Het teken van Lazerus' opwekking
1982-04-02
Middel - geen doel- Jaargang 26
- nummer 13
Vóór zijn laatste feest in Jeruzalem brengt Jezus enige tijd door in Perea. In het "over-Jordaanse" dus en wel ter plaatse waar Johannes voorheen doopte. Zijn verblijf zet de mensen daar aan het denken. Ze herinneren zich de Doper. En ze komen, velen komen tot Jezus. Waarover spraken ze? Wat zeiden ze tegen elkaar? Luister: "Johannes deed wel geen enkel teken, maar al wat Johannes van dezen (van Jezus) zei, was waar." En- kan het mooier? - velen daar geloofden in Hem (Joh. 10 : 40-42). Dáár. Niet in Jeruzalem. Niet in de stad waarvan de evangelist vertelt dat Jezus er een opzienbarend teken deed (het laatste dat hij vermeldt): de genezing van een blindgeborene. En een opschudding dat dit gaf: de genezene wordt tenslotte "uitgeworpen" ... (Joh. 9).
Johannes deed géén tekenen - Jezus wèl. Nog één teken verhaalt de evangelist, tevens het laatste: de opwekking van Lazarus. Ziedaar de compositie van het vierde evangelie. Aan Jezus' dood gaat vooraf het tot leven roepen van Lazarus.
Het was, let wel, máár een teken. Dat wil zeggen: Lazarus komt pas op de tweede plaats. Lazarus werd voor iets anders gebruikt. Lazarus moest ergens voor dienen. Hij was slechts middel, ondergeschikt aan het doel dat Jezus stelde. Als Lazarus' verrijzenis uit het graf slechts middel was, hoe groots moet dan Jezus' doel zijn!
Het kan nog twee dagen lijden...
Lazarus is ziek. Zijn zusters, Maria en Martha zenden Jezus bericht vanuit Bethanië (zo'n 3 km van Jeruzalem). Het luidt: Heer, zie, dien Gij lief hebt (uw vriend) is ziek.
Meer niet: Heer, uw vriend is ziek. Het ging kennelijk niet om een griepje of verkoudheid - daar stuur je geen bericht voor. Lazarus is èrnstig ziek. Ze vrezen blijkbaar voor zijn leven. ..
Wat voor antwoord krijgen Maria en Martha ... en Lazarus (als hl] nog bij bewustzijn is), daar bij het ziekbed? Dit: "deze ziekte is niet ten dode". Lazarus is niet ten dode opgeschreven.
En: "deze ziekte is... ter ere Gods, opdat de Zoon van God er door verheerlijkt worde". Zij dient: Gods glorie met als doel: de glorie van de Zoon van God.
Dát horen ze bij het ziekbed. En Jezus weet wie het horen: zijn méér dan gewone vrienden: "Jezus nu had Martha en haar zuster en Lazarus lief." Er was een heel bijzondere band tussen hen. Hun namen alleen al deden zijn hart open gaan. Hij was innerlijk met hen verbonden. Hij zag Lazarus ziek liggen. Hij zag - Hij kènde ze immers - hoe Martha en Maria hun broer verzorgden. Hij had hun liefde geproefd en was er door verkwikt (11 : 2). Hij kènde ze. Denk daaraan als u nu verder leest: "toen Hij dan hoorde, dat hij ziek was, bleef hij daarop nog twee dagen ter plaatse waar Hij was".
Het doel onthuld
Jezus wist wat Hij deed. En wat Hij doen zou: midden in zijn lijdenstijd, ergens op het laatste deel van zijn lijdensweg, zal Hij het Paasfeest inluiden - ook al is het niet méér dan een teken.
Pas na twee dagen gaat Hij. Een reis van een à twee dagen. Onder protest van zijn discipelen. En notabene als Hij wéét dat Lazarus is verleden.
Hij vertelt hun dat met zachte woorden: "Lazarus, onze vriend, is ingeslapen." Even later ronduit: "Lazarus is gestorven". Maar niet dan nadat Hij hen bij voorbaat getroost had: "maar Ik ga daar heen om hem uit de slaap te wekken". En nu met een rechtstreekse aanvulling voor hèn: "en het verblijdt Mij om u, dat Ik daar niet geweest b:?, opdat gij tot geloof komt. Het doel ontplooit zich als een bloem: Zijn glorie is het geloof van de Zijnen. Jezus kwam te laat, zeiden ze (vgl. 11 : 37). De doodsklokken hadden al geluid. De begrafenis had zeker vier dagen terug al plaatsgevonden, was voorbij. Maar het verdriet was niet voorbij, de behoefte aan troost evenmin. Kennelijk hadden Martha en Maria - èn Lazarus - véél vrienden gemaakt, "genegenheid en goedkeuring verworven in de ogen van God en mensen" (Spr. 3 : 4). Want al was de begrafenis al vier dagen geleden - er waren nog steeds .vëlen uit de Joden tot Martha en Maria gekomen om haar te troosten over haar broeder".
Het leed geproefd en gedragen
U kent de reactie van Martha en even later, letterlijk, ook die van Maria: Here, indien Gij hier geweest waart, zou mijn broeder niet zijn gestorven. Ook Jezus' antwoord: uw broeder zal opstaan. Martha, niet grootgebracht bij de leer der Sadduceeën die ontkennen dat er een opstanding is, denkt aan de jongste dag. Jezus kan, mag haar méer vertellen: "Ik ben de opstanding en het leven". En dan volgen "twee, schitterende paradoxen (schijnbaar innerlijke tegenstrijdigheden)... : de gestorvene leeft en de nog levende sterft niet." "Wie in Mij gelooft zal leven, ook al ware hij gestorven...gelooft gij dat, Martha?" Even later is ook Maria daar. Met een eendere reactie als haar zuster.
En de tranen stromen haar over de wangen, zo goed als bij de troosters die met haar meegekomen zijn.
Daar staat Jezus, diezelfde Jezus die eerst gezegd heeft: Ik ben blij om u dat Ik daar niet geweest ben. Daar staat Hij - alleen - tegenover het eeuwig terugkerend leed van de mensen, tegenover het leed van de dood, het leed van de achterblijvenden, voor zijn vrienden, van Lazarus' vrienden. Hij ziet wat de dood aanricht in de mensenwereld, altijd weer. Zieken, sterfbedden, begrafenissen, lege plaatsen. Een zee van tranen, een oceaan van leed. Ogen die hulpeloos om hulp vragen, troosters die al even hulpeloos zijn. Alle klaagmuziek van een Johannes Passion kan nog niet weergeven wat de dood betekent voor Hem, het leven en het licht der mensen (1 : 4).
Het doel bereikt!
Het schokte Hem, de innerlijke emoties worden Hem de baas: "Jezus weende". Bij het graf van zijn vriend stromen de tranen Hem over de wangen. Al onze ziekten heeft Hij gedragen... Maar het is zijn glorie èn die van zijn Vader, te tonen - nu al - Wie de macht over de dood heeft (Hebr. 2 : 14 v.): Lazarus, kom naar buiten! De Paasklokken luiden al vóór Goede Vrijdag. Nu nog maar als een teken. Straks, op Pasen en daarna op Zijn grote dag. Hij luidt het leven in, dwars door de dood heen: de dood kan geen kwaad meer doen, geen kwaad doen die in Hem gelooft als de opstanding en het leven. Door zijn verzoenend lijden en sterven, hebben wij een enige troost in leven en in sterven. En kunnen wij het Hem nazeggen: "Vader in uw handen beveel Ik mijn geest". Dan is het doel bereikt!