Wat mankeert er aan ons?
1981-09-11
Basisgroepen en kritische gemeenten Het is duidelijk, dat de gevestigde kerken de laatste tijd nog al wat leden verliezen aan allerlei vrije groepen en sekten. Zo hebben de grotere kerkgemeenschappen verlies van leden ten voordele van de zogenaamde basisgroepen en kritische gemeenten. Naar schatting zijn er momenteel 100 groepen met in totaal ongeveer 20.000 leden.- Jaargang 25
- nummer 32
De basisbeweging vindt zichzelf een bevrijdingsbeweging. De Bijbel functioneert daar dan ook als een bij-bel in 't kader van de bevrijdingsbeweging.
Hoewel de basisgroepen onderling nog al verschillen, kan men van de meeste toch wel zeggen, dat ze politiek georiënteerd zijn en vaak zelfs marxistisch.
In feite heeft deze beweging grote overeenkomst met de radikale beweging van de wederdopers in de 16e eeuw. Trouwens veel sekten van deze tijd hebben daar verwantschap mee.
Volgens de basisgroepen zijn de bestaande kerken te wettisch ingesteld en zijn ze te verburgerlijkt. Men wil ook af van de grote uniformiteit van de bestaande kerken. Bij hen leeft het besef, dat het christelijk geloof een beweging is van mensen en niet van een organisatie van bovenaf. Het ambt der gelovigen moet meer op de voorgrond treden. Het kerkverband en het bijzonder ambt is bij hen niet in ere.
Andere groeperingen
Daar zijn andere groeperingen, die voor kleinere kerken, ook voor leden van de Ned. Geref. kerken aantrekkingskracht blijken te bezitten. Ze staan meestal ook dichter bij ons dan die basisgroepen.
Zo is er de Youth for Christ, waar jongere mensen menen te vinden, wat ze bij ons blijkbaar missen. Een meer fris, nieuw bijbels leven. Overigens wil deze beweging niet als tegenhanger van de kerken optreden.
Dat laatste geldt wel van de Evangelische gemeenten, die nu in opmars zijn. Ze worden gevormd door mensen, die bezwaar hebben tegen de starheid en traditie binnen de gevestigde kerken. In tegenstelling tot de linkse basisgroepen vinden zij dat de kerken te veel voet geven aan de moderne theologie.
De evangelische gemeenten kenmerken zich door een persoonlijke benadering en door de nadruk die gelegd wordt op bekering, wedergeboorte en heiligmaking. Overigens zijn er onder hen ook vele schakeringen, Maar ook groepen, die verwant zijn met de Pinkstergemeenten, hebben een zekere aantrekkingskracht. Daar is bij die groepen, zo meent men, meer blijheid.
Bij ons is het zo doods en wettisch.
Bij veel van die groepen is ook meer evangelisatiedrang.
Men bemoeit zich met de naasten, die in nood zijn, als alcohol en drugverslaafden.
Het chiliasme, de leer van het duizendjarig rijk, zoals deze o.m. door Het Zoeklicht wordt gepropageerd, heeft voor sommigen aantrekkelijkheid.
Voor de E.O. hoor je dikwijls mensen veel nadrukkelijker over hun geloof spreken dan wij plegen te doen. Men spreekt vrijmoedig over Jezus als zijn beste vriend. Van georganiseerde kerken willen velen niet weten. Ook t.a.v. de kerkelijke ambten is er vaak verschil.
Voorganger is hij, die de meeste gaven ontvangen heeft. Het ambt aller gelovigen is zeer in ere. Velen staan de volwassendoop voor.
Beoordeling
Daar valt van veel van die groepen heel wat goeds te vertellen. Het is prachtig, dat in een tijd, dat in de gevestigde kerken velen het spoor bijster geworden zijn, in die groepen vaak opgekomen wordt voor het Schriftgezag, voor persoonlijke bekering en er veel zendingsijver is.
Maar daar is ook heel wat kritiek op hen te leveren.
Zo zijn er bij verscheidenen remonstrantse trekjes aan te wijzen. Men spreekt over het kiezen voor Jezus en het geven van zijn hart aan Jezus, alsof geloof een daad van de vrije wil van de mens zelf is.
Het is waar, dat we niet voor lijdelijkheid mogen kiezen. Dat is ook eenzijdig.
In Phil. 2 : 12 staat: "Bewerkt uw behoudenis met vrees en beven, want God is het die zowel het willen als het werken in u werkt om Zijn welbehagen" .
God werkt en de mens werkt.
Soms wordt te eenzijdig de nadruk gelegd op de dankbaarheid en wordt vergeten, dat er ook nog iets als ellende is.
Bij veel Pinkstergroepen is de doop niet zo zeer een teken en zegel van Gods beloften, maar meer een teken van óns geloof en ónze bekering en óns belijden van de Naam van, Jezus.
De Geestdoop en het ontvangen van de gaven van de Geest ontvangen vaak een bovenmatige nadruk, evenals de volwassendoop door onderdompeling.
Het verzet tegen de kinderdoop is vaak een remonstrants verzet tegen het eenzijdige van het verbond van God in het sacrament van de doop betekend en verzegeld.
Hoewel men onverkort aan de Schrift .wil vasthouden, is toch de omgang met de Schrift vaak niet goed. Men leest de Schrift door eigen bril, rukt bepaalde schriftgedeelten uit het verband en verwaarloost andere.
Dit is een gevolg van het feit, dat de arbeid van vorige geslachten, zoals deze gevonden wordt in de belijdenis, verwaarloosd wordt. Hier openbaart zich toch wel enige hoogmoed, als men het werk van twintig eeuwen meent te kunnen overslaan.
Zelfkritiek
Het is niet moeilijk zo nog een tijdje door te gaan met het wijzen op de fouten van anderen. Ik geloof echter, dat zelfkritiek op dit moment wijzer is.
Immers de aantrekkingskracht, die andere groeperingen op ons blijken te hebben, laat zien, dat bij ons het signaal op onveilig staat.
We moeten de hand nodig eens in eigen boezem steken. Sekten zijn onbetaalde rekeningen van de kerk, zegt men. Zonder nu de bedoelde groeperingen alle sekten te willen noemen, is het toch goed na te gaan, welke rekeningen wij onbetaald lieten om ze vervolgens zo spoedig mogelijk te voldoen.
Die andere groeperingen hebben ons wat te zeggen, omdat ze ons op onze tekorten wijzen.
Prof. van 't Spijker, die in "De Wekker" een aantal artikelen schreef over "De kerk en de groepen" wijst op enkele gebreken, die wij ons ook behoren aan te trekken. Zo is er de kerkelijke verdeeldheid, waardoor de indruk wordt gewekt, dat het de kerken me~r om eigen gelijk dan om de waarheid van het evangelie te doen is. Daarmee hangt samen, dat de gemeenschap der heiligen naar buiten weinig glans krijgt. De gemeente is in het beste geval een getrouwe luistergemeente.
En hoe staat het met de toekomstverwachting: ik geloof de opstanding van het vlees?
Op deze punten, zo concludeert Prof. van 't Spijker terecht, haakt de zuigkracht van de groepen in.
In het Informatieboekje 1981 wijst ds. Janssen erop, dat de pluraliteit in onze kerkelijke samenlevingplaatselijk soms ook leidt tot spanningen en soms zelfs tot tegenstellingen. Hij wijst daarbij op de groepering rondom het Gereformeerd Seminarie en het verschil in opvatting over de vrijheid van het plaatselijk kerkelijk leven.
Ik zou hier aan toe willen voegen, dat er bij veel gemeenten nog al wat lauwheid is en de belangstelling voor het zendingswerk veel te gering is.
Van dankbaarheid over de verlossing, die ons ten deel is gevallen, horen we weinig spreken.
Wetticisme, ja zelfs moralisme wordt ook bij ons gevonden.
Onze kinderen worden wel gedoopt, maar wat doen wijmet de doopbelofte?
Hoe staat het met de christelijke opvoeding van onze kinderen?
Wat doen wij voor de naasten, die vlak bij zijn en het erg moeilijk hebben?
Hoe staat het met het ambt aller gelovigen?
Functioneert dàt voldoende?
Is er ook niet een tekort aan liefde?
Hoe staat het met onze offerbereidheid?
Is er bij ons wèI een vurig uitzien naar de wederkomst van Christus?
Wekken we de anderen tot jaloersheid?
De hand, die we in eigen boezem staken, komt er helaas melaats uit.
De rekening betalen
We moeten ons haasten tesamen onze onbetaalde rekeningen te voldoen.
Immers we staan allen schuldig tegenover God.
Wanneer Nehemia hoort van de grote ellende in Jeruzalem, bidt hij tot God en zegt: "ook ik en mijns vaders huis hebben gezondigd, wij hebben de geboden niet onderhouden".
Nehemia vraagt dan aan de Here de kracht om terug te keren en zich te wijden aan de wederopbouw van Jeruzalem.
Zou dat ook niet de weg zijn, die wij moeten gaan?
Onze schuld voor God belijden. Hem om kracht vragen en dan tesamen met Gods hulp ons zetten aan de opbouw van ons kerkelijk leven.