Mosterdzaadjes en olifanten 2 - slot

1981-10-23
  • Jaargang 25
  • nummer 38
Mevr. Betty Schimmel-Heynis, lid van onze gemeente in Amsterdam-Centrum, vertaalde het laatste hoofdstuk van het boekje van C. S. Lewis 'Fern-seed and Elephants and other essays on Christianity' en gaf mij daarvan een copy. Ik heb er zo van genoten, dat ik het met haar toestemming in ons blad publiceer.

H. de Jong


Maar mijn vierde blaat - de meest luide en de langste - komt nog.
Dit soort kritiek poogt altijd de wordingsgeschiedenis te reconstrueren van de teksten waar zij zich mee bezig houdt; welke verloren gegane documenten de auteur gebruikt heeft, wanneer en waar hij schreef, met welk doel, onder welke invloeden - de hele 'Sitz im Leben' van de tekst.
Dit wordt gedaan met enorme geleerdheid en veel vernuft. En op het eerste gezicht klinkt het erg overtuigend. Ik denk dat ik er zelf ook door overtuigd zou zijn, als ik er geen amulet tegen bij me droeg. U moet mij excuseren als ik nu even over mezelf spreek. De waarde van wat ik ga zeggen berust op het feit dat het een getuigenis uit de eerste hand is.
Wat. me al bij voorbaat wapent tegen al deze reconstructies is het feit, dat ik de hele zaak vanaf de andere kant bekeken heb. Ik heb recensenten op dezelfde wijze de wordingsgeschiedenis van mijn eigen boeken zien reconstrueren. .
Wanneer uzelf nog nooit gerecenseerd bent, zult u niet geloven hoe weinig van de gemiddelde recensie in beslag wordt genomen door kritiek in de strikte zin van het woord: door evaluatie, lof of afkeuring. Het grootste gedeelte wordt besteed aan denkbeeldige geschiedenissen over het wordingsproces van je boek. De termen die recensenten gebruiken om te prijzen of af te keuren, impliceren vaak zo'n geschiedenis: ze prijzen een passage als 'spontaan' en laken een andere als 'moeizaam'; dat betekent dat ze menen te weten, dat het schrijven van de ene met veel inspiratie, en het schrijven van de andere met veel transpiratie gepaard ging.
De waarde van dergelijke reconstructies leerde ik al vroeg in mijn loopbaan.
Ik had een boek met opstellen gepubliceerd; en het opstel waar ik het meeste van mezelf in had gelegd, waarvan ik echt hield en waarin ik blijk had gegeven van een gretig enthousiasme, was dat over William Morris. En in vrijwel de eerste recensie kreeg ik te horen dat dit duidelijk het enige opstel was in het gehele boek, dat me niet interesseerde. Begrijp me niet verkeerd. Ik geloof nu dat mijn criticus gelijk had toen hij zei, dat dit het slechtste en het saaiste opstel was; iedereen was het tenminste met hem eens. Maar hij zat er totaal naast met zijn verzonnen geschiedenis over de oorzaken daarvan.
Welnu, toen spitste ik mijn oren. Sindsdien heb ik met enige zorgvuldigheid dergelijke denkbeeldige geschiedenissen gevolgd, zowel van mijn eigen boeken als van de boeken van vrienden, van wie ik de werkelijke geschiedenis kende. Recensenten, of ze nu vriend of vijand zijn, gooien dergelijke geschiedenissen met veel zelfvertrouwen op papier, vertellen u welke actuele gebeurtenissen de aandacht van de schrijver hier- of daarop hebben gevestigd; welke andere auteurs hem beïnvloed hebben, wat zijn bedoeling ongeveer was, tot wat voor publiek hij zich richtte, waarom en wanneer hij alles deed.
Nu moet ik eerst beschrijven wat mijn indruk is; daarna, en los daarvan, wat ik zeker weet. Mijn indruk is, dat over het geheel van mijn eigen ervaring géén van deze gissingen op enig punt juist is geweest; dat de methode voor de volle 100 % faalt. Je zou verwachten dat ze door puur toeval even vaak zouden raken als ze missen. Maar mijn indruk is dat ze dat niet doen. Ik kan me niet herinneren dat- ze ooit in de roos geschoten hebben. Maar omdat ik het niet nauwkeurig heb bijgehouden, kan mijn indruk onjuist zijn. Ik denk, dat ik wel met zekerheid kan zeggen: gewoonlijk zitten ze ernaast.
En toch zouden ze vaak zeer overtuigend klinken, als je de waarheid niet kende. Veel recensenten zeiden dat de Ring in Tolkiens 'In de ban van de Ring' was ingegeven door de atoombom. Wat zou aannemelijker kunnen zijn? Hier hebben we een boek dat werd gepubliceerd toen ieders gedachten in beslag genomen werden door die sinistere uitvinding. In het boek staat een wapen centraal, waarvan het weggooien dwaasheid lijkt, maar toch is het gebruik ervan fataal. Toch maakt de chronologie van de samenstelling van het boek de theorie onmogelijk.
Dit moet ons toch te denken geven. De reconstructie van de geschiedenis van een geschrift, als het een oud geschrift is, lijkt erg overtuigend. Maar uiteindelijk vaart men op gegist bestek; de resultaten kunnen niet aan de hand van de feiten gecontroleerd worden. Wat zou je meer willen vragen, wanneer je wilt nagaan hoe betrouwbaar de methode is, dan een voorbeeld te zien waarbij dezelfde methode is gebruikt en we wel feiten hebben om haar te controleren? Welnu, dat is wat ik gedaan heb. En we ontdekken dat wanneer deze controle beschikbaar is, de resultaten altijd of bijna altijd fout zijn. We mogen concluderen dat de 'Stellige resultaten van de moderne wetenschap', als het gaat over de manier waarop een oud boek geschreven werd, alleen maar zo stellig zijn omdat de mensen die de feiten kenden, dood zijn en de zaak niet kunnen verraden Waag ik het dan om de eerste de beste snotneus die een recensie schrijft in een modem tijdschrift, te vergelijken met deze grote geleerden, die hun hele leven hebben gewijd aan. de nauwkeurige bestudering van het N.T.?
Als de één er altijd naast zit, volgt daar dan uit dat de ander er niet méér van terechtbrengt?
Er zijn twee antwoorden op deze vraag. Ten eerste, al respecteer ik de geleerdheid van de Bijbelcritici, ik ben er nog niet van overtuigd dat hun oordeel evenveel respect verdient. Maar ten tweede, ga eens na met welke enorme voorsprong de recensenten beginnen. Zij reconstrueren de geschiedenis van een boek, geschreven door iemand met dezelfde moedertaal als zij; een tijdgenoot, opgeleid en opgevoed op dezelfde manier als zij, levend in hetzelfde geestelijke klimaat. Alles is in hun voordeel. De superioriteit die u de Bijbelcritici wilt toeschrijven zal bijna bovenmenselijk moeten zijn, willen ze daarmee het feit compenseren dat ze overal geconfronteerd worden met de gewoonten, taal, eigenschappen van ras en klasse, een godsdienstige achtergrond, literaire gewoonten en fundamentele vooronderstellingen die geen modem mens, hoe geleerd ook, zo intiem kan leren kennen als de recensent de mijne kent. En vergeet niet dat om dezelfde reden nooit bewezen kan worden, dat de Bijbelcritici er met hun reconstructies naast zitten. Marcus is dood. Wanneer ze Petrus ontmoeten, zullen er urgenter zaken te bespreken zijn.
Het beeld dat ik geschetst heb van de reacties van een leek - en ik denk dat de mijne niet zeldzaam zijn - zou niet compleet zijn zonder dat ik iets zeg over de hoop die hij stiekem koestert en de naïeve gedachten waarmee hij zichzelf soms opmontert.
U moet onder ogen zien, dat hij niet verwacht; dat de huidige theologische school eeuwigdurend is. Hij denkt - misschien is de wens de vader van de gedachte - dat de hele zaak wel eens over zou kunnen waaien.
Op andere studieterreinen heb ik geleerd hoe voorbijgaand de 'stellige resultaten van de moderne wetenschap' kunnen zijn, hoe snel wetenschap ophoudt modem te zijn. De overmoedige behandeling die het N.T. ten deel valt wordt op profane geschriften niet meer toegepast. Vroeger waren er Engelse letterkundigen, die bereid waren om het toneelstuk 'Henry VI' in stukken te snijden en over een half dozijn auteurs te verdelen. Dat doen we nu niet meer. Toen ik een jongen was, werd je uitgelachen als je veronderstelde dat Homerus echt bestaan had: de Ontbinders leken voor altijd gewonnen te hebben. Maar het ziet ernaar uit dat Homerus terug komt kruipen. We mogen zelfs, zonder ons te generen, geloven in een historische Arthur. Overal, behalve in de theologie, is er een sterke groei geweest van twijfel aan de twijfel. We kunnen niet nalaten te mompelen: 'Vele woorden die allang in onbruik geraakt zijn, zullen herleven' (Horatius, vert.).
Evenmin kan een man van mijn leeftijd vergeten, hoe plotseling en totaal de Idealistische Filosofie van zijn jeugd ten val kwam. En het interessante is dat ik, toen ik onder die dynastie leefde, verschillende moeilijkheden en tegenwerpingen had, die ik nooit heb durven uiten. Ze waren zo voor de hand liggend, dat ik zeker wist dat het misverstanden moesten zijn: de grote mannen konden nooit zulke elementaire vergissingen gemaakt hebben als mijn tegenwerpingen suggereerden. Maar de kritieken die uiteindelijk zegevierden, waren voor een gedeelte dezelfde als die van mij, hoewel ze' ongetwijfeld beter geformuleerd werden dan ik had kunnen doen. Als hier vanavond iemand aanwezig is die dezelfde schuchtere en aarzelende twijfels heeft over de grote Bijbelcritici, hoeft hij er misschien niet zeker van te zijn dat het alleen zijn stommiteit is. Zijn ideeën zouden een toekomst kunnen hebben, waarvan hij nauwelijks droomt.
U moet de zaak echter niet te zwart zien. We zijn geen fundamentalisten.
We zijn van mening dat het ene element in dit soort theologie sterker is dan het andere. Hoe meer het zich houdt bij pure tekstkritek van de ouderwetse soort, hoe meer we geneigd zijn erin te geloven. En natuurlijk zijn we het ermee eens, dat passages, die bijna woordelijk gelijk zijn, niet onafhankelijk kunnen zijn. Pas als we afglijden naar reconstructies van subtieler en ambitieuzer aard, wankelt ons geloof in de methode; en ons christelijk geloof wordt op evenredige wijze versterkt. De stelling van de soort die onze sterkste argwaan opwekt, is de stelling dat iets in een evangelie niet historisch kan zijn omdat er een theologie of een leer aangaande de kerk naar voren komt die veel te veel ontwikkeld is voor zo'n vroege datum. Want dat impliceert dat we weten: in de eerste plaats dat er sprake was van enige ontwikkeling op dit gebied en in de tweede plaats hoe snel die ontwikkeling ging. Het impliceert zelfs een buitengewone homogene en continue ontwikkeling: er wordt impliciet ontkent dat iemand in sterke mate op iemand anders vooruitgelopen zou kunnen zijn.
Dat betekent dat we over een aantal mensen dat allang dood is - want de eerste christenen waren tenslotte mensen - dingen moeten weten waarvan ik geloof dat weinigen van ons ze nauwkeurig hadden kunnen schatten als we temidden van hen hadden geleefd; de heen- en weer-gaande beweging van gesprekken, prediking en individuele godsdienstige ervaring. Ik zou niet met een dergelijk zelfvertrouwen durven spreken over de kring waarin ik zelf voornamelijk verkeerd heb. Ik zou zelfs de geschiedenis van mijn eigen denken niet met zoveel zekerheid kunnen beschrijven als deze mensen de geschiedenis beschrijven van het denken van de vroege kerk.
Stel je voor dat een toekomstig geleerde wist dat ik het christelijk geloof de rug toekeerde toen ik een tiener was en dat ik ook als tiener een atheïstische privé-leraar had ... Zou hij niet concluderen dat mijn afvalligheid aan mijn privé-leraar toegeschreven moest worden? En vervolgens, elk verhaal dat mij afschilderde als atheïst voordat ik die leraar had, verwerpen als "teruggeprojecteerd"? Toch zou hij ernaast zitten.
Het spijt me dat ik opnieuw autobiografisch ben geworden. Maar het lijkt me voor iedereen een nuttige oefening om erover na te denken hoe uiterst onwaarschijnlijk zijn eigen leven naar geschiedkundige maatstaven zou zijn.
Dat stimuleert een gepast agnosticisme.
Want agnosticisme is in zekere zin wat ik predik. Ik ben er niet op uit het sceptische element in de geest te verminderen. Ik wil alleen suggereren dat u het niet alleen voor het nieuwe testament behoeft te reserveren.
Probeer eens iets anders te betwijfelen.
Dat zijn de reacties van een blatende leek op de moderne theologie. Het is goed dat u ze hoort. U zult ze misschien niet veel vaker horen. Uw gemeenteleden zullen niet vaak geheel openhartig met u spreken. Eéns probeerde de leek te verbergen dat hij zoveel· minder geloofde dan de dominee; nu neigt hij ertoe te verbergen dat hij zoveel meer gelooft. Het is genant om als apostel gezonden te worden onder de geestelijkheid van je eigen kerk; hoewel ik het akelige gevoel heb dat de toekomstige geschiedenis van de Engelse Kerk, als dergelijke missionaire arbeid niet snel wordt aangepakt, waarschijnlijk niet lang zal zijn.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief