Superoverwinnaars

1982-04-16
  • Jaargang 26
  • nummer 15
Dichterlijke overdrijving?
"In dit alles zijn wij meer dan overwinnaars", schreef Paulus eens. En daarmee maakte hij zelfs van het woord overwinnaar een overtreffende trap. Superoverwinnaars zou je kunnen vertalen. Je zou kunnen denken aan een volwassene in Madurodam. Een reus die rondstapt tussen miniaturen. Het lijkt erop dat Paulus' lyrische ontboezemingen niet gespeend is van een behoorlijke dosis zelfoverschatting. In een groepje jonge mensen kwamen deze woorden eens ter sprake. Ze waren eerlijk. Ze keken er vreemd tegenaan. Ze voelden zich eerder steeds weer verliezers dan steeds meer (dan) overwinnaars. Zo in de geest van: "als ik het goede wens te doen, is het kwade bij mij aanwezig." Eigen woorden van diezelfde Paulus (Rom. 7 : 21). Tóen stond hij kennelijk nog met beide benen op de grond. Heeft hij zich kunstmatig opgewerkt, toen hij verder schrijvend het kreeg over "de hoop der kinderen Gods" in het kader van "het lijden van de tegenwoordige tijd" - van wat je zelf meemaakt en ziet (Rom. 8 : 18-30)? Dat is een ander hoofdstuk - en ook een hóófdstuk. Maar je kunt je voorstellen, dat een mens zich juist dan een lilliputter voelt, een kleinduimpje tussen de reuzen, een nietig mensje in de greep van het reusachtige. Bijna een geboren verliezer, een speelbal van orkanen en geweld, een verlorene.

Vroeger was alles makkelijker?
Men heeft wel eens beweerd, ?at de mensen uit Paulus' tijd zich nog betrekkelijk geborgen voelden In hun besloten wereldje: “unheimlich' is de wereld pas in ónze tijd geworden". En we voelen ons 'unheimlich' bedreigd, onzeker, van God en mensen verlaten, een angstige prooi van machten en krachten die we misschien zelf hebben opgeroepen en die ons boven het hoofd gegroeid zijn. 't Is alsof ons hele bestaan bedreigd wordt door reuzen waarbij vergeleken Goliath een kleine jongen was.
'n Schaalvergroting die ons doet huiveren: wat overkomt ons en wat zal ons nog overkomen?
Toch ben ik ervan overtuigd: als Paulus nu leefde, zou hij precies hetzelfde zeggen. ~~j praatte immers niet maar over wat persoonlijke moeilijkheden, Hij kènde de proporties en de drijfkrachten. Hij ziet niet alleen wat christenen lijden en zuchten. Nee: de hele schepping zucht, en zelfs Inzake de Geest spreekt hij over "onuitsprekelijke verzuchtingen (8 : 22-26). Hij vervalt niet in kleine détails maar hij trekt grote lijnen. Wat zijn de concrete bedreigingen, die Paulus ziet? Geen andere dan nu: dood èn leven, engelen en machten, heden en toekomt krachten hoogte en diepte. De dood is een voortdurende bedreiging en vluchten is niet mogelijk voor de laatste vijand. Maar het leven óók: soms is de angst om te leven groter dan de angst voor de dood. Onvoorstelbaar? Was het maar waar...

Het 'schema' van deze wereld
De toekomst kan angstwekkend schijnen (de futurologen zijn wisselend optimistisch en pessimistisch. Maar het heden kan ondraaglijk zijn... Er zijn krachten, die - eenmaal ontketend, losgebroken - niet te houden zijn: "engelen" - machten achter de schermen, die spotten met alle menselijke berekening. Je moet verder durven kijken dan je neus lang is - maar àls je dat doet...
Paulus kende in zijn tijd het 'schema' van deze wereld, de bepalende factoren van het leven. Deze 'antieke' mens dacht en leefde puur triodern. Hij doorzag het bestaan, had er ook de moed voor. Vluchtte niet in een schijnwereld, maar bleef realist. Misschien meer dan wij die geneigd zijn de angst en onzekerheid van anderen af te doen met een bijbels zoethoudertje: alles wordt nieuw. Ja - maar ik wil wel weten waar ik vandáág aan toe ben met de toekomst. Paulus doorzag (gelukkig) de proporties. Hij werd niet verlamd door een gevoel van onmacht. Evenmin door radeloosheid en wanhoop - juist omdat hij alles in de juiste proporties zag. Want al die machten (antieke of moderne), die 'reuzen' zijn uiteindelijk niet meer dan ... schepselen. En tegenover wat "maar" schepsel is, plaatst hij God. Dood en leven, heden en toekomst, engelen en machten, al waren het supermachten, zijn niet meer dan schepselen, die zich buiten Hem om niet roeren of bewegen kunnen.

De juiste proporties
Geen macht ter wereld is zelfstandig, onaantastbaar, onoverwinnelijk - zelfs de dood heeft niet het laatste woord. Vandaar Paulus' retorische en toch echte vraag: welke macht kan definitief scheiding maken tussen ons en Gods liefde? Wie of wat kan God ooit verhinderen ons met zijn liefde te omringen en te beschermen? Alle machten (vergeet de Boze niet) hebben eens samengespannen om Hem de voet dwars te zetten op Golgotha. Ook de zonden der mensen. Het 'heden' werd een hel, de 'toekomst' een gesloten en verzegeld graf voor de Redder der wereld. En de afloop? Moest God er zich bij neerleggen! Afgezien van zijn voornemens om onverlaten van zijn liefde te laten proeven (Ps, 34 : 9)? Hij kon amper het daglicht van die afgesproken derde dag afwachten om, zonder getuigen, als een ontroerde Vader zijn Zoon te wekken en te begroeten: gij goede en getrouwe Dienstknecht. .. En zijn knecht instrueerde zijn gezanten om het evangelie van Gods genade te verkondigen, te beginnen in Jeruzalem! De hele vraag is: hoe kijken we tegen (het schema van) de wereld aan?
Kennen we de juiste proporties - ook in deze angstwekkende tijd, zelfs onze eigen menselijke boosaardigheid inbegrepen? En hèrkennen we Gods onoverwinnelijke majesteit en kracht? Geloven we, dat Hij bij machte is eens heel de wereld op de been te brengen en met ontroerende liefde te begroeten hen die Jezus' verschijning hebben liefgehad?

Gegarandeerde geborgenheid
Verbonden met Hem zijn we superoverwinnaars. Is die verbondenheid er? Dat geloven, vertrouwen dat Hij winnen wil - Hij die in zijn verbond de hand ons toegestoken heeft? Hij staat er nog steeds volkomen achter en wie is bij machte een scheiding te forceren tussen zijn liefde en óns? Wie zich, als Paulus, gewonnen geeft aan zijn genade ("tot een voorbeeld voor hen, die later op Hem zouden vertrouwen", 1 Tim. 1 : 12-16) vindt in deze 'unheimliche' wereld toch geborgenheid en zekerheid - door het geloof. Wie daarvan uitgaat, ervaart: Gods liefde is door niets en niemand te stuiten - er is hoop, ook voor deze wereld. "Want ik ben verzekerd... ": de zekerheid, de garantie ligt in God zelf (en niet in ons) en wordt ons deel door Hem ons volle vertrouwen te schenken. Hij heeft gewonnen. Zelfs op Golgotha. Waarom dan vandaag niet?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief