HEMELS BROOD
1981-09-04
Over de eerste ds. W. H. Gispen had ik het vorige week al.- Jaargang 25
- nummer 31
Jarenlang hebben de mensen genoten van zijn "Brieven aan een vriend in Jeruzalem", die je wekelijks in "De Bazuin" vinden kon. Maar ze konden zich niet voorstellen, hoeveel er vastzat aan het schrijven van zo'n artikel.
In zijn zwanezang heeft Gispen het erover in de laatste week van 1899. Ik geef zijn betoogje in mijn woorden weer. Hij legt een verbinding met de preken.
Menigeen die een preek hoort, denkt: Zo had ik het ook wel gekund. Of: Ik had het nog beter gedaan.
Gispen denkt dan aan het "manna", het hemels brood. Dat moest eerst worden ingezameld, daarna bereid.
Er was werk aan te doen en er was tijd voor nodig. Ook een zekere rust. Zo is het met het maken van preken, wil Gispen zeggen. De gemeente wil elke zondag hemels brood, en het moet niet alleen goed zijn maar ook nog smakelijk. Ze is er niet tevreden mee, als 't heet uit de oven op tafel gezet wordt, nee, het moet nog gaar zijn ook.
Maar dan is 't wel nodig, dat de prediker de tijd krijgt om te verzamelen en de nodige rust om z'n inspiratie op te doen en om dan tenslotte een ontwerp uit te voeren. Gispen zegt: "Dan moet de gemeente niet eisen dat hij de gehele week kopje-onder doet in de gemeente met onnodige bezoeken, vergaderingen en verenigingen, want dan wordt het niet veel goeds op de Zondag".
Overigens vermoed ik, dat het niet altijd de gemeente is, die veeleisend is wat de werktijd betreft van de dominee, maar dat hijzelf teveel overhoop haalt.
Voor ons geldt een variant op 't oude rijmpje: "Spreek wat gaar is".