ingezonden

1981-10-23
  • Jaargang 25
  • nummer 38
"Het is blijkbaar vaak moeilijk elkaar recht te beoordelen", verzucht ds. G. Janssen.
Hij heeft gelijk. Al moet ik zeggen, dat hijzelf serieus, eerlijk, ook vriendelijk en met geduld daarbij te werk gaat.
"Hij wil", zegt hij, "gelovig theologisch bezig zijn met de Heilige Schrift" en meent van dááruit te kunnen en te moeten spreken. Wel acht hij het denkbaar dat "de theologie een zelfstandig bestaan gaat leiden naast de Heilige Schrift".
Toch vraagt hij zich af, wat ik toch wel kan bedoelen met "theologisch begrippenmateriaal". Hij meent dat ik spoken zie.
Welnu. Ter vergelijking denk ik even aan een schoolleider die in de vakantie de lesroosters voor de komende cursus samenstelt. Op een groot prikbord worden alle gegevens aangebracht; voor alle denkbare gevallen wordt een uitweg gezocht en gevonden: hij moet de toekomst vást in handen hebben.
Ideaal! En mocht er toch iets onverwachts gebeuren, hij houdt de leiding!
Een soortgelijke werkwijze wordt er toegepast voor het leven en de toekomst der gemeente van Christus.
Op het grote publiciteitsbord van de kerkelijke organen wordt een schat van Schriftgegevens, uitspraken van kerkvaders, belijdenisgeschriften en kerkenrechtelijke accoord en "samengelezen" en ten toon gesteld, en aan de gemeenten voorgehouden als haar heil.
Dan gaat de afbeelding suggestief werken. Zij appelleert immers op onze voorkeur voor wat wij kunnen zien (vgl 1 Sam. 8). Men gaat zich inleven in deze voorstellingswereld week in, week uit, haar tot model verheffen en invoeren in de kerkelijke praktijk. Geleidelijk aan gaat men in alle oprechtheid menen dat in deze blauwdruk het echte leven der gemeente gegeven is, dat de gemeente er zo uit móet zien "naar de Schift". Ongemerkt glijdt men over, ván het vertrouwen op Christus náár het geloof in het model.
Als zou er voor de gemeente van Christus een alternatief mogelijk zijn.
Dát is het nu, waarvoor ds. Janssen beducht was: hier gaat de theologische voorstellingswereld een zelfstandig bestaan leiden naast de Heilige Schrift. Beeldendienst. Men gaat het model aanvaarden en opleggen als wet.
Dan vallen er slachtoffers. Gevonnist overeenkomstig die wet. Profeten soms. Soms hele gemeenten.
Dan beven de grondslagen der aarde.
Verstrooiing en verwoesting tot in de wijde omtrek.
Beseft men wat het betekent voor het leven en de cultuur als de gemeente van Christus faalt in het onderscheiden van goed en kwaad?
Even heerst er stilte bij de overgeblevenen.
Totdat schrandere koppen zich gaan bezinnen op de situatie: "Gemeenten kunnen toch niet zonder ordening en leiding?
Dan verdwijnen ze toch uit de geschiedenis?
En de schuld lag toch niet bij het kerkenrecht? Welnee, die lag bij de rechters. Die waren niet soepel genoeg". "Als wij in:hun plaats gestaan hadden, hadden we niet meegedaan aan de moord op de profeten!" (cf Mat. 23 : 30). Vol zelfvertrouwen keert men terug naar de oude paden en de oude voorstellingswereld.
En dan gaat de valbijl opnieuw functioneren. De zuurdesem der Farizeeën werkt wel door. Maar onze Heiland wierp hun voor de voeten: "Gij hebt het zwaarste van de Wet van u af laten glijden: de eerlijke beoordeling, het zich inleven in de naaste en de goede trouw (Mt. 23 : 23).
Als de mondige gemeente haar huissleutel afgeeft aan een alternatieve instantie is dat haar ondergang.

D. J. Buwalda, Bilthoven

Antwoord van ds. Janssen

Nu dan toch echt voor de laatste keer!

Zoals onze lezers weten, wilde ik de discussie met br. Buwalda stoppen omdat je een discussie in een blad als het onze nu eenmaal niet eindeloos moet voortzetten. In een persoonlijke brief laat hij me echter weten daar toch bezwaar tegen te hebben, want het gaat niet enkel - meer, zo schrijft hij me, over mijn artikelen, maar over de diepgang van het Woord van God. Nu, voor dit argument wil ik zwichten, maar ik zeg er bij: dit wordt voor mij nu toch wel de laatste etappe op onze discussieweg.
Br. Buwalda maakt in een beeld duidelijk wat hem beweegt in onze discussie en omschrijft dit ook nader op een heldere wijze. En vat aldus samen: hier gaat de theologische voorstellingswereld een zelfstandig bestaan leiden naast de Heilige Schrift. Beeldendienst. Hij voegt er aan toe dat het dàt nu is, waarvoor ik beducht was. Jazeker en dat ben ik nog! Daarom schreef ik m'n artikelen over de mondige gemeente. Want ik ben van mening dat daarmee vaak als met een theologische stelling wordt gewerkt, terwijl dan het concrete en indringend spreken van de Heilige Schrift zelf die mondigheid niet meer wordt gehoord. Daarom trachtte ik de Schrift zèlf aan het woord te laten komen en van daaruit iets- over de aard van die mondigheid, over de omvang ervan en de soms totale afwézigheid ervan, ook bij de Nieuw Testamentische gemeente, te laten zien. Want de gemeente kan zo vleselijk zijn en wereldsgezind en in partijschappen gespleten, dat het spreken over haar mondigheid gewoon een lachertje wordt. Zo concreet spreekt de Schrift over de mondigheid van de gemeente. Of zich dergelijke gevallen op het moment ergens voordoen, stond niet aan mij te beoordelen en viel buiten het kader van mijn artikelen, die slechts behulpzaam wilden zijn bij het lezen van de Schrift, vanwaaruit dan weer ieder in concrete gevallen zèlf moet oordelen, eventueel tot zijn bekering!
En wat krijg ik nu van mijn opponent te horen?
Dat ik theologie en theologisch begrippenmateriaal voor de Schrift schuif: Beeldendienst! Dit overigens in alle vriendelijkheid en hartelijkheid, die ik wel waardeer!
Maar ik ben bang dat men met de ongenuanceerde, tot algemene geldigheid verheven theologische stelling van de mondigheid van de gemeente zichzelf de weg afsnijdt om werkelijk tot de Schrift te komen.
Hier ligt een tragiek.
Vanuit beduchtheid voor alle theologisch bedrijf, dat een zelfstandig bestaan naast de Schrift gaat leiden, loopt men gevaar alle Schriftonderworpen theologisch bezig zijn zo argwanend te bekijken dat men zich van tevoren afsluit voor alles wat daarin te berde wordt gebracht om zich slechts zogenaamd bezig te houden met het concrete spreken van de Schrift dat dan gemakkelijk een dekmantel worden kan voor een strikt persoonlijke theologie! Ik ben bang dat br. Buwalda aan dit gevaar niet ontkomt. En dat hij trouwens in dit opzicht niet de enige is en zal blijven!
Vanzelfsprekend hebben de vragen, die ons bezig hielden, ook een wijsgerige achtergrond, ik ben me daarvan wel bewust. Maar daarop in te gaan kan zeker op deze plaats niet en dat zou dan ook meer thetisch moeten gebeuren en niet in een discussie als br. Buwalda en ik gevoerd hebben.
Tenslotte: ons past allen bescheidenheid, wanneer het gaat over de Schrift en wanneer wij daaruit willen spreken. Van een van de grootste en beminnelijkste theologen uit de toch wel harde 16e eeuwse Reformatie in de Nederlanden is het bekende woord: de deo etiam verum dieere est periculosum. Zelfs het de waarheid over God spreken is gevaarlijk. Voorzichtigheid past ons allen wanneer we Gods Woord willen laten spreken.

Nijverdal G. Janssen

(Diskussie gesloten - redaktie)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief