Het Liedboek
1981-09-04
Lied 109 In dit Lied zijn naast de elementen uit het aangegeven Schriftwoord (Openb. 7: 9-17) ook enkele opgenomen uit andere gedeelten van het boek Openbaring, zoals b.v. de glazen zee en de overwinning op satan. Daardoor wint het beeld van het nieuwe vrederijk voor hen die, komend uit de verdrukking, hun klederen gewassen hebben in het bloed van het Lam nog aan diepte wat vorm en inhoud betreft.- Jaargang 25
- nummer 31
De melodie past zeer goed bij de tekst als uiting geven aan en vertolking van de overwinning.
Tekst: 3; melodie: 3
Lied 110 Dit Lied is een tot een viertal coupletten gereduceerd oud gezang van 67 coupletten (oorspronkelijk 83), zoals het als gezang 46 voorkomt in de bundel Evangelische Gezangen van de Ned. Herv. Kerk van 1806. Het Lied vertoont - mogelijk als gevolg van de selectie (nI. de coupletten 48, 56, 58 en 63) - weinig onderling verband.
De uit de 16e eeuw stammende melodie is mooi en niet moeilijk. De vraag is gesteld of de samenhang van woord en toon bij dit lied wel evenwichtig getroffen is (Comp. 93).
Tekst: 3; melodie: 3
Lied 111 Bij dit Lied is het verband met de aangegeven tekst (Openb.19 : 1-5) niet steeds duidelijk. "Het geeft nogal vrij het "oordeel over de grote hoer" weer" (Comp. 323). Daarbij vergt strofe 3 in 't bijzonder nogal wat uitleg en overweging om de zin ervan te kunnen vatten. "Een offer dat Hem zwijgend eert boven begrip en rede" is niet direct klare taal.
Dit lied lijkt ons niet een duidelijke aanwinst voor de kerkzang.
Dit laatste geldt o.i. ook voor de melodie.
Tekst: 2; melodie: 2
Lied 112 Ook van dit Lied geldt dat de relatie met het aangegeven bijbelgedeelte maar zeer betrekkelijk is. Daarbij vallen enkele strofen (6 t/rn 9) wat stijl en inhoud betreft wel wat uit de toon: "Hij is de overgave, Hij wil geschonken zijn. Hij is de wijn, de zoete, die nimmermeer verschraalt (strofen 7 en 8). En waarop slaat de 3e regel van strofe 5: "Vergeten zijn de dromen" ?
De melodie is weinig-zeggend, al geeft het Compendium dan ook een zeer uitvoerige toelichting (Comp. 325).
Tekst: 2; melodie: 1
Lied 113 De dichter noemt dit Lied "een Lied over het Laatste Oordeel - het oordeel dat bevrijdt - naar Openbaring 20; 11 tot 21 : 4" (Comp. 327). Bij nadere beschouwing blijken diverse elementen uit dit bijbelgedeelte te ontbreken. Zo is er b.v. geen plaats gegeven aan de veroordeling (20 : 15), terwijl het feit dat God bij de mensen woont in het nieuwe Jeruzalem (21 : 4) geheel ontbreekt.
Voorts moet als bezwaar worden genoemd dat de tekst hier en daar nogal een vervlakking vertoont: er is niet "opnieuw een wereld" (strofe 4), maar een nieuwe wereld. Op deze wijze wordt het slot van deze strofe vrij sterk horizontalistisch gekleurd. De eerste verzen van Hoofdstuk 21 komen dan ook onvoldoende tot hun recht.
De melodie komt ons niet erg geslaagd voor.
Tekst: 1; melodie: 1
Lied 114 Dit Lied is belangrijk beter van inhoud dan het voorgaande.
"In het lied over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde volgde ik de bijbeltekst van Hoofdstuk 21, de eerste vijf verzen, maar breidde die tekst uit enerzijds en bekortte hen anderzijds", aldus de verantwoording van de dichter (Comp. 328). De weergave van dit visioen van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waar God bij de mensen woont, komt behoorlijk tot haar recht.
De melodie past uitstekend bij dit kerklied.
Tekst: 3; melodie: 3
Lied 115 "Zoals het vorige Lied een vertolking was van het eerste viertal verzen van Openb. 21, zo wil dit een vertolking van het tweede viertal verzen zijn. Met dien verstande dat het achtste vers zich moeilijk zingen laat. Het is dan ook maar terloops aangegeven in de vierde strofe" (Comp. 328). In grote lijnen gezien voldoet het lied aan deze opzet. Toch zijn er wel enkele zwakke punten aanwijsbaar: .zo had strofe 2 in aansluiting aan strofe 1 - en aan de tekst - wellicht beter in de 1e persoon kunnen zijn gesteld. De eerste regels van strofe 4 zijn zwak van vorm en inhoud: "Ik zal hem een God zijn en hij zal Mij een zoon zijn" (vers 7) wordt als volgt weergegeven: "God zal hun Vader wezen en zij der waarheid kind".
De buitengewoon fraaie volksliedmelodie dateert uit de 16e eeuwen betekent een aanwinst voor het Nederlandse kerkliedrepertoire.
Tekst: 3; melodie: 3
A. t.a.v. de tekst der liederen: het cijfer 1 bij niet voluit Schriftuurlijke tekst, b.v. vanwege het humanistisch karakter of door een sterk piëtistische inslag; het cijfer 2 bij een weliswaar Schriftuurlijke, maar niet direct begrijpelijke, en aanspreekbare tekst; het cijfer 3 als de tekst volkomen Schriftuurlijk en zonder meer verstaanbaar is.
B. t.a.v. de melodie der liederen: het cijfer 1 voor een niet-aanvaardbare melodie; het cijfer 2 voor een onbekende melodie die na enige oefening, eventueel met behulp van een koor, door de gemeente wel te zingen is en voorts ook voor een melodie die niet bepaald tot "de beste" behoort; het cijfer 3 voor "een goede" melodie, geschikt voor de gemeentezang.