Christen-zijn en burgerlijke ongehoorzaamheid in een democratische samenleving (3)
1982-04-02
Enkele overwegingen- Jaargang 26
- nummer 13
Maar kun je vanuit de Schrift komen tot een nadere omlijning van wat een christen met betrekking tot die burgerlijke ongehoorzaamheid in een democratische samenleving te doen staat? Mag ik in alle bescheidenheid (want wie kan in een dermate complexe materie het verlossende woord spreken) een aantal overwegingen noemen?
We zullen dunkt me als christen zeker met de volgende aspecten rekening moeten houden:
1. Het leven is ons gegeven, niet met het doel ons zelf te "verwerkelijken", niet met onze eigen glorie als doel, maar om dienstbaar te zijn in het Koninkrijk van God. We mogen leven vanuit een rentmeesterschap, coram Deo, voor het aangezicht van God, tot Zijn eer.
2. In de Bijbel worden we o.a. opgeroepen om ons aan overheid en gezag te onderwerpen, hen die over ons gesteld zijn te respecteren en om voor hen, die met dergelijke taken belast zijn, te bidden. We zullen moeten beseffen, dat ook die overheid een eigen verantwoordelijkheid heeft, die niet licht is.
3. Een goede democratische besluitvorming, of zo men wil, een democratische samenleving is een waardevol goed. Niet omdat die mensen, die daarvan deel uit maken, goed zijn maar veeleer omdat het alle mensen, ook de christenen, vele mogelijkheden geeft om verantwoording te dragen, om gegeven taken te verrichten, om keuzen te doen, om God in vrijheid te dienen.
4. In zoverre biedt een democratie in het algemeen méér mogelijkheden voor christenen om hun taken te verrichten conform bijbelse normen dan veelal het geval was met de overheden, waarover de bijbelschrijvers destijds schreven. Het in een democratie tot stand gekomen gezag voldoet in dat opzicht méér aan bijbelse normen dan met vele overheden uit die tijd het geval was.
5. De Bijbel, waarin we worden opgeroepen tot eerbied en gebed voor hen die over ons gesteld zijn, weet tegelijkertijd zeer wel van overheden en machten, die God verwerpen, die goddeloos regeren en ook christenen vervolgen. Ook een democratie is géénszins een garantie voor een christelijk verantwoorde wetgeving en beleid. En ook nu geldt voor ons, dat we God meer gehoorzaam zullen zijn dan de mensen.
6. Uit het voorgaande vloeit voort, dat we de overheid zullen respecteren maar ook dat burgerlijke ongehoorzaamheid, het niet in acht nemen van wettelijke voorschriften voor een christen soms niet alleen geoorloofd kan zijn maar ook verplicht. Die burgerlijke ongehoorzaamheid zal dan echter gedragen moeten kunnen worden en gepaard moeten gaan met een gebed om wijsheid, niet alleen voor ons zelf maar ook voor die overheid.
7. Een christelijke visie op overheid en staat moet lijnrecht staan tegenover elke poging overheid en staat te vergoddelijken. Zij staat eveneens diametraal tegenover elke poging om een vrijheidsstrijd, die niet gedragen is door de opdracht het Koninkrijk Gods te zoeken als bijbels aan te merken. Beide pogingen zijn in wezen een blijk van het streven de christelijke hoop te seculariseren, los te koppelen van God, alle zogenaamde vrome woorden ten spijt.
8. Daarbij valt voorts te bedenken: - dat een christen niet alleen verantwoordelijk is voor eigen wel en wee, maar ook mede verantwoordelijk is voor zijn medemensen; - dat een besluit, dat je je niet zult kunnen houden aan een door de overheid gegeven voorschrift steeds in een concrete situatie valt; - dat pas in die concrete situatie beslist kan worden wat de geëigende reactie op die situatie mag en moet zijn.
Om twee concrete voorbeelden de geven:
I. In de dertiger jaren van de vorige eeuw gold nog het beruchte artikel 291 van de Code Penal, waarin o.a. stond dat een "association" van meer dan 20 personen, die dagelijks of op zekere bepaalde tijden bijeenkwamen, dat alleen mochten doen met toestemming van het gouvernement.
De predikanten en kerkenraden van de afgescheidenen overtraden dit verbod (terécht) en belegden wel, tegen de zin van de Koning, hun kerkdiensten. Wellicht een standaardvoorbeeld van een m.i. zeker geoorloofde burgerlijke ongehoorzaamheid.
II. Ik las eens het verhaal van een Zwitserse douanier, die aan het eind van de dertiger jaren van deze eeuw zeer doelbewust handelde in strijd met hogere voorschriften. Hij liet joden, die uit Duitsland kwamen toch te grens over. Hij pleegde een terechte burgerlijke ongehoorzaamheid. Volgens dat verhaal werd hij ontslagen en ontving hij geen pensioen, tot men enkele tientallen jaren na de tweede wereldoorlog met schaamte moest vaststellen, dat de man volkomen terecht had gehandeld en men hem toen alsnog pensioen toekende.
9. Ook al heb je goede reden een wet onrechtvaardig te vinden, mag echt gezegd worden, dat die wet onrecht oplevert en in stand houdt, dan nog betekent dat niet dat ik die wet zonder meer mag overtreden. Dat hangt nl. o.a. af van - wat die wet van mij vraagt; - waartoe die wet mij verplicht; - welke hogere (rechts)belangen op het spel staan; - welke de gevolgen van die wet zijn, voor mij èn ook voor anderen; - wat mijn reactie kán zijn; - in hoeverre ik in die situatie een specifieke verantwoordelijkheid draag; - wat de gevolgen van mijn optreden zullen zijn.
10. Burgerlijke ongehoorzaamheid in abstracto bestaat niet en zeker niet de geoorloofdheid daartoe. Slechts in een concreet geval kun je uitmaken, of je in een bepaald geval de wet niet op zult mogen volgen, omdat je God meer gehoorzaam moet zijn. Ook dan pas kun je uitmaken, wat in dat geval je reactie mag en moet zijn.
11. Ook het geldend recht houdt rekening met situaties, waar in je wel eens gedwongen bent bepaalde voorschriften te overtreden. Een voorbeeld: Wanneer ik een patiënt met een hartaanval in mijn auto naar het ziekenhuis rijdt, mag ik rèchtens door rood licht rijden. Dat is dan voor mij een situatie, waarin ik het verbod om door rood licht te rijden mag overtreden. De situatie geeft me echter niet het recht om onderweg anderen van de sokken te rijden. Ook dat is een kwestie van afweging.
12. Burgerlijke ongehoorzaamheid is niet iets totaal anders dan situaties als hierboven onder 11 bedoeld maar ligt in het verlengde daarvan. Burgerlijke ongehoorzaamheid, die geoorloofd mag heten, is dan een uitvloeisel uit ongeschreven rechtsnormen, die een hogere gelding moeten hebben dan het op dat moment geschreven recht.
Tenslotte, ik weet zeer wel, dat we leven in een tijd, die vol is van een “Babelcultuur", zoals het wel door prof. Schuurman is uitgedrukt. Die vol is van geweld, van vernietiging en van dreiging tot vernietiging. Een tijd, waarin ook voor ons land tendenzen zichtbaar worden van een ontwikkeling in wetgeving en bestuur, waarin minder rekening gehouden wordt met hetgeen God ons voorschrijft. Maar daarom is er te meer reden, je op deze vraagstukken te bezinnen èn om je rekenschap af te leggen, van wat het geloof voor je betekent. Ook al is daarmee niet gezegd, dat we steeds in alle situaties als christenen tot dezelfde conclusie zullen komen. Niettemin, ónze toekomst staat niet alleen vast, maar is al begonnen.