Had ik dat maar geweten (2)

1981-10-30
  • Jaargang 25
  • nummer 39
De vraag naar de norm
Vorige week kwam ter sprake dat de vertaling van het Griekse woord 'suneidèsis' in de Bijbelvertaling van 1951 nogal inconsequent is. De suggestie zou gewekt kunnen worden dat het geweten autonoom functioneert. Dat is een gedachte die heden ten dage sterk leeft.
"Mijn geweten bepaalt aan wie: ik gezag verleen; ik laat ook steeds mijn geweten bepalen welke actie te ver gaat, en welke niet", aldus een uitspraak van een jongere in een Tv-programma (1). Vandaar dat we het woord 'geweten' met enige voorzichtigheid moeten hanteren.
Gebruiken we dit woord toch (en vervangen we het niet door bv. 'besef') dan deinen we ons te realiseren dat de voorafgaande vraag is, waar we we richtlijnen voor ons handelen vandaan halen.
Primair staat de vraag naar de norm (2).

Naar buiten toe
In zijn boek 'Paulus' geeft Prof. H. Ridderbos twee elementen aan, die bij het denken over het geweten een rol spelen (3). In de eerste plaats vormt het geweten het bewustzijn van de mens, dat hij is gebonden aan een goddelijke beoordelingsnorm.
Hij weet dat hij niet alles zelf kan bepalen; er is "iets" buiten hem, dat zijn gedrag waardeert of afkeurt. Denk hierbij aan een tekst als Romeinen 2 : 15 (Groot Nieuws voor U): "Hun gedrag laat zien dat de wet in hun hart geschreven is.
Ook hun geweten bewijst dat dit waar is, omdat ze door hun gedachten soms beschuldigd, en soms verdedigd worden". De heidenen zijn zich dus bewust van het feit dat de wet in hun hart. geschreven is. In soortgelijke bewoordingen spreken de Dordtse Leerregels: "Wel is waar, dat na de val van de mens enig licht der natuur is overgebleven, waardoor hij enige kennis van God behoudt, en van het onderscheid van wat betamelijk en onbetamelijk is" (4).

Naar binnen toe
In het verlengde van dit eerste element ligt de tweede functie van het geweten: het weten van zichzelf ("innerlijke zelfbeoordeling"), Toon Hermans heeft deze functie prachtig afgebeeld in een cartoon: een hoofd, afgenomen van de romp, kijkt via de luchtpijp naar binnen.
Het geweten is een soort registrator van innerlijke gevoelens en motieven.
De maatstaf hiervoor komt van buiten. Voor de Christen geldt hier: wat vraagt Gods Woord van mij, dat ik doen zal?
Het geweten functioneert op het raakvlak van de bewustzijngevende functie ("naar buiten toe"), en de beoordelende functie ("naar binnen toe"). Het kan echter geen absoluut karakter dragen: de normen komen voort uit de kennis van Gods Woord. "Het geweten is afgeleid van de norm, de Openbaring die eraan ten grondslag ligt (5). Als zodanig vermijdt de suggestie van Ds. Veefkind (6), zoals genoemd in het vorige nummer van 'Opbouw' (het woord 'geweten' vervangen door 'besef', 'bewustzijn') veel spraakverwarring. Het gaat in de eerste plaats om de kennis van Gods Woord.

Geweten en schuldgevoel
We kunnen nóg een spraakverwarring constateren: 'geweten' wordt vaak vereenzelvigd met 'schuldgevoel', Dat "lastige stemmetje van binnen", "dat kleine mannetje dat steeds achter je aan zit".
Vooral in de literatuur zien we deze donkere zijde van het geweten steeds weer opduiken. Schrijvers als 't Hart, Wolkers, Siebelink en Biesheuvel schrijven regelmatig over het schuldgevoel dat hen blijft achtervolgen, Ze tonen een karikatuur van de christelijke opvoeding, met als gevolg een overbelast en aItijd schuldig geweten. Dat gevoel wordt geïdentificeerd als "de worggreep van Calvijn" (7). Het "verliezen van het gevoel der genade", het "verwonden van het geweten" (8) lijkt ook wel alles te zijn wat Christenen geweten kennen. 'Geweten' is een synoniem voor 'schuldgevoel', Luther waarschuwde regelmatig tegen deze verkeerde interpretatie van het christelijke geloof (9). Als ik, in plaats van af te rekenen met een zonde die op mijn geweten drukt, erover blijf tobben, betekent dat dat ik twijfel aan de kracht van de opstanding van Christus. In deze situatie komt de donkere zijde van het geloofsleven op de eerste plaats.
Ik denk dat we hier een lijn kunnen trekken naar de opvoeding. Er zijn kinderen die denken dat vader en moeder pas weer van ze houden als ze straf hebben gekregen, en die straf hebben "uitgezeten". Ze voelen niet dat liefde van de kant van de ouders Ios kan staan van het iets "goedmaken". Zo zijn er mensen die de straf van God afwachten, en denken dat dan pas de relatie tot God hersteld kan zijn. Er moet kennelijk eerst iets gedaan worden, al is net maar het passieve 'getuchtigd (vervolg op pagina 309) worden'. Dit is een variant op het thema "wetticisme". Het geschenk van God - Jezus Christus, die voor onze zonden gestorven is - wordt niet aanvaard. Er moet iets extra's bij, namelijk: straf.

Het goede geweten
Ons denken over het begrip 'geweten' legt, zoals we al zagen, de nadruk op het kwade geweten. In de gedachten van mensen die de kerk de rug toegekeerd hebben, speelt nog steeds dat hinderlijke gevoel een rol. 'Je komt er niet los van; je geweten blijft je achtervolgen'.
Overigens is hier vaak nog meer sprake van een zich afzetten tegen de opvoeding van vroeger, al speelt deze wel een belangrijke rol bij de gewetensvorming. Maar ook bij Christenen zien we dat het geweten een negatief beeld oproept. "Veel Christenen leven maar bij één zinnetje: dat mag niet. Deze mensen zijn ziek aan het geweten" (10).
Het alternatief is niet: alle remmen los. Wat wél belangrijk is, is een oriëntatie op de Bijbel. Deze spreekt in verschillende teksten over het goede, het reine geweten.
Zo schrijft Paulus in 2 Timotheüs 1: 3: "Ik breng dank aan God, dien ik met een rein geweten dien."
Al eerder citeerden we 1 Petrus 3 : 21, waar de schrijver van deze brief God vraagt om een goed geweten.
Prof. Ridderbos (3) schrijft in verband hiermee: "De vrijheid in Christus door de Geest bestaat dus ook in de bevrijding van het geweten, nl. doordat zij het bewustzijn van schuld wegneemt en de gelovige het besef schenkt in zijn spreken en handelen door de Heilige Geest te worden geleid. Het aldus bevrijde geweten staat dan als 'goed' en 'rein' geweten tegenover het 'beschuldigende' en 'verontreinigde' geweten van degenen, die aan de schuld en macht der zonde niet zijn ontkomen" (blz. 320). Zie bijvoorbeeld Titus 1 : 15: "Alles is rein voor de rein en, maar voor hen die besmet en onbetrouwbaar zijn, is niets rein. Bij hen zijn zowel het denken als het geweten besmet".

Het gevaar van perfektionisme
Dr. Schaeffer waarschuwt in het 8e hoofdstuk van "Leven door de Geest" tegen het gevaar van perfectionisme.
Zowel het over-accentueren van het kwade geweten, als het te sterk benadrukken van het goede geweten, kunnen ons van God aftrekken. In de tweede situatie zouden wij als Christenen kunnen gaan denken dat het mogelijk is om op een bepaald moment de volmaaktheid te bereiken. Dat kan dan gebeuren na een eenmalige gebeurtenis, waarna de bekeerde Christen nooit meer zondigt, of het zou gedurende een bepaalde tijd moeten kunnen.
Sommige theologen hebben gemeend, hier een bepaalde nuancering in aan te moeten brengen. Het zou zo kunnen zijn, dat we geen bewuste zonde doen. We zijn dan vrij van elke kenbare zonde. Ook deze gedachte wordt door Dr. Schaeffer bestreden. Het is heel erg moeilijk om onderscheid te maken tussen bewuste en nietbewuste zonden. Dat komt doordat de mens zichzelf sinds de zondeval bedriegt. De schrijver legt hier een waardevol verband met de 20e eeuwse dieptepsychologie.
"We bedriegen onszelf diep in onze onderbewuste en onbewuste natuur. Hoe langer de Heilige Geest in mij werkt, en doordringt in mijn hart, des te beter ga ik begrijpen dat er diepe afgronden in mijn persoonlijkheid zijn. De moderne psychologie spreekt in dit verband over het onbewuste en het onderbewuste, en hoewel de filosofie die achter die psychologie zit vaak grondig verkeerd is, kunnen we toch toestemmen dat onder de oppervlakte een hele wereld zich verbergt. We lijken op een ijsberg: tien procent boven water en negentig procent onder water. Het iso zo gemakkelijk om onszelf te bedriegen, en daarom moeten we een vraagteken zetten achter het woord 'kenbaar' (blz. 104/105).

Een religieus begrip
Het goede en het kwade geweten.
In beide begrippen schuilt geen gevaar. Het over-accentueren van het goede geweten kan leiden tot een vorm van geestelijke ascese die Bijbels gezien onjuist is. Het benadrukken van het kwade geweten kan leiden tot het niet aanvaarden van het feit dat Jezus voor ónze zonden gestorven is. De vraag kan dan ook gesteld worden of Paulus deze twee valkuilen niet heeft gezien.
We komen hier echter weer terug op het reeds eerder gestelde. Het is onjuist om te denken dat het geweten in de eerste plaats een ethisch begrip zou zijn (bepaling van wat goed of kwaad is). We hanteren het wel vaak zo, als zouden uit het geweten de normen voortkomen, waar we ons naar moeten richten.
Dit is een omkering van de gedachte.
Het geweten is in de eerste plaats een religieus begrip. Het heeft te maken met de relatie tussen God en mensen. Een Christen die dicht bij God leeft, kennis heeft van Zijn Woord, weet dat hij vrijuit mag gaan. Het geweten heeft met dat bewustzijn te maken. In dat licht bezien wordt de Bijbelse visie op het geweten ook veel duidelijker: het heeft niets met asceticisme te maken.
Hier hangt tevens een ander element mee samen: het geweten van de mens kan niet de basis zijn, waarop men zich voor anderen en voor zichzelf rechtvaardigen' kan.
"De in Christus geschonken vrijheid weerspiegelt zich dus in het geweten niet als vrijheid van zedelijke beslissing, maar als vrijheid van schuld voor God. Het karakteristieke van de christelijke gewetensvrijheid ligt niet in de sfeer van de zedelijke oordeelsvorming, maar in die van de religieuze verhouding tot God" ('Paulus', blz. 324).
Op dit punt aangekomen, ligt er weer een hele discussie voor ons.
Immers, in hoeverre mogen we een beroep doen op ons geweten, zoals heden ten dage te pas en te onpas gebeurt? En wat kunnen en mogen we zeggen over gewetensbeslissingen van anderen? Deze vragen laten we nog maar even liggen.

(1) Vara thema-avond over gezag, 23 augustus 1981 (2) G. W. Hylkema, Homo Duplex (Haarlem, 1963) (3) H. Ridderbos, Paulus (Kampen, 1973) (4) Dordtse Leerregels, Hoofdstuk. 3/4; 4 (5) P. Pins, Het Geweten (Delft, 1937) (6) J. H. Veefkind, Hoe leest u ...
(Amsterdam, 1980) (7) Haagse Post, 11 juli 1981 (8) Dordtse Leerregels, Hoofdstuk 5; 5 (9) F. A. Schaeffer, Leven door de Geest (Amsterdam, 1973) (10) H. de Jong, Het Geweten (Opbouw, 23 mei 1975)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief