" ... tenzij de Vader… hem trekke"

1981-09-04
  • Jaargang 25
  • nummer 31
Meer dan genoeg van of aan Jezus?
Brood-dronken zou je die vijfduizend mensen kunnen, noemen, die uit Jezus' handen méér dan genoeg hadden aan vijf broden en twee vissen.
Het blijkt uit hun reacties: ze wilden Jezus met alle geweld koning maken (Joh. 6 : 15).
Ontnuchterend is de volgende dag de Schriftverkondiging in de synagoge, getuige de reactie van velen van Jezus' discipelen: "deze rede is hard, wie kan haar aanhoren?" (6: 59,60). Nu hebben ze meer dan genoeg van Hem.
De emotionele discussie (dat kán in een synagoge) beweegt zich rond Jezus' pretentie: Ik ben het brood Gods, het brood des levens, het levende brood (6 : 32, 49, 51).
Gezien de vorige dag is de benaming "brood" veelzeggend. Ze werd trouwens ook uitgelokt door de vraag: "Wat voor teken doet Gij dan, opdat wij mogen zien en u geloven? Wat voor werk doet Gij? Onze vaderen hebben het manna in de woestijn gegeten, zoals geschreven is: Brood uit de hemel gaf Hij hun te eten" (6 : 30, 31).
"Mozes" is - uiteraard - geaccepteerd in de synagoge. Hij wordt er elke sabbath gelezen, verslonden zou je kunnen zeggen - ze kennen Exodus 16.
Maar met "Jozua" - Jezus - weten ze geen raad. Met Hem zijn ze nog niet klaar. Evenmin als Hij met hen.

Onverteerbare kost
De brood-vraag is in een andere vorm teruggekeerd. De reactie is nog dezelfde als in Mozes' dagen: "de Joden dan morden over Hem, omdat Hij gezegd had: Ik ben het brood, dat uit de hemel nedergedaald is ... " (6 : 41).
Ze beginnen onder elkaar, hardop, te morren, te murmureren zoals de Statenvertaling welluidender vertaalt. Maar het gemurmel van hun stemmen had Mozes en de HERE God in de woestijn niet als muziek in de oren geklonken. Toch mochten ze op water en brood leven (Ex. 15: 22 V.v.; 16: 1 v.v.). En dat is al heel wat in een woestijn. Hun gemurmureer laat horen, dat ze met Mozes ook niet meteen klaar waren. Hoe lang heeft het niet geduurd voor ze hem hadden geaccepteerd - ten volle - als gezant van God?
Nu staat of liever zit daar in de synagoge een andere gezondene, een mensenzoon die als oudtijds een slaaf het merk van zijn Eigenaar / Opdrachtgever draagt (6 : 27). Wat hebben ze het moeilijk. Niet met zijn brood en vis maar met Hem zélf . . . Ze brengen het ook hardop onder woorden (dat kán in een synagoge). Hoor: "Is dit niet Jozua (Jezus), de zoon van Jozef, wiens vader en moeder wij kennen? Hoe zegt Hij nu: Ik ben uit de hemel nedergedaald?" (6 : 42). De zinspeling op het manna ontgaat hun niet, maar de zingeving in Jezus' persoon blijft onverteerbaar.

Onontbeerlijke hulp
Hoe kunnen ze deze Jozua na Mozes accepteren? Nuchter bekeken: dat kan niemand. Jezus scheldt ze dan ook niet de huid vol. Hij beperkt zich tot een simpel: "Mort niet onder elkaar" (6: 43). Met als "afterthought", als bijkomende, Hem invallende gedachte: "Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke ... " (6 : 44). En zo knoopt Hij aan bij wat Hij steeds weer herhaalt: Ik ben (ook maar) gezonden, gestuurd door een ander. Evenmin als Mozes Israel eigenhandig brood kon geven (6: 32), evenmin kan Hij dat en evenmin kan Hij op eigen gezag en kracht het brood des levens zijn. Hij kan het niet zijn en Hij kan het niemand geven, tenzij ... Hij kan voor die, voor de mensen niets zijn, niets betekenen (net zo min als Mozes of wie dan ook) tenzij ... Wil fIij ooit voor iemand iets betekenen, dan moet er heel wat meer gebeuren. Alleen, op zichzelf genomen, met alle overtuigingskracht die Hij beziet, zelfs met de thor ah voorhanden in een synagoge, is Hij, het brood des levens, voor mensen onverteerbaar. Waarom zullen ze Hem accepteren in goed geloof? Er hebben er al zoveel zichzelf gepresenteerd als de enig ware, de onmisbare, de weg, de waarheid, het leven ...
Waarom zullen ze vallen voor deze zoon van Jozef, wiens vader en moeder zij kennen?

Leren verteren
Jezus heeft dat beseft. En in zekere zin geaccepteerd. Daarvoor weet Hij te goed dat Hij (maar) een mensenzoon, een gestuurde knecht is. Hij is niet gekwetst in zijn ijdelheid, zoekt ook niet zijn eigen eer. Maar tegelijk weet Hij als gezondene: Ik sta niet alleen, evenmin als een Mozes alleen stond. Alleen de Zender, de Vader kan deze mensen zover brengen, dat zij Hem als het ware brood (6 : 32) aanvaarden. Hij verwacht het niet van zichzelf maar van de Vader, die Hem gezonden heeft. Die moet hen "trekken", die moet hen er dan wel met de haren bijsleuren - want uit zichzelf waren ze allang vertrokken, was de synagoge allang leeg en verlaten geweest, lieten ze Hem met al zijn "pretenties" er alleen zitten om voor nog minder dan stoelen en banken te preken.
De Vader moet hen "trekken" (alle eer aan Hem!). Maar dat doet Hij dan ook. Dat zullen ze, op vreemde manier, wel merken. Hij trekt ze naar de intocht in Jeruzalem (hosanna), naar de rechtszaal van Pilatus (kruisig Hem), naar Golgotha-buiten-de-heilige stad (en zij spotten met psalmwoorden), naar het lege graf (een leugen - zijn discipelen hebben Hem weggenomen), naar de tempel in pinksterfeeststemming (te veel wijn op!), naar de (volgende) gezanten/apostelen: mannen broeders, wat moeten wij doen ... ? (Hand. 2: 37 v.v.). Ja, 't is de Vader die vele malen en op vele wijzen hen "trekt", er bij de haren bijsleurt!

Neemt, eet en leeft!
Ken u zelf en ken uw God: zo had ook Jezus het uit de Schriften geleerd.
Van kind af is Hij daarmee doende geweest (Luc. 2: 40-52). Daarom kan Hij met volle overtuiging een beroep op de Schriften (en daarmee op de Vader) doen. Zijn optreden en positie is niet dubieus en hachelijk: "Er is geschreven in de profeten: en zij zullen allen door God geleerd zijn. Een ieder, die het van de Vader gehoord en geleerd heeft, komt tot Mij ... " Staat niet in Jes. 54 : 13 (vgl. 50 : 4) geschreven: "al uw zonen zullen leerlingen des HEREN zijn"? Gód geeft catechisatie en maakt mensenkinderen tot God-geleerden. Gods handelen met Israël is één brok onderricht (Ps. 78; 1 Cor. 10: 1-13). Jezus kan het weten: "in de boekrol is over mij geschreven" (Ps. 40 : 8; Hebr. 10 : 7). En in de synagoge zegt Hij: over ti ook. Hoor naar en leer van de Vader. Dan kom je uit bij Mij.
En wie komt: "Ik zal hem opwekken ten jongsten dage" (6 : 44)!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief