TAAL VAN MINDERHEDEN

1981-09-18
  • Jaargang 25
  • nummer 33
Wie wel eens door Friesland reist kent de tweetaligheid in één land.
Geen plaatsje zo klein, geen straatje zo smal, of de naam wordt in het Nederlands en in het Fries aangegeven; al zou die in beide talen gelijk luiden! Deze geprononceerde tweetaligheid duidt op een onverzettelijke minderheid, die haar recht geëerbiedigd wenst te zien. Een soortgelijke spanning treft u in België, waar hier het Nederlands - daar het Frans overheerst en waar het gebruik van een plaatselijk ongewenste taal tot handtastelijkheden kan leiden. Nog sterker spreekt de tweetaligheid in de republiek van Zuid-Afrika, waar op sommige plaatsen slechts Nederlands verstaan en het Engels geminacht wordt; waar in andere streken beschaafde mensen slechts Engels wensen te verstaan en het Nederlands aan anderen overlaten. En het sterkst spreekt wel Zwitserland, dat - buiten het Schweizerdütsch - geen nationale taal kent; waar men zich van het Frans, het Duits en het Italiaans bedient van de aangrenzende landen; waar men echter in Graubünden ook retro-romaans spreekt, taal uit het grijs verleden, dat nog geen latijn kende.

Zo zitten wij in Schotland met de spanning tussen Gaelic (dat is Schots-Keltisch) en het Engels (vaak in Schots dialect gesproken). Op de Buiten-Hebriden wonen nog altijd families, waar de kinderen pas op hun twaalfde jaar Engels moeten leren, wanneer ze naar een kostschool op het mainland gaan. En op de middelbare scholen, waar naast het Engels een vreemde taal moet worden gestudeerd, geldt het Gaelic evenzeer als een "vreemde" taal. De bevolkingsgroep, die nog uitsluitend Gaelic wenst te spreken, is heel wat kleiner dan de Friese taalgroep. Zelfs wordt het Gaelic meer bestudeerd door mensen, die daarin een sleutel tot een deel van het nationaal-culturele verleden zien, dan door authochtone bevolking. Hetgeen het Gaelic van communicatiemiddel tot culturele abnormaliteit zou devalueren.

Een meisje uit de derde klas High School schreef een opstel over "Is er aanleiding om een minderheden taal, bijvoorbeeld Gaelic, in stand te houden?"
Wij hebben het opstel voor u vertaald en geven het weer, omdat het breder terrein beslaat dan Schotland alleen.

"Is er aanleiding om een minderhedentaal, bijvoorbeeld Gaelic, te handhaven?
Het is nogal dom deze vraag te stellen, eer de argumenten voor en tegen zijn aangevoerd. Zeker, het is in niemands macht een taal op te roepen of overeind te houden, met welke middelen ook. Het handhaven of prijsgeven van een taal ligt hoofdzakelijk aan het gedrag van de gebruikers.
Daarom kunnen geen buitenstaanders een beslissing nemen, al kunnen zij indirect de keus beïnvloeden. Met dit uitgangspunt voor ogen stelde ik de volgende overwegingen op. Ik gebruik het Schotse Gaelic als voorbeeld. Zelf ben ik een leerling, die Gaelic als taalvak koos, maar zonder sterke binding aan die taal van familiewege.

Laat me eerst vragen: wat zou er eigenlijk gebeuren, wanneer het Gaelic zou uitsterven, volledig als levende bruikbare taal in Schotland zou in onbruik geraken? Ik vraag me af, wat er bij vandaag vergeleken zou veranderen.
Als u het feit beschouwt, dat vandaag ruim 11 1/2 % van de Schotse bevolking nog alleen Gaelic spreekt en dat het aantal schoolkinderen, die het Gaelic als eerste taal leerden, tussen 1/2 en 1 % of laten we zeggen op die 11 1/2 % ligt, dan kunt u er van op aan, dat als deze cijfers tot nul dalen, de traditioneel Gaelic sprekende delen van Schotland er niet veel minder van worden. Natuurlijk, het Gaelic zou blijven bestaan als wetenschappelijk verschijnsel, ongeveer als Latijn en Grieks, en zo zou het nooit verloren gaan. Trouwens voor veel leerlingen van mijn leeftijd is Gaelic al op een lijn met Latijn en Grieks; onnodig voor een goede opleiding.

Het klinkt onwaarschijnlijk dat Gaelic zou winnen, waar Latijn en Grieks verloren. Latijn was de taal van het grote Romeinse rijk - toch stierf het in de loop der tijden. Grieks was de taal van een groot land, rijk aan filosofen - toch stierf het evenzeer. Waarom zou Gaelic dan overeind blijven in deze tijd, slechts een tweede taal, gebruikt door een klein deel van een betrekkelijk kleine natie? Nog duidelijker: ik vraag me af of het juist zou zijn deze taal overeind te houden, die aan zijn doodsstrijd bezig schijnt te zijn. Zou het niet beter zijn de geschiedenis maar zijn gang. te laten gaan? Ik geloof van wel. Los van dat aspect van herleving geloof ik niet, dat een reddingsactie van het Gaelic werkelijk bevredigend resultaat zou opleveren. Altijd zouden buitenlandse beschermende invloeden aanwijsbaar blijven - en dat is tegen de beginselen van de schone Schotse taal!

Dat alles pleit voor het argument, dat er geen mogelijkheid bestaat een minderheden taal kunstmatig in het leven te houden. Er zou een kreupele taal overblijven, wanneer het Gaelic zich van het doodsbed zou verheffen en alsnog herstellen; herstellen door gebruikt te worden onder eigen volk.
En hoewel dit niet voor de hand ligt - gezien de ervaring met andere talen en culturen - geloof ik dat er toch waardevolle punten van overweging overblijven.

Daar is natuurlijk de mogelijkheid het Gaelic als schoolvak te behouden, ook op de universiteit, al was dat slechts omdat er echt niets tegen is.
Zo iets zou wel goed zijn, want het zou het boek van de Schotse cultuur en erfenis openhouden voor ieder, die de moeite zou nemen het te lezen.
Gaelic is een schone en plezierige taal en het zou totaal·zinloos zijn zo iets prijs te geven. Het beste deel van het Gaelic, de poëtische taal, is het merendeel van de Gaelic sprekers al kwijt en dat is jammer.

Bij deze opsomming had ik misschien de woorden "sterven" en "dood" niet moeten gebruiken als ik over Gaelic spreek - omdat deze taal altijd zal blijven leven in Schotland. Alleen al vanwege de plaatsnamen en de persoonsnamen, al zijn deze bezig hun eigenlijke zin te verliezen. Al zou dit het enige argument zijn tegen de oppositie, het Gaelic zal nimmer sterven in de eigenlijke zin van het woord. Omdat het, gebruikt of niet, het eigendom is van de Schotse Hooglanden, erfelijk eigendom van elke Hooglander!

Dus. Al is er geen reden het Gaelic in het leven te houden, er is zeker geen reden het ter dood te veroordelen. Kleine blauwe insignes, die trots .
Tha Gaidflig Beo blijven spreken, zullen de waarheid hiervan nog lange tijd aantonen".

Tha Gaidflig Beo, houdt het Gaelic in leven. (Herkent u het woord bio = leven?). Wij zijn er een beetje trots op, u dit stukje jeugd-proza voor te kunnen leggen. Een Fries had het nauwelijks kunnen verbeteren, indien al. Want het zijn gedachten van een 15/16-jarige in een land, waarin de vrouw driemaal moet nadenken, voor ze een mond open doet. En hoewel dit meisje geen familiaire binding aan het Gaelic heeft, het slechts als "vreemde taal" bestudeert, kan ze zich zo zeer distanciëren, dat ze het voor en tegen objectief benadert. Pas aan het slot geeft haar vrouwelijk gevoel, de liefde tot de gekozen studietaal, de doorslag. Ze gelooft in de taal, ze hoopt op de taal, ze heeft de taal lief. En daarin is ze bovennationaal, vertegenwoordigt ze alle sprekers van minderheidstalen in de wereld.

Een enkele zin van de kleine Moira Cameron roept een herinnering bij me op aan een Londons arts, die hier gewoond heeft. Hij vroeg me, hoe ik mijn dag indeelde, nu ik gepensioneerd ben. Ik gaf hem een schets van mijn dag- en weektaak, waaronder enige van het Gaelic. "Weet uw vrouw dat?" vroeg hij. Ik antwoordde dat mijn vrouw dezelfde belangstelling voor het Gaelic heeft. "Waarom toch in hemelsnaam?" vroeg hij wanhopig - "wat moet een beschaafd mens nu met zo'n barbarentaal?"
Ik verweerde me met: "ik zie in die taal de sleutel tot een cultuur en historie, die de moeite van het bestuderen alleszins waard zijn". Hij ging op een ander onderwerp over, vissen of jagen of zo iets. Bij het afscheid zei hij plotseling: "geeft u mijn groeten alstublieft aan mevrouwen zeg haar, dat ze nooit Gaelic moet leren".
De arts zit weer in London. Hij kon zich hier niet handhaven.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief