Een "dichter" over God
1981-09-04
Naar aanleiding van de artikelenreeks over dichters wil ik dit keer uw aandacht vragen voor een amateur-dichter: de heer M. Martinus uit Arnhem.- Jaargang 25
- nummer 31
Vorig jaar werkte ik enkele maanden op "Het Dorp" als vakantiehulp, dit jaar doet mijn vrouw dat enkele weken. Het is een vreugde om met gehandicapten om te gaan, vooral de gelovigen onder hen zijn vol vertrouwen in God. Eén van hen is M. Martinus (zeg maar René) uit de Enkweg. Eén dezer dagen zocht ik hem op om hem zomaar eens wat te vragen over zijn leven.
René werd geboren op 2 juni 1942 te Oosterhout als zoon van een opzichter bij de NV. Grondmij. Hij is vanaf zijn geboorte gehandicapt, omdat hij geboren werd met een open rug. Inmiddels is hij al bijna 20 jaar met dichten bezig.
Kun je vertellen waarom je met dichten begonnen bent?
"Ik zat op school van de Johannastichting.
Daar zat ik al elf jaar en ik zat vreselijk te tobben met wiskunde.
Naai zolang getobd te hebben zei de leraar: "René, je hebt zoveel dingen waarin je uit kunt blinken, ga je daarin bekwamen!"
Zo is het begonnen. Nu hoef ik niet meer zo nodig wiskunde te kennen.
Dichten ligt mij en dat kan ik.
Welke dingen gaven je een stimulans daarin?
Heel veel mensen in Het Dorp voelden zich erdoor aangesproken. Ik woon hier als sinds 1968. Zo heeft dus ook het leven in Het Dorp zijn positieve kanten.
Je gedichten zijn duidelijk op geloof gericht, waarom eigenlijk?
't Is mijn grote bewondering voor alles wat leeft en bloeit en ik geloof pertinent niet in toeval. Ik geloof zeer zeker dat Gods hand er alles mee te maken heeft. Iets kan niet toevallig ontstaan zijn. "
Hoe ervaar je God in je eigen leven?
Ik heb werkelijk lief en leed meegemaakt.
Ik ben 7 jaar en 2 maanden getrouwd geweest, toen is mijn vrouw overleden na een ernstige ziekte. Ook tijdens mijn huwelijk heb ik lief en leed meegemaakt.
Toen we zelfs wilden scheiden en ik mijn trouwbelofte in herinnering kreeg, wist ik zeker: "dit huwelijk kan niet kapot". Ook daar heb ik duidelijk Gods hand in ervaren en zijn leiding. Tijdens nare tijden was Hij ook bij mij.
Vind je het niet moeilijk als gehandicapte te geloven?
Nee, juist daardoor word ik tot God getrokken. Vaak heb ik de gang naar de operatiezaal gemaakt en toch Zijn hand mogen ervaren.
Ook hierin was er geen toevalligheid.
Je hebt wat uitgeverijen benaderd. Waarom wil je in de publiciteit komen?
Om door te geven wat mezelf bezield, waar ik zo vol van ben, daar wil ik van getuigen. Ik zeg vaak: mijn naam hoeft er niet door groot te worden, maar ik wil getuigen van mijn geloof in God. De éne keer brandt het vlammetje sterker dan de andere keer. Maar dat is menselijk.
Soms denk je dat God niet zo dichtbij is, maar dat komt omdat we te snel antwoord van Hem willen hebben op onze vragen.
Je spreekt over die moeilijkheden en een soms wat zwakker vlammetje.
Dat is in al je gedichten duidelijk te zien, zoals "Het Scheepje".
Ja, dit gedicht ontstond in 1974 toen het zeer moeilijk ging met mijn vrouw. Als iets moeilijk wordt, krijg je de kracht om het te verwoorden.
Dit heb ik ook voorgedragen in de aula bij de crematie van mijn vrouw. Je moet eigenlijk die Stuurman aan boord hebben, anders lukt het niet.
Ja, dat vond ik ook, toen ik bij René wegging. Wat mogen we dan blij zijn dat ook gehandicapten die Stuurman aan boord kunnen hebben, ook in hun vaak moeilijke leven. Wat een troost ook voor ons dat de Heer het stuur in handen wil houden! Voelt u zich ook zo opgebouwd door deze gedichten?
U kunt René schrijven om meer gedichten. Zijn adres is: H. Martinus, Enkweg 2, Het Dorp, Arnhem
HET SCHEEPJE
Vaar ik met mijn wankel scheepje;
Op die grote, wijde zee!
Wilt U dan mijn stuurman wezen?
Vaar als het kan, toch met mij mee!!!
Ben ik omringd door wilde golven,
Is mijn kompas ook stuk gegaan;
Voor ik word door de vloed bedolven,
Komt U op de brug maar staan!! !
Beukt de storm mijn scheepje vele keren;
Ben ik ver van 't veilig huis vandaan!
Helpt U mij dan met navigeren.
Dan kan mijn scheepje verder gaan!
Dreigt mijn schip dan eens te stranden;
Ben ik nog ver van het veilige huis.
Neemt U het stuur maar in Uw handen,
Dan kom ik met mijn scheepje veilig thuis!
M. Martinus
MIJN BAGAGE
Ik denk zo vaak, wat zal ik U eens geven?
Waarmee maak ik U nog een beetje blij?
Misschien, een heel klein stukje, van mijn leven;
Wellicht is er voor U nog wel een partje bij!
Voorzichtig, dan maak ik mijn koffer open;
En kijk, of ik voor U wat vinden kan.
Zal er iets zijn, waarop U nog kunt hopen?
Ik til het deksel op, hoop er het beste van.
Zie Heer, de scherven van m'n leven!!
Ik maakte er zo bitter weinig van;
Toch wil ik ze U in alle ootmoed geven;
Ik denk, dat U het toch wel helen kan.
Kijk nu maar in mijn koffer, Heer;
En zie, de vele, vele stukken!!!
Het is alles, wat ik trachtte Heer;
Maar, wat toch weer niet wou lukken!!!
M. Martinus