Intocht en uittocht

1982-04-09
  • Jaargang 26
  • nummer 14
Ezel en paard
Op een nog onbereden ezelsveulen houdt Jezus intocht in Jeruzalem. Mattheüs verwijst naar de profetie: "Zegt der dochter Sions: zie uw Koning komt tot u..." (Zach. 9 : 9).
Een koninklijke intocht dus. Dat is minder vanzelfsprekend dan het lijkt. Reden in oude tijden vorsten nog wel op ezels (Gen. 49 : 11 e.a.), het paard als strijdros kwam steeds meer in trek. Salomo negeerde de koningswet (Deut. 17 : 14-20) en bouwde stallen voor zijn paarden. Hij deelde in Israëls begeerte naar een koning gelijk de andere volken hebben (1 Sam. 8: 5).
Hij was niet de enige... Toch kent de profetie "koningen en vorsten, die op de troon van David zitten" en die "door de poorten van deze stad (Jeruzalem) binnenkomen, rijdende op wagens en op paarden, zij en hun vorsten, de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem" (Jer. 17 : 25; 22 : 4).
Koninklijke allure: staatsierijtuigen. Ook in de joodse Messiasverwachting speelt de ezel een rol. Zijn Israëls verdiensten groot, dan komt de Messias "met de wolken des hemels" (Dan. 7 : 13), zijn ze klein, dan komt Hij arm en rijdend op een ezel. Naar die uitleg zou Jezus' intocht een verwijzing zijn naar de zonden van zijn volk. Van een Koning, gekruisigd om de zonden van zijn volk spreekt alleen het evangelie - in viervoud. Dát was in geen mensenhart opgekomen.

Koning en knecht
Een koninklijke intocht. Bereden andere koningen een strijdros, Jezus trekt Jeruzalem binnen op een ezelsveulen. Zijn komst is met vrede. Hem typeert niet macht en onderdrukking maar vrede en zachtmoedigheid.
Hij maakt vrede zonder 'pacifist' te zijn. Zijn intocht luidt de uittocht in van geweld en machtswellust. Hij komt als Knecht Gods wil volbrengen: "dan zal Ik de wagens uit Efraïm en de paarden uit Jeruzalem teniet doen, ook de strijdboog wordt teniet gedaan; en hij zal den volken vrede verkondigen..." (Zach. 9: 10). Zonder 'pacifist' te zijn: geen steen zal op de andere gelaten worden van de stad die van Zijn vrede niet gediend is (Mt. 24 : 2).
Zijn komst is met vrede. Maar die vrede is van een andere orde dan wij kennen: "vrede laat Ik u, mijn vrede geef Ik u; niet gelijk de wereld die geeft, geef Ik hem u (Joh. 14: 27). Geen pax romana - Romeinse vrede die met legioenen soldaten moeizaam overeind moest worden gehouden. Vrede naar de orde van het Koninkrijk der hemelen: Godsvrede. Een vrede die gepaard gaat met zachtmoedigheid. Onmiddellijk gedemonstreerd door een Koning die als knecht niet is teruggedeinsd voor zijn bovenmenselijke taak: "mijn rug heb ik gegeven aan wie sloegen, mijn wangen aan wie mij de baard uittrokken, mijn gelaat heb ik niet verborgen voor smadelijk speeksel" (Jes. 50 : 5,6).

"Vrede" en Vrede
Een koninklijke intocht van ... Gods Knècht. Hij stond niet op zijn rechten maar nam de gestalte van een dienstknecht aan, en werd de mensen-van-alledag gelijk. En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja de dood des kruises ... (Fil. 2 : 5-8). Een bespottelijk koningsschap. Letterlijk. Zie de mens... De soldaten van Rome konden een nieuw koningsspelletje spelen: een koning met een scharlaken (bloedrode) mantel, een doornenkroon, een riet als scepter. Geveinsde hulde: wees gegroet, "gij Koning der Joden! En onverholen minachting voor zó'n koning: zij spuwden naar Hem en namen het riet en sloegen Hem er mee op het hoofd (Mt. 27 : 28-30).
Pilatus speelt het spelletje mee; na de kruisiging laat hij boven Jezus' hoofd een bord aanbrengen: dit is Jezus, de Koning der Joden. Zelfs de beschuldiging is bespottelijk ... (Mt. 27 : 37). En ergert niet Hèm maar de Joden ... Zij eisen, tevergeefs, verwijdering van dat lachwekkend stukje Schrift. Maar Pilatus had, wat Jezus aangaat, de Schriften mogen laten uit-spreken: " ... en zijn heerschappij zal zich uitstrekken van zee tot zee en van de Rivier tot aan de einden der aarde" (Zach. 9 : 10). De Koning op een ezelsveulen en aan een kruis gaat de keizer van Rome te boven. Van Hem gaat een vrede uit waarbij de pax Augusta en het ius romanum (het Romeinse recht) verbleken.

De Koning is dood - leve de Koning!
Het is een Romeins officier wiens ogen open gaan. Ongehinderd door moderne godgeleerdheid, maar geleid door zijn heidense argeloze godsdienst, zegt hij hardop: waarlijk dit was een zoon Gods, een godenzoon. Voor hem zijn keizers godenzonen èn sterfelijke mensen. Hij kan rustig zeggen: "de koning is dood - leve de koning", zoals het later heet.
Maar wat hij niet kan bevroeden, wat geen oog heeft gezien, geen oor gehoord en wat bij geen mens ooit is opgekomen - dat maakt hij mee. De Koning is dood en drie dagen later: leve de Koning! Dezelfde Koning! Een keizer van Rome moge heerschappij voeren "tof aan de einden der aarde". Maar verder dan het horizontale vlak van zijn (gewapende) macht reikt zijn (gewapende) vrede niet. Het is die "Koning der Joden" in wiens hand de sleutels zijn van dood en dodenrijk (Op. 1 : 18) en aan Wie "de naam boven alle naam" wordt geschonken. Opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Heer, tot eer van God, de Vader" (Phil. 2 : 9, 10).
Zijn uittocht uit het graf, uit het dodenrijk brengt heel de wereld op de been - eens bij het laatste oordeel (Op. 20 : 11-15). Op zijn uittocht volgt onze uittocht uit het dodenrijk (ieder in zijn eigen rangrode). Zalig wie zijn vrede hebben aangenomen: zij zullen intocht houden in het nieuw Jeruzalem!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief