Maar Jezus zegt...
1982-03-19
Maar Jezus zegt...- Jaargang 26
- nummer 11
De Bergrede uitgelegd voor de gemeente door drs H. de Jong.
"Het Nieuwe Testament is niet een deksel op het oude. Een deksel sluit af. En dat is helemaal niet wat door het onderwijs van de Heiland gebeurt. De Here heeft de Schrift voor Wet en Profeten niet gesloten, maar juist geopend. En zo is het onderwijs va nhet Nieuwe Testament niet een deksel op wet en profeten. Wij mogen Jezus Christus in zijn openen van de Schriften navolgen", aldus ds De Jong onder het hoofd vervullend schriftgebruik in de hierboven genoemde uitgave. Bij dit citaat wil ik de bespreking van deze preken over de Bergrede inzetten, want hier worden de Schriften geopend. De ouderen onder ons hebben nog de herinnering aan de dertiger jaren in de Gereformeerde Kerken, die velen hebben ervaren als een lentetijd vol beweging en beloften van doorgaande reformatie. Aan die doorgaande reformatie lag o.m. een vernieuwd verstaan van de Schrift ten grondslag.
De bijbel was en is helaas voor te velen nog een boek uit het grijs verleden, met een aantal waarheden die geloofd en geboden die gehouden moeten worden.
Gaat het in de Schrift alleen om waarheden en geboden dan verkilt de prediking tot een schoolse uiteenzetting van de waarheid al dan niet gecombineerd met een christelijke moraal en dit toegepast op het "geestelijk" leven van de mens. Onder invloed van mannen als S. G. de Graaf, K. Schilder, A. Janse, B. Holwerda, C. Veenhof en anderen gingen we verstaan, dat de bijbel is de levende boodschap van de verlossende daden van de God van het Verbond, die zijn beloften aan Israël en de wereld in de loop van de eeuwen in Jezus Christus vervult. In de prediking moet dat Woord opengaan, het moet a.h.w. geschieden en dan gaat het rijk open en grijpt het geloof zich vast aan die daden van verlossing en wordt Gods volk in de ruimte gesteld. Zo ging de bijbel opnieuw voor ons open. De laatste jaren vraag ik mij af waar die doorgaande reformatie toch gebleven is. In de kerken van de vrijmaking is die reformatie vervlakt in het oprichten van allerlei gesloten verenigingen en organisaties die een hecht gereformeerd bolwerk moeten vormen, met als nevenverschijnsel een vlucht in de richting van het confessionalisme.
Het gevolg hiervan is een eindeloos verhalen en repeteren van verwonnen inzichten, maar waar is de doorgaande vernieuwing van het inzicht in de Schriften gebleven?
In het boekje van ds De Jong vind ik tot mijn groot genoegen de draad weer opgenomen van een vernieuwing en verdieping in het verstaan van het vervullend schriftgebruik, De Jong toont zich een leerling van de hierboven genoemde voorgangers, maar dat niet alleen. In de dertiger jaren is een aanzet gegeven, niet met de bedoeling om wat gevonden was te canoniseren, maar om verder te werken en zo nodig te corrigeren. Uit het geschrift van ds De Jong blijkt dat hij niet in de "dertiger" jaren is blijven steken, maar is voortgegaan en daarbij, met wat in de laatste vijftig jaar in een overvloed van literatuur aan het licht kwam, zijn winst heeft gedaan en dit dienstbaar heeft gemaakt aan het gelovig verstaan van de Schriften, zonder daarbij door de moderne theologie te zijn besmet.
Dit is een lange inleiding bij deze bespreking (er zou nog veel meer te zeggen zijn), maar dit moest mij eerst van het hart. De inhoud van het boek bestaat uit 22 preken over Matth. 5 tlm 7 gehouden in de jaren 1977-78.
Het eerste hoofdstuk bezorgde mij wat moeite, omdat daarin wordt gesproken van vier manieren waarop in Israël op de prediking van de Heiland werd gereageerd. Er waren Sadduceërs, die leefden bij het devies: zalig de Iepen, Farizeërs, die zeiden: zalig de braven; Zeloten: zalig de revolutionairen en de Essenen: zalig de afgescheidenen.
Die onderscheiding is origineel, maar te veel op de maat van onze tijd gesneden, terwijl de Schrift altijd haar eigen actualiteit heeft. Van deze "vondst" wordt een bescheiden gebruik gemaakt, zodat de tekst niet in een keurslijf wordt geperst. Bij de behandeling van de zaligsprekingen maakt De Jong op zijn wijze duidelijk dat Jezus Christus hier zijn koninkrijk afkondigt over de gelovigen, die uit de schare tot Hem komen.
Het gaat in alle zaligsprekingen om één soort mensen; de armen van geest, treurenden enz. zijn de burgers van het rijk dat opkomt uit de prediking van de verzoening door het bloed des kruises.
De dwaasheid van het kruis vinden we terug, wanneer Jezus de mensen midden in hun nood zalig spreekt. In de uitwerking treft bij de armen van geest de verwijzing naar de arme Lazarus, die slechts kon hopen op God. Hierbij graaft drs De Jong dieper in de Schrift dan dr O. Noordmans in zijn bekende "zondaar en bedelaar". Op indringende wijze laat de schrijver ons zien, dat de zaligheid van de burgers van het rijk, niet alleen een zaak is van de toekomst, maar dat ook in het heden de zachtmoedige de aarde beërft. Wanneer in Gereformeerde kring na Abraham Kuyper over het koninkrijk Gods wordt gesproken, maakt zich dikwijls een onrustig activisme van ons meester; we moeten zo nodig. In vroeger tijden moesten alle terreinen van het leven bezet worden voor Christus en tegenwoordig moeten velen het evangelie handen en voeten geven, want God zou het zonder ons niet kunnen. Zo blijven de nijvere volgelingen van Calvijn driftig in de weer.
In de preken van collo De Jong b.v. over zout en licht, de twee wegen en het zoeken van het koninkrijk, valt op dat terecht volle nadruk wordt gelegd op de indicatief in het vervullend spreken van Jezus, of in gewoon Nederlands: wanneer de Heiland zegt: gij zijt het zout der aarde, dan is de gemeente dat ook, niet door zich in allerlei bochten van activiteiten te wringen, maar door er eenvoudig te zijn, zoals een stad ligt op een berg. Dit sluit de roeping om het zout der aarde te zijn niet uit, want we moeten worden, die we zijn (S. G. de Graaf), maar het stelt ons wel in de ruimte van het verloste en daarom ontspannen leven in Christus.
Laat ieder kennisnemen van de rust die bij deze opening van de schriften uitstraalt.
Komen we in onze dagen, die bol staan van allerlei pacifisme een verhandeling tegen over het niet weerstaan van de boze, dan worden we nieuwsgierig naar wat de schrijver gaat zeggen over de verhouding van het niet weerstaan uit de bergrede, tot de taak van de overheid in Rom. 13.
In schriftgetrouwe kring hoor je nog al eens dat het in de bergrede gaat over onze persoonlijke verhoudingen, maar dat die niet gelden voor de overheid.
De Jong heeft gezien, dat zo onbedoeld toch de Schrift enig geweld wordt aangedaan, terwijl hij daarbij niet in de armen van het pacifisme valt. U kunt dit alles en nog veel meer lezen in deze uitgave van 152 pag. te verkrijgen bij Kopiëerinrichting v. d. Berg, Broederweg, Kampen, voor een bedrag van f 17,-. Mogelijk vraagt iemand of ik geen kritiek heb en hij herinnert zich mogelijk pittige discussies tussen ds De Jong en mij. Kritiek heb ik, stel je voor dat het niet zo was, maar die raakt ondergeschikte zaken en laat ik rusten, want ik heb dit boek met veel genoegen en herkenning gelezen.
U hebt begrepen dat ik deze uitgave in veler handen wens. Het is goede kost voor bijbelkringen.
Voor de gemeente in Amsterdam lijkt het me nuttig dat men deze preken nu eens rustig lezen kan, want ik zou me kunnen voorstellen dat gemeenteleden moeite hebben gehad om ze "na te vertellen".
Tenslotte: ik ben blij met dit boekje in de kring van onze kerken, want het maakt duidelijk hoeveel we hebben ontvangen mede in de weg die de Heer met onze kerken is gegaan.