Geloven onder de ergste omstandigheden
2008-07-04
Neerlandica Bettine Siertsema (1955) van de Vrije Universiteit in Amsterdam houdt zich al jaren bezig met egodocumenten uit de nazi-concentratiekampen.- Jaargang 52
- nummer 14
Sinds de jaren tachtig kwam een enorme stroom van dagboeken en memoires op de markt.
November vorig jaar promoveerde zij op een studie over de vraag: wat heeft de kampervaring gedaan met het geloof van het slachtoffer?
Hoe is het voor u begonnen?
'Ik vroeg me af, waarom mensen die de concentratiekampen overleefden niet compleet gek waren geworden.
Vanaf het begin speelde daarbij de geloofsvraag mee, al vroeg ik me ook bij niet-gelovige schrijvers af, hoe ze zich nog in de wereld konden bewegen na zo'n ervaring.' Heeft dit onderzoek u veranderd?
'Het is niet gemakkelijk dat van jezelf te zeggen. Het heeft natuurlijk wel invloed, maar ik ben op fundamentele punten niet anders gaan denken. Aan de ene kant kom je wel iets verder met allerlei stukjes aanwijzen, ook al krijg je daarbij nooit greep op het geheel. Aan de andere kant is mijn verbijstering over wat mensen elkaar aandoen nog groter geworden. Dat houdt me nog steeds bezig. Mijn gebrek aan zekerheid op religieus vlak is er vooral door bevestigd.'
Ik vind het heel opvallend dat de dagboeken en memoires over het algemeen weinig zeggen over de daders, de SS. Hoe is dat mogelijk?
'Dat is inderdaad opvallend en er zijn diverse verklaringen voor te bedenken.
De eerste is een praktische, namelijk dat in de Duitse en Poolse kampen de SS ook niet zo direct te maken had met de gevangenen. De Duitsers hadden voor de bewaking en de dagelijkse leiding een speciale ´grijze´ laag in het leven geroepen.
Dat waren medegevangenen die extra beloning kregen voor dat werk. De SS was voor de gevangenen vaak letterlijk buiten beeld. Een andere verklaring is een psychologische. Ik herinner me dat Abel Herzberg ergens zegt dat hij er zich expres niet mee wilde bezighouden. Waarom? Omdat wreedheid ook besmettelijk kan werken, zegt hij dan. Dus mensen lieten de SS ook uit zelfbescherming buiten beeld. De SS´ers worden in de dagboeken vaak duivels of beesten genoemd. De overlevenden zagen hen als een aparte categorie, die niet meer als menselijk te herkennen is.´
Wat concludeert u over de Joodse auteurs die u onderzocht hebt?
´Er is maar een klein deel dat je echt religieus zou kunnen noemen. Van de orthodoxen kun je zeggen dat hun geloof niet echt aangetast werd.
Maar er zijn ook anderen. Een typisch voorbeeld is Eli Cohen. Hij maakt over zijn geloof hele dubbele opmerkingen.
In sommige teksten zegt hij dat hij nooit heeft geloofd, dus ook voor de oorlog niet. Maar in andere teksten zegt hij dat hij het geloof in Auschwitz heeft verloren. Hij heeft het bestaan van God nooit ter discussie gesteld, maar wel de relatie met God. God heeft volgens hem het verbond gebroken.´
U concludeert dat de geloofsvraag bij de christelijke auteurs anders ligt en dat zij hun geloof over het algemeen niet verloren hebben. U had wat anders verwacht.
´Je moet daarbij bedenken dat de christelijke memoires vooral vlak na de oorlog zijn geschreven. We weten van de meesten niet hoe het in hun leven verder is gegaan. Misschien hebben die effecten op hun geloofsleven zich pas na jaren voorgedaan. Dat je geen grote veranderingen ziet is ook wel verklaarbaar, vind ik. Als je dingen meemaakt die aan de fundamenten van je bestaan rukken, dan houd je je vast aan je zekerheden.
Terwijl misschien later pas de vragen komen. Ik kan me goed voorstellen dat je geen behoefte hebt om aan je zekerheden te gaan tornen op het moment dat je alles nodig hebt om je hoofd boven water te houden.´
U schrijft ergens, dat het wrang overkomt dat sommige christenen zeggen dat ze hun overleven rechtstreeks aan God te danken hebben. Maar is dat niet heel menselijk; op dat grote niveau geen antwoord hebben en toch God danken voor je persoonlijke overleven?
'Ik hoop dat ik dat ook duidelijk heb gemaakt. Dat je heel goed dankbaar kunt zijn voor je overleven en dat je daarin de hand van God ziet. Maar wat ik dan raar vind is, dat zoiets argeloos wordt geponeerd zonder er een vraag aan te koppelen. Schrijf je dan de dood van al die anderen ook aan God toe of aan zijn toelaten daarvan? De overlevingskansen van de gevangenen die zich schofterig gedroegen waren aanzienlijk groter dan die van anderen. Dat moet je dan ook meenemen.'
Het slotwoord in uw 'Persoonlijk nawoord' is: 'Dus dat aan déze zijde van de dood de kern van menselijkheid zich zal voortplanten en aan kracht en bereik zal winnen, is iets waar alleen op gehoopt kan worden als er ook aan gewérkt wordt.' Laat de geschiedenis van de mens en Auschwitz niet juist zien dat het van de mens niet te verwachten is? Ik lees in uw proefschrift dat de christelijke auteurs ook zoiets zeggen: niet het godsbeeld, maar het mensbeeld heeft in het kamp deuken opgelopen.
'Dat is zeker een heel kwetsbaar doel. Het is zonder meer waar: dit kan nog een keer gebeuren. Ik beschouw het sterk als een opdracht voor iedereen persoonlijk. Laten we onze bijdrage aan die menselijkheid geven. Je kunt wel je gedachten hebben over progressie in menselijkheid. Dat is ook weer het wrange van de dagboeken. Ik kwam daarin de hoop tegen dat het na de oorlog beter zou gaan, maar mensen werden daar later ontzettend in teleurgesteld. Elie Wiesel heeft zich bijvoorbeeld enorm ingezet om de wereld beter te maken, maar moet elke keer weer vaststellen dat dat niet lukt.'
Kunt u lijnen trekken naar vandaag nu we opnieuw onverdraagzaamheid en vreemdelingenhaat zien?
'Ik ben juist de afgelopen dagen door het lezen van allerlei artikelen weer bewust geworden van het gevaar van het wij-zijdenken, het denken in groepen. Nu lijkt dat allemaal nog vrij onschuldig. Neem nou Trots op Nederland. Nou ja, ik ben ook trots op Nederland! Ik vind dat we relatief gezien een geweldige samenleving hebben, maar hier zit naar mijn idee zoiets engs onder. Ik ben op het moment bezig met de Neurenberger wet. Dat is de rassenwet uit de tijd van Hitler waarin het ene ras boven het andere wordt gezet. En nu zie je in onze tijd weer zulke gedachten! Ik ben geen apocalyptisch denker of iemand die snel een nieuwe wereldoorlog ziet uitbreken, maar het is in aanleg hetzelfde. Dat hoeft helemaal niet te zeggen dat het in de uitwerking ook zo gaat. Daar wil ik Rita Verdonk niet van beschuldigen, maar het gevaar zit er wel in. Wat je daar tegenover kunt stellen, is het individu.
Dat je iemand allereerst ziet als individu en dan als lid van een bepaalde groep. Dit zie je allemaal ook internationaal.
Ik vind het verschrikkelijk hoe Amerika het martelen van gevangenen toelaatbaar acht. Al zijn die terroristen nog zulke grote schoften, dit is zo'n glijdende schaal. Terwijl Amerika het moreel leiderschap van de wereld op zich wil nemen. Je hebt misschien een vergelijkbare positie als de omstanders van toen, namelijk dat je in politiek opzicht totaal machteloos bent. Wat zal Bush zich aantrekken van wat een mevrouw in Amsterdam daarvan vindt? Zo krijg je ook begrip voor de omstanders van toen.'
Het valt me op dat het in de tijd van Hitler allemaal zo geleidelijk is gegaan. Er treden bepaalde mechanismen in werking. Zou je die herkennen als dat vandaag ook zo gaat?
'Het is heel belangrijk dat de democratie niet wordt gegijzeld door zulke mechanismen. Want Hitler is democratisch aan de macht gekomen. Als je kijkt naar de rassenwetten, dan zie je dat zulke dingen al eerder speelden.
Dat in de jaren twintig gemengde stelletjes al werden aangevallen. Die wetten worden vervolgens ingevoerd onder het mom: dan kun je die mensen ook beschermen. Vervolgens gaat de dynamiek verder, want rassenscheiding heeft dan de kracht van wet gekregen. Dat beïnvloedt de mensen vervolgens ook weer in hun denken en zo gaat het van kwaad tot erger.'
Hebben uw proefschrift en uw conclusies betekenis voor de theologie na Auschwitz? De gedachte dat God machteloos mee-lijdt? Even heel boud: moet die theologie worden herzien in het licht van deze conclusies?
'Wat mij betreft wel. Gelukkig is niet zozeer sprake van dé theologie. Het woord machteloos is wel erg sterk, maar het idee van een almachtige God heeft voor mij echt afgedaan. Voor mij zijn de Shoah of een genocide als in Rwanda een groot probleem. Het idee dat God kan ingrijpen en het niet heeft gedaan.
Dan kan ik beter uit de voeten met het idee dat God niet kón ingrijpen. Ik herken me meer in Elie Cohen dan in christelijke auteurs, die God als een almachtig Vader zien. Hoewel ik dat ook wel heel mooi vind. Ik werd erg ontroerd door de memoires van bijvoorbeeld Overduin, waarin ik heel sterk de kracht van het geloof ben tegengekomen. Mensen waren door hun geloof in staat staande te blijven, ook moreel soms. Tegelijk kan ik het idee dat er toch een instantie moet zijn die de norm uiteindelijk handhaaft ook weer niet loslaten. Er is een norm waaraan onze menselijke verantwoordelijkheid moet voldoen.
Zonder dat oordeel van God wint het kwaad bij elke moord en bij elk kind in de gaskamer. En daar kun je als mens ook niet in geloven.'
Drs. Laurens van Baardewijk is predikant van de NGK in Loosdrecht en lid van de redactie van Opbouw.