Boekbespreking
1981-10-16
D. W. L. Milo: "De drie engelen"- Jaargang 25
- nummer 37
28 verhalen van D. W. L. Milo 136 blz. Uitg. Kok, Kampen ISBN 90 242 0428 3 Prijs f 19,50
Geenintroduktie
Alleen voor die abonnees die het adresbandje wekelijks om 'Opbouw' laten zitten, zou de naam "Milo" nog enige introduktie behoeven. Die mensen komen echter ook niet toe aan het lezen van deze boekbespreking.
De andere abonnees weten dat Milo met zeer grote regelmaat artikelen schrijft voor twee middenpagina's van dit blad.
De schrijver woonde vroeger op de Veluwe, maar hij heeft een aantal jaren geleden de Veluwse bossen verwisseld voor het ruige Schotse bergland.
Daar, in huize "Dunoran" - aan de voet van de machtige Ben Cruachan - blijft hij zijn bijdragen leveren voor 'Opbouw'. De Veluwe en Schotland, tevens twee gebieden die in de 28 verhalen die nu door uitgeverij Kok in Kampen gebundeld werden, regelmatig als decor fungeren.
Verrassend
De schrijfstijl van Milo is verrassend.
Vaak wordt in een eerste (korte) zin iets geponeerd dat de lezer al direct nieuwsgierig maakt naar de rest van het verhaal. "Destijds beleefden we iets geweldigs in Haarlem". Punt.
Dan móét je wel doorlezen... Het verhaal blijkt te gaan over een jaarvergadering van de Gereformeerde Organisten Vereniging. De epiloog is vaak eveneens karakteristiek. In één of twee zinnen wordt de lezer nog eens bepaald bij datgene wat zojuist aan de ogen is voorbij gegaan. "Een zachtmoedige jongen is die nacht overleden. Hij zal geen koffie meer bij ons komen drinken. En wij zullen hem een beetje missen". Zo eindigt een verhaal over twee Jehova's Getuigen.
Woordkunstenaar
Milo is een woordkunstenaar. Hij kenmerkt zich door een sprankelende schrijfstijl, waarin humor en onverwachte zinswendingen gepaard gaan met soms een vleugje ironie.
Een prachtige vergelijking treffen we bijvoorbeeld aan in het verhaal van de Elspeetse herder. Milo onderwerpt in dat verhaal de herdersstaf aan een nader onderzoek (denk bv. aan Aäron en aan Psalm 23), maar hij voert en passant ook een bisschop ten tonele.
Het was 'een minachtig kereltje', maar door de manier waarop hij met zijn staf binnenschreed ging er gezag van dat attribuut uit. "Nee, daar is Sint-Nicolaas maar Sinterklaas bij".
Over de Veluwe schrijft Milo: "Wij zijn hier met elkaar een onderontwikkeld gebiedsdeel, zoals dat in modern overheidsjargon heet. Het feit van onze onderontwikkeldheid is van hogerhand vastgesteld en meteen gehonoreerd in een Stichting tot Ontwikkeling van de Noordwest-Veluwe.
Sedert vijf jaar gevoelen we nu dagelijks onze onderontwikkeldheid". Het verhaal gaat verder - wie had dat gedacht! - over een psalmzingende arbeider bij de aanleg van een riolering ... De titel van het verhaal luidt: De zingende rioolrat.
Tophits worden door Milo gekarakteriseerd als een poging om "zo ongeschoold mogelijk (en ook zo onbeschaafd mogelijk) keelgeluiden te produceren" .
Wat de verhalen echter zo sprankelend maakt zijn vooral de onverwachte zinswendingen, en het speels omgaan met woorden. Daardoor kan eigenlijk geen enkele bladzijde vervelen, ook al zou het onderwerp als zodanig minder aanspreken. Daar waar dit speelse karakter naar de achtergrond wordt gedrongen, staat het pastorale karakter op de voorgrond.
Sterker dan in andere verhalen, moet ik zeggen, want dit element komt, in meerdere gedeelten naar voren.
't Hart en Milo
De onderwerpen waarvan Milo. ons laat proeven vertonen gelijkenis met de thema's die Maarten 't Hart in zijn boeken aansnijdt. Milo en 't Hart zijn beiden muziekliefhebbers. Het orgel speelt in die liefde een belangrijke rol, al stelt Milo: "Tegenover de ontembare klankenzee van de trompet (jachthoorn) is ons mooiste orgel maar een dooie diender". De muziek . komt niet alleen tot uiting in de onderwerpen die in dit boekje naar' voren komen, maar ook in de manier waarop de verhalen zijn opgebouwd (herhaling en climax) en de beeldspraak die wordt gebruikt. (Ook een schrijfstijl waar 't Hart virtuoos in kan zijn). Zo worden de werkzaamheden van graafmachine en betonmolen vergeleken met het 'allegro vivace' en de 'andante' in de muziekwereld.
Beiden zijn tevens op-en-top natuurliefhebber (al zal 't Hart waarschijnlijk nooit jager worden). Dankzij nauwgezette observaties en boeiende sfeerbeschrijvingen realiseert de stadsmens zich dat hij met véél te grote stappen over Gods aarde loopt.
Een derde overeenkomst is dat in zowel de verhalen van Milo als van 't Hart het geloof een belangrijke rol speelt. Beiden staan kritisch ten opzichte van menselijke inzettingen en gewoonten in de gereformeerde denkwereld, al liggen de accenten bij de twee schrijvers wel verschillend. Hier ligt echter ook het kardinale verschil tussen 't Hart en Milo: daar waar Milo speldeprikjes uitdeelt naar bv. een strak omlijnd kerkverband ("kerkverbandrommel"), tast 't Hart het wezenlijke van het geloof aan.
De verhalen van Milo dragen een diep doorleefd geloof uit, terwijl 't Hart via zijn kritiek op kerk en geloof ook God aanvalt. Milo relativeert menselijke inzettingen, maar looft (daarom misschien wel des te sterker) God. Deze relativering wordt hem (ook in eigen kring) niet altijd in dank afgenomen. Zelf heb ik die tegenspraak, gezien in het licht van het voorgaande, nooit zo essentieel gevonden.
Veelzijdig
In deze bundel komt de veelzijdigheid van de schrijver uitstekend tot uiting.
Het eerste verhaal gaat over drie houten engelen die vanuit een klooster neerstreken in zijn tuin in Vierhouten, waarna de auteur ze af en toe 's nachts hoorde zingen. Daarna lezen we over de kip Ursula, de bruiloft van de schaapherder van Elspeet, Lied 265 uit het Liedboek, komen Ramses Shaffy en 'chef de restaurant' Willempje aan bod, en wordt ook de hond Babs niet vergeten.
De Bijbelstudies prikkelen tot nadenken; in dit boekje kunnen we lezen over de barmhartige Samaritaan, getuigen ("twee of drie") en over het beweegoffer. Steeds bieden deze studies (mij althans) een invalshoek die nieuw is.
Milo is ook pastor. Bewogen zijn zijn gesprekken met Getuigen van Jehovah, en met iemand die zelfmoord heeft gepleegd.
Tussen de hiervoor genoemde verhalen door lezen we over orgels en orgelconcerten, de natuur, mensen van de Veluwe en Schotse wetenswaardigheden (de laatste drie verhalen). Soms lijkt de schrijver daarbij een lichte hang naar het mysterieuze en!of mystieke leven te hebben (bv. de drie zingende houten engelen, maar ook gezien de warme gevoelsmatigheid waarmee hij het kloosterleven beschrijft).
Voor alle verhalen geldt echter datgene wat dr. J. Bosch in zijn voorwoord schrijft: "De harmonie van een met God verzoend leven, in aanbidding en jubel om muziek en lied, om natuur en kunst, om de genade in die alle geschonken aan de mens die luistert naar natuur en Schriftuur beide - dat is de boventoon van deze gebundelde schetsen".
Beoordeling
De veelzijdigheid van Milo leidt - hoe kan het ook anders - altijd tot de situatie dat het ene .verhaal de lezer werkelijk boeit, terwijl het andere hem minder of zelfs helemaal niets zegt. Ik moet echter zondermeer zeggen dat ik deze bundel in zijn geheel met veel plezier heb gelezen. Het is een prachtig en kleurig veldboeket geworden, waarvan de bloemen één voor één geroken en bekeken moeten worden, willen ze volledig tot hun recht komen.
Wel kan er een zekere tijdsgebondenheid aan de dag treden, maar dat valt in een dergelijke bundel niet te voorkomen.
Zo vroeg ik me tijdens het lezen van "Eén die van je houdt" (over Ramses Shaffy) af hoe Milo nu over deze Baghwan-aanhanger zou denken. Gezien de keuze van de onderwerpen is die tijdsgebondenheid trouwens minimaal; je kunt "de drie engelen" even goed over tien jaar lezen.
Wat ik wel jammer vind (maar dat tast evenmin de inhoud van de bundel aan) is dat de naam van dit blad niet even ergens (bv. op de omslag) vermeld wordt. Een klein beetje reklame voor 'Opbouw' kan geen, kwaad ...
Schotland komt maar drie maal in deze bundel voor. Wat mij betreft mag Milo over dat land ook een dergelijk boekje uitgeven. Een soort 'alternatieve' reisgids. Maar een dergelijke (niet-commerciële) uitgave zal wel te weinig afnemers trekken. Kwaliteit staat immers niet borg voor kwantiteit.
Samenvattend meen ik - om terug te komen op "De drie engelen" - te mogen stellen dat we hier een pracht-boekje in handen hebben. Om de schijn van vriendjespolitiek te vermijden zou men een "verwant auteur" zeer kritisch kunnen recenseren. Milo gaf mij eenvoudigweg de kans niet.