"Vraagt van den Here regen"

1981-10-30
  • Jaargang 25
  • nummer 39
Een kleinigheid?
Midden tussen geweldige profetieën in het boek Zacharia staat een kleine profetie over een ogenschijnlijk kleine zaak, over ... regen. Je zou die paar verzen bijna over het hoofd zien. Of, zoals sommige uitleggers willen, verplaatsen of wegwerken. Wie denkt er nu aan regen als er zulke grote andere zaken aan de orde zijn? Een enorme veldtocht, misschien van het laten: militair genie Alexander de Grote, de proclamatie van Sions Koning als wereld-vredevorst; bevrijding en zegepraal van Israël dat Gods wapen (pijl en boog) wordt tegen Griekenland (hfdst. 9).
Wie denkt er dan nog aan een beetje regen?
Wie?
Nee, echt niet alleen die profeet. Daar denkt iedereen aan. Want wat er ook gebeurt op het politieke wereldvlak - een mens moet en wil toch eten!' Niet bij brood alleen? Maar toch ook niet zónder brood! Zonder regen geen brood voor de mensen, geen voer voor de beesten.
Oorlog of vrede - een mens moet toch leven. Wat hebben mensen lopend een afstand afgelegd in de laatste hongerwinter om aan een beetje eten te komen. Boven hun hoofden gingen honderden, duizenden vliegende forten richting Duitsland. Prachtig (?) - maar je had honger en dat kwam op de eerste plaats. De bevrijding kwam dichterbij, maar je wilde die dan ook wel be-leven ...

Berekening
Zeg niet: dat was oorlogstijd - mi is het anders. Want het ligt nu niet anders, De grote wereldpolitiek raast onafgebroken en onvoorspelbaar voort. Machtigen nemen beslissingen, 'rijken bewapenen zich. Maar intussen werden 'brood en melk, aardgas en benzine duurder en duurder. Fabrieken sluiten, mensen worden werkeloos, geld wordt (bijna) waardeloos, aandelen zakken. Niet alleen in Polen, ook in óns land speelt de broodvraag een heel grote rol. Nog niet zoals in Polen. Maar toch: we willen wel graag eten, nietwaar? Misschien loopt het in Polen een keer uit de hand. Maar wij hier moeten toch ook onze rekeningen kunnen betalen. En wij zijn, vergeleken met anderen, toch bepaald nog niet arm. Maar we beginnen wel al weer te rekenen, steeds meer. . . Vindt u het nu nog gek dat die profeet, nee dat Israël midden in dat tumultueuze wereldgebeuren zich druk maakt over het weer, over regen?
Profetieën over een Vredekoning zijn mooi, maar je kunt er je maag toch niet mee vullen? Beloften van bevrijding - prachtig! Maar hoe kun je feest vieren als er geen brood op de plank is, als je werkeloos bent? De verbittering zal groter zijn denkelijk dan de drang om te feesten ...
Zo zie ik het Israël in de dagen van Zacharia en diens collega-tijdgenoot Haggaï: droogte en een ellendige economische situatie (Hagg. 1 : 6, 9, 10). Er kwam géén regen ...

Illusionisten
Wat doe je dan, als mens die toch eten moet? Haggaï vertelt het (hfdst. 1). Maar Zacharia óók (10: 1, 2). En Israël zelf - wat doet het volk eraan?
't Slot van de profetie verraadt het. Want opeens komen de terafim (voorouderbeelden en -goden?) voor het voetlicht. Samen met waarzeggers en meester-dromers. Een wereld van bijgeloof en magie? Ja en nee. Want wat doen die priesters die de huisgoden raadplegen? Wat doen de waarzeggers en meester-dromers?
Laat u niet voor de gek houden door hun vroom vertoon, hun gegoochel met toverspreuken, heilige formules, getallen, raadsels, orakels - kortom met hun hele hocus-pocus. Let goed op: het zijn goochelaars, illusionisten.
Ze wekken de illusie, de schijn van onfeilbare deskundigheid, maar hun dodelijke ernst is niet meer dan ... boerenbedrog. Hun fluisterende bezweringen, hun indrukwekkende riten zijn niet meer dan pure afleidingsmanoevres (net als bij "onze" goochelaars). Wie suggereren wil dat terafim leven, moet verbergen dat zij dood zijn. Kijk er maar doorheen: alle deskundigheid, alle offerbereidheid kan niet verhelen, dat goden geen stap .kunnen verzetten. Ze moeten ... gedragen worden (Jes. 46: 1 v.v.). Je kunt tegen ze praten, maar ze zeggen geen woord terug. Laat staan dat ze de toekomst voorzeggen kunnen (Jes. 44-48; m.n. 48 : 3-8). Ze zijn en blijven werk van mensenhanden (Jes. 44: 6-20); ze doen geen kwaad, maar goed doen is er ook niet bij (Jer. 10: 5).

Wie wéét ... ?
Wat betekent dat ten diepste? Wel- als de waarzeggers en hun soortgenoten zich na alle hocus-pocus tot het volk wenden, bewierookt en in een wolk van ontzagwekkende "heiligheid", en ze doen hun mond open - dan hebben ze niets anders te vertellen dan wat ze zelf bedacht hebben. Al wat ze te .bieden hebben reikt niet verder dan hun eigen wijsheid, verstand, inzicht, verwachting (vgl. Jes. 29: 14 en 1 Cor. 1 : 19 v.v.). Ziedaar wat de mensen voor grof geld wordt aangeboden! Om met Zach. 10: 2 te spreken: ijdelheid, leugen en bedrog, nietswaardige troost ... Geen wonder dat "zij" (de Israëlieten) rondzwerven als een kudde zonder herders. Wat die (godsdienstige) goochelaars bedenken, dromen en profeteren, had elke Israëliet ook zèlf kunnen bedenken. Hun pseudo-profeten hebben geen enkele zekerheid of garantie te bieden: hun "arm" (macht) is even lang als die van ieder ander mens.
Een achterhaalde, verouderde situatie? Luister dan naar de mensen, die menen de wijsheid en de toekomst in pacht te hebben. Je kunt het zien en horen: de "wijzen en verstandigen" spreken elkaar vierkant tegen. Hun theorieën zijn zelf bedacht, hun ideologieën zijn eigen maaksel of worden als "terafim" meegedragen een nieuwe generatie in. Maar wie biedt absolute zekerheid? Wie kan de toekomst voorspellen? Wat is de reik- en draagwijdte van een troonrede of van een regeringsbegroting ? Welke factoren geven de doorslag - het "gouden kalf" van een V.V.D. of het "ijzer-en-leem" van een P.v.d.A.? Hoe ver reikt een mensenarm? Wie keert de machten van deze wereld? Geen ideologieën als terafim, geen nieuwe theorieën, geen toekomstdromen kunnen wie ook zekerheid geven. De wereld wil bedrogen zijn en wórdt, met open ogen, bedrogen. Wie nam Hitier aanvankelijk serieus? Wie had voorzien dat een knaap van twintig jaar (Alexander de Grote) de wereld zou veroveren? Wie keert de oliecrisis?

Gegronde hoop
Futurologen, polemologen, instituten voor de vrede volgestouwd met de modernste hulpmiddelen zoals super-computers - prachtig. Maar uit computers komt niet meer dan je er in stopt. Ze produceren alleen menselijke wijsheid en toekomstverwachting. "Wie hen maakten, zullen worden als zij, ieder die op hen vertrouwt" (Ps. 115 : 8).
Daarmee wil ik niet zeggen, dat we geen plannen moeten maken of geen regeringsbegrotingen meer moeten opstellen of geen gebruik moeten maken van de deskundigheid van velen op velerlei gebied. Natuurlijk wel. Maar dwaas is wie daar ten diepste zijn redding van verwacht en daar al zijn hoop op bouwt (Ps. 146).
Om tot het simpelste maar altijd even belangrijke) terug te keren: wie geeft ons regen? En dus ons dagelijks brood? Werk, inkomen? Om over gezondheid nog maar niet te spreken ... Voor wie zijn de wereldmachten als een stofje aan de weegschaal (Jes. 40) ?
Kijk -- dáár ligt het belang van dat schijnbaar onbelangrijke détail van Zach. 10: 1, 2: vraagt van de HERE regen; de HERE maakt de bliksemschichten (en niet berggod Baäl, 1 Kon. 18) - ook stortregen zal Hij hun geven, voor iedereen gewas op het veld!
De draagkracht van zulke woorden reikt verder dan het Israël van toen (vgl. Deut. 11 : 13-15 en Zach. 9: 11). Ze willen ook óns bepalen bij wat wezenlijk belangrijk is: dat onze verwachting niet van mensen, maar van de HERE is - Hij spreekt geen leugen en bedrog en biedt geen "nietswaardige troost". Zeggen wij niet: "onze hulp is van de HERE ... " - zowel op biddag als op dankdag. Welzalig wie Hèm tot Broodheer heeft!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief