijbel? Ik zie vandaag drie stromingen: aan de bijbelkritische kant staat prof. H. Berkhof die in zijn aanvaarding van de resultaten van de historische Schriftkritiek zó ver gaat dat hij essentiële onderdelen van de bijbelse leer (aangaande de Satan bijv.) rekent tot het eigentijds gedachtegoed, aan de andere kant staat het bijbelgebruik van velen in deze Evangelische Beweging met een over-letterlijke opvatting van Gen. 1-3, of soms zelfs nog een allegoriserend lezen van O.T.ische teksten - en vaak met een concordantiestijl van bijbelstudie. De laatsten beroven zich van de winst van bijv. heel veel prachtige woordstudies uit de kring van de wetenschappelijke theologie. Schriftkritische scholen aan de Universiteiten hebben niet alleen wanproducten opgeleverdmaar ook heel veel nieuw verstaan van de Schrift. Dat is winst. Ik denk aan Oscar Cullmann, Joachim Jeremias, Gerhard von Rad en ook H. Berkhof. Ik pleit voor een genuanceerd oordeel.
Zo ben ik in Karnoen opgeleid. Ik heb er tot vandaag toe bij het preken veel winst van. Daarmee wil ik niet zeggen' dat dit altijd een gemakkelijker weg is. Wel is deze derde weg tussen Schriftkritiek en biblicisme de enig begaanbare. Zij mag er niet toe leiden dat wij de Schrift eigentijds wegverklaren en daarmee ieder spreken bijv. over homofilie onmogelijk maken (wat Berkhof wel lijkt te doen) - maar zij moet ons ervan weerhouden gemakkelijke is gelijk tekens te zetten tussen toen en hier. Intussen: hier is zeker nog geen eenstemmigheid in de Evangelische Beweging: ik hoop met deze woorden het bewandelen van de derde weg te stimuleren.

II. Cultuurbetrokkenheid
Dit tweede knelpunt hangt met het eerste samen. Hoe brengen wij het evangelie aan de mens van vandaag over? Zweven wij over het typische van ons eigen tijdsgewricht heen?
Menen wij dat wij het kunnen doen net als Paulus het deed in Klein-Azië in zijn tijd? Er is en wordt al genoeg over dit onderwerp geschreven. ET was zelfs een emeritus predikant die zei dat wij als kerken in één opzicht nog in de kinderschoenen staan: wij hebben met al ons gepreek nog niet geleerd hoe wij in een na-christelijke geseculariseerde tijd gemeente moeten zijn (Oppenheimer).
Ik denk dat daar veel waars in is. Juist ook in de zelfbezinning binnen de Evang. Beweging.
Paulus zei dat wij het evangelie alleen dan kunnen brengen als wij de Grieken een Griek en de Joden een Jood geworden zijn (1 Cor. 9). Maar hoe staat het met de zo nodige vereenzelviging met de nachristelijke West-Europeaan? Of zit hij misschien zo diep in het hart van ieder van ons dat wij bang voor hem zijn? Soms denk ik het laatste. Als dat zo is zouden wij de weg moeten gaan van het eerlijk worden - zonder Christus te verliezen. Eerlijk worden met onszelf, zonder Christus te verliezen kon wel eens een eerste opdracht zijn voor velen van ons.
Maar ook als dit niet op ons van toepassing is en wij ons van binnenuit een ander mens voelen dan Janmodaal rondom ons heen, staan wij voor de taak om zijn gedachten en gevoelswereld te kennen - ons er mee te vereenzelvigen en zo voor hem van binnenuit opnieuw de deur te openen naar Christus toe. Kortom: het evangelie moet vertaald worden.
Ik zei al: dat is geen nieuws. Toch blijft dit juist in de Evangelische Beweging een knelpunt, omdat zij in de regel nogal cultuurvijandig is. Dit spreekt nog meer als wij ons realiseren dat het evangelie niet alleen in woorden en begrippen vertaald moet worden, die eigentijds zijn, maar ook in daden die iets zichtbaar maken van het komende Koninkrijk. Christenen hebben een politieke en maatschappelijke roeping, waarin zij als de Here hen wil gebruiken een teken mogen oprichten van het komende Koninkrijk. Daar moet aandacht voor zijn. Wij leven niet uit het horizontalistische ideaal dat wij het Koninkrijk van God kunnen vestigen, maar evenmin uit het verticalisme van: als de ziel maar voor Jezus gered wordt. Die ziel wordt nl. niet gered als er niet iets zichtbaar geworden is van de kracht van het komende Rijk in woord en daad. Dat die kracht vandaag zo spaarzaam gevoeld wordt moet ons niet doen teruggaan naar een getto ideaal van het christendom, maar ons doen pleiten op de belofte van de Heilige Geest. Ook voor vandaag geldt dat de gemeente de Heilige Geest ontvangen heeft die een onderpand is van de komende erfenis, die ons tot eerstelingen maakt. Die eerstelingen zien er na de winter van de "Verlichting" anders uit dan ervóór. Als wij ze nog niet direct zien, moeten blijkbaar eerst de wortels nog wat groeien.

III. Individualisme
Dit derde punt hangt weer nauw samen met het tweede. Ik zou het liefste dit derde punt willen beginnen met Joh. 3 : 16 waar wij lezen: zo lief heeft God de wereld gehad ... Het woord kosmos dat Johannes gebruikt ziet niet zozeer op de harmonieuze wereldordening maar veel meer op de mensenwereld, zoals die onder vreemde heerschappij is gekomen. Die wereld in zijn geheel en in zijn samenhang en onder die machten heeft God liefgehad.
Dat geeft ons een beeld van God die niet alleen maar bezig is met een bundel enkelingen, maar ook betrokken is op een land, een volk, een heel menselijk geslacht en de daarin voorkomende krachten en historische processen. Hij roept uit déze mensenwereld ook niet een groep enkelingen maar een gemeente, een nieuw volk, dat in zijn samenhang méér is dan de som van zijn individuele leden. Daar staat in de Evangelische Beweging tegenover dat wij vaak vanuit de enkeling en naar de enkelingen toe denken. De verbanden waarin de mens in de wereld staat zien wij als secundair en ook de verbanden waarin wij zelf in de kerk en haar geschiedenis staan zien wij als bijkomstig. Dat leidt tot individualisme. Daaraan heeft de Amerikaanse oorsprong van veel van deze groepen toe bijgedragen, maar daar speelt vandaag ook de a-historische neiging van de naoorlogse mens een rol in mee.
Wij laten de historische verbanden maar voor wat zij zijn en trekken erop uit in een soloactie. Dat gebeurt vaak in de evangelische wereld en ik heb daar voor mijzelf veel sympathie voor. Ook Abraham trok erop uit in een soloactie - zonder te weten waar hij komen zou. Het kan geloofsmoed zijn. Maar het hoeft niet. Het is alleen geloofsmoed als wij het als een offer beleven, zoals Abraham het afscheid van zijn vaderhuis als een stuk sterven beleefd moet hebben. Als echter iemand die actie met genoegen doet, of in woede dan is er iets mee mis, en ... Abrahams figuren blijven zeldzaam!
De regel is dat wij in verbondenheid met onze gemeenten aan het werk gaan - en samenwerken met andere medechristenen die hetzelfde doen en vooral ook iets van de last dragen van een kerk met levende leden en met dode leden, met vreemde en burgerlijke figuren een nieuw volk Gods, dat Hij niet heeft willen opsplitsen of selecteren.
Dat is ook een van de drijfveren achter de oprichting van de Evangelische Alliantie geweest - om individualisme tegen te gaan. Wij moeten groeien van een minimumidentiteit, naar een maximumidentiteit. De narcistische mens in de 80er jaren trekt zich terug op een minimumidentiteit: ik ben dat wat ik zelf graag wil doen en zijn. Dat is het humanistische ideaal van zelfverwerkelijking door de keus van een steeds kleiner wordend "ik".
Wie christen is zal de tegenovergestelde weg kiezen: ik ben óók dat wat ik in de andere verfoei. Dat is de groei naar een gemeenschapsbesef in verantwoordelijkheid. Ik hoop dat deze twee artikelen ertoe hebben bijgedragen dat wij weggroeien van een zo gemakkelijk gekozen minimum-
identiteit naar die wellicht zware maar toch alleen echt vruchtbare maximumidentiteit...

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief