Een nieuw begin met Mozes

1982-03-26
  • Jaargang 26
  • nummer 12
De geschiedenis van de geboorte van Mozes is nogal bekend. Er was een gebod van farao dat alle pasgeboren jongetjes moesten worden gedood. Hij had angst voor de groei van het joodse volk en maakte er zich zorgen over dat dat volk wel eens erg machtig zou kunnen worden binnen Egypte. Stefanus vertelt hierover later het volgende (Hand. 7 : 19): 'Deze (de farao) nam list te baat tegenover ons geslacht en handelde slecht met de vaderen, en liet hen hun zuigelingen te vondeling leggen, opdat het volk zich niet zou voortplanten'. Zo wordt macht tot machtsmisbruik. De bijbel vertelt heel nuchter (Ex. 1 : 15 e.v.) wat de vroedvrouwen doen. Ze leiden de farao gewoon om de tuin, wat ze zeggen is niet in overeenstemming met de werkelijkheid. Maar zó zijn ze wel dienstbaar van God en Zijn volk. Ze laten de jongetjes leven.

Het lijkt wel of God in dit verhaal afwezig is. Hij lijkt er buiten te staan. Toch is Hij er wel, want Hij zorgt er voor dat de vroedvrouwen niet doen wat de farao van hen verlangde. Daar is moed voor nodig en God geeft die moed. Die vrouwen timmeren niet aan de weg maar houden met hun verhaal de farao rustig. Ze stellen gewoon een daad. Dat doen ook de ouders van Mozes, ze zien dat hun kindje mooi is en ze doden hem niet. Ze weten dat de gehoorzaamheid aan de farao grenzen heeft. Zo kunnen ze middenin de onvrijheid vrij zijn, vrij van wat farao wil. Vrijheid is er als er gehoorzaamheid aan God is, ook al betekent dat ongehoorzaamheid aan mensen. De schrijver van de brief aan de Hebreeën kan later dan ook zeggen (11 : 23): 'Door het geloof is Mozes na zijn geboorte drie maanden door zijn ouders verborgen gehouden, omdat zij zagen dat hij een schoon kind was, en zij hebben het bevel van de koning niet gevreesd'. Zó de vrijheid in God beleven kan alleen door het geloof.
Zó hebben deze eenvoudige mensen geschiedenis gemaakt, want in en door de geboorte van Mozes komt het heil dichterbij. Met Mozes' geboorte wordt de eindfase ingeluid van het verblijf van Gods volk in Egypte. God gaat een begin maken met de uitleiding van Zijn volk uit het diensthuis.

Mozes komt later te staan tegenover de farao. Of het dezelfde is van het verbod uit Exodus 2 weten we niet, maar dat is ook niet belangrijk. Mozes, die na zijn geboorte ontkomt aan de dood, mag later het volk uit de doodse dalen van het diensthuis op weg brengen naar het leven van het beloofde land. Dat is niet vanzelf gegaan. Bij de instelling van het Pascha (Ex. 12 : 1 e.v.) wordt o.a. gezegd: 'En aldus zult gij het eten: uw lendenen omgord, uw schoenen aan uw voeten en uw staf in uw hand'.
De lendenen omgord, het volk moet waakzaam zijn.
En zó moeten ze de Heer verwachten. Precies zoals Jezus het later aan Zijn discipelen voorhoudt (Lucas 12 : 36 e.v.): 'Laten uw lendenen omgord zijn en uw lampen brandende.
En gij, weest gelijk aan mensen die op hun Heer wachten...' God maakt met Mozes een nieuw begin, van de wondere weg van zijn in leven blijven tot aan de instelling van het pascha. En van dit eerste pascha tot het gaan door de zee. Het lijkt een onmogelijke weg, maar de weg blijft begaanbaar.
Daar zorgt God voor.

En wat moeten wij vandaag met deze geschiedenis? Laten we God maar blijven vertrouwen en niet zo bang zijn. Er zijn vandaag mensen die geen kinderen willen 'nemen' omdat er voor die kinderen geen toekomst meer is volgens hen. Die toekomst was er naar menselijke berekening voor Mozes ook niet. Maar het geloof maakte sterk. Dat geloof verwacht nooit te veel. Er is voor vandaag nog veel meer over te zeggen, laat ieder voor zich dat maar eens overdenken.
Tot Gods gedachtenis!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief