De verzoeking in de woestijn (2)

1981-08-21
  • Jaargang 25
  • nummer 29
Satanisch woordgebruik
Belangrijk is het ook te letten op het schriftgebruik van de satan.
Hij citeert de bijbel letterlijk, daar mankeert het niet aan.
Hij verandert geen woorden en laat geen woorden weg. Wel heel duidelijk komt dit naar voren bij de tweede verzoeking. De duivel wijst op enkele verzen uit Psalm 91.
De dichter spreekt hier van zijn vertrouwen op God, van zijn verwachting dat God bescherming geeft, dat God een toevlucht is.
Vanuit dat vaste geloof kan hij het zeggen dat geen onheil de gelovige zal treffen, dat God zelfs Zijn engelen zal inschakelen om hen te beveiligen.
Deze woorden uit Psalm 91 houdt de satan aan Jezus voor als hij Hem voorstelt van de tempel te springen. Het lijkt gevat maar het is geraffineerd. De satan doet alsof hij Jezus bij het geloof in God wil behouden, maar intussen probeert hij Jezus te brengen tot het verzoeken van God, het uit-proberen van God, het Zich losmaken van God. Zo wordt gebruik van de bijbel tot misbruik, tot onbruik. Zo wordt het gebruik van bijbelteksten en bijbelgedeelten tot een nietszeggend spreken.
Jeremia zegt tot het volk (23 : 16) dat de valse profeten 'spreken het gezicht van hun eigen hart, niet uit des HEREN mond'. Zo'n valse profeet is de satan. Hij wil Jezus hebben en daarom moet de Vader uit het gezichtsveld. 'Als je Gods Zoon bent, heb je God toch eigenlijk niet nodig, dan kun je alle dingen zelf wel regelen'.
Op deze manier wordt God overbodig, is Hij geen bron en geen norm meer.
Misbruik van Gods woorden kunnen we vandaag op verschillende manieren tegenkomen. Ik denk aan veel moderne bijbeluitleggers met hun schriftcritiek, die als het er op aankomt, Gods woord relativeren. Ik denk ook aan het starre denken van zgn. behoudende mensen die vaak geen enkel oog hebben voor het feit dat de bijbelschrijvers hun woorden hebben gesproken in bepaalde situaties. In beide gevallen wordt de bijbel geannexeerd ten behoeve van zichzelf.

Het kwaad in de wereld
De geschiedenis van Jezus in de woestijn plaatst ons ook heel duidelijk voor de vraag waar het kwaad in de wereld vandaan komt.
Met die vraag zitten we vaak.
Wij zeggen het vaak met de woorden van de duivel 'indien God werkelijk Vader is, waarom dan al dat lijden, al die narigheid?' In de gereformeerde wereld is heel het wereldgebeuren vaak verbonden aan wat God van eeuwigheid zou hebben bepaald.
Het is de vraag of dat juist is.
't Is de vraag of God de grote 'toelater' is. Bij de verzoeking in de woestijn is het in ieder geval duidelijk geworden dat de satan de boze is, zo openbaart hij zich.
De satan wil het reddende werk van God in deze wereld tegenhouden.
Jezus is naar de aarde gekomen om te redden en te genezen, om het lijden en de ziekte te overwinnen. Hij wil zelfs de woestijn doen bloeien als een narcis (Jesaja 35 : 1), van die woestijn maken een oord van vreugde.
Satan wil dat verlossende werk van Jezus tegenhouden, maar dat betekent ook dat satan alles te maken heeft met het kwaad in de wereld. In het evangelie van Johannes wordt hij genoemd de mensenmoorder van het begin.
Ziekte en dood, vervolging en marteling hebben alles te maken met de duivel. In de woestijn probeert satan een wig te drijven tussen Jezus en Zijn werk.
Eén ding blijkt echter ook nog in de woestijn, nl. dat God er is.
Hij is de woestijn, Hij is daar waar honger en dorst zijn. De duivel doet alsof God buiten het gebeuren staat. Hij zegt tegen Jezus: 'aanbid mij maar en dan zal ik je alles geven'. Hij doet alsof God met deze aarde niets te maken heeft, alsof hij het op aarde alleen voor het zeggen heeft. Satan mag dan in de bijbel genoemd worden de overste van deze wereld, maar dat betekent niet dat God buiten deze wereld staat.
Jezus wijst ook deze verzoeking af, Hij vindt het allemaal ook wel genoeg en wijst de satan terug.
Hij stuurt hem weg en dan is het ook afgelopen. Dat betekent niet dat satan heeft opgehouden Jezus te bestrijden. In Matth. 16: 23 wordt ons verteld dat de Heiland zijn discipel Petrus een satan noemt als deze Hem wil afbrengen van Zijn roeping.
Over het kwaad, het lijden, de narigheid zullen we niet gauw uitgedacht raken. Dat alles zal bij ons vragen blijven oproepen, we zullen er nooit mee kláár komen. Maar één ding is toch wel duidelijk dat Jezus Zelf in dat lijden is gekomen, dat Hij Zelf smarten heeft gedragen. In het lijden, in de woestijn, kom je altijd Jezus tegen, niet als de wonderdoener maar wel als de redder.
Hij draagt onze lasten, Hij is aanwezig in onze verwarring, Hij was bereid om in de woestijn Zijn leven te verliezen teneinde het zó te behouden.

Na de verzoeking
De evangelist Markus heeft maar een paar verzen gewijd aan de verzoeking in de woestijn, maar die verzen zijn wel veelzeggend (1 : 12, 13): 'En terstond dreef de Geest Hem uit naar de woestijn.
En Hij werd in de woestijn veertig dagen verzocht door de satan en Hij was bij de wilde dieren, en de engelen dienden Hem'.
Jezus heeft geweigerd van stenen brood te maken, maar nu komt er eten.
Jezus heeft geweigerd engelen te roepen om Hem te helpen, maar nu komen ze om Hem te dienen, te bedienen.
Jezus heeft geweigerd macht en heerschappij te ontvangen uit handen van de satan, maar nu heeft Hij zelfs macht over de wilde dieren.
Jezus mag ervaren dat aan wie heeft zal gegéven worden.
Eens vonden in de woestijn God en het volk Israël elkaar in het éne Verbond.
Hier vinden God en Zijn geliefde Zoon elkaar nadat die Zoon heeft laten zien echt een zoon van God te zijn.
En dan is het voor Jezus even een hemel op aarde.
In Openbaring 12 wordt ons verteld dat de vrouw 'die het kind gebaard had' wordt gevoerd naar de woestijn. De gemeente van Christus bevindt zich veelszins in de woestijn.
Maar in die woestijn kom je altijd Jezus tegen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief