Rondom de 31e oktober
1981-10-30
Iedere predikant kan de nodige ervaringen opdissen zoals hij die opdeed op de katechisaties in de loop der jaren. Het blijft een boeiend bedrijf om met jongelui om te gaan. Ze zijn erg elastisch en je weet nooit van tevoren wat je met hen beleven zult. Het opzeggen van wat ze moesten leren vlot niet altijd. Je moet verschillende dingen ook wel eens laten overleren. Maar dat geeft niet. Men moet leren inzien, dat het zonder leren ook niet gaat. Er moet nu eenmaal in een bepaalde leeftijdsfase een beperkte leerstof aan de katechisanten worden opgedragen! Via vraag- en antwoordspel kan de katecheet op de leergierigheid van de katechisanten inspelen en hun kennis testen. Je komt soms hele fijne en leuke dingen tegen. Zo gebeurde het pas, dat op de katechisatie van 12- en 13-jarigen, waar allerlei Bijbelse gegevens worden behandeld in een bepaald kader, een jongen uit zijn schrift oplas dat de Kerk een bijbelse aangelegenheid was. Ik vroeg hem of hij dat van zichzelf had. Hij zei heel eerlijk, dat zijn oudere zus hem erbij geholpen had. De opmerking werd door mij haastig genoteerd! Ik vond het nl. zo'n goeie zin: De Kerk is een Bijbelse aangelegenheid! Hoe beschouwen wij vaak de kerk? Als een puur menselijke aangelegenheid alsof het een instituut is, dat naar menselijk model uit de grond gestampt is en in leven wordt gehouden met allerlei menselijke middelen. Terwijl die gemeente een zaak van God is en blijft! Hij heeft die kerk in het paradijs al een zekere vorm gegeven.- Jaargang 25
- nummer 39
Dit doet die kerk voortbestaan door de eeuwen heen tot op de dag van vandaag. Dat is een wonder, dat bij ons verwondering bedoelt uit te lokken.
Hij is de lévende God. Daarom kàn Hij dit. Hij is de genádige Váder.
Daarom wil en doèt Hij dit. Zullen wij het niet vergeten? De Bijbel is de grondslag van de Kerk. Niet de traditie. Niet allerlei menselijke geschriften.
Zelfs de belijdenis niet. Ook een Kerkorde niet. De Bijbel, het volle Woord van God! De Kerk zal als het goed is ook steeds weer en steeds meer mensen terugwijzen naar het Bijbels getuigenis. Dààrin dient het volk van God zijn vastheid te vinden. Dan leert het in te stemmen met de dichter van Psalm 119, die een lofzang aanheft op de Wet van God. Daarmee bedoelt hij het Woord van God, dat nader wordt betiteld als Gods verordeningen en getuigenissen, inzettingen en bevelen. Het heil van de HERE komt in dat alles op hem af. Hij verlangt, ja, smacht ernaar. Daarin vindt hij zijn levensvreugde. Het Woord van zijn God zet geen domper op zijn leven, knelt zijn levensontplooiing nergens af. Nee, het intensiveert zijn kinddschap en maakt hem rijk.
Dat leer je allemaalin de kerk, in de samenkomsten van de gemeente.
De auteur van dit lange lied is geen negativist, maar ook geen individualist.
Hij gaat er onder door via Gods geboden en komt er boven uit via Gods belofte: "Schraag mij naar uw belofte, opdat ik leve, laat mij met mijn hoop niet beschaamd uitkomen" (vers 116). Hij zoekt de anderen. Hij begeeft zich met àndere gelovigen op dezelfde weg. "Ik ben een metgezel van allen, die U vrezen, en van hen, die Uw bevelen onderhouden" (vers 63).
Die dichter van psalm 119 kan er eigenlijk niet genoeg van krijgen. Wij missen helaas in doorsnee het invoelingsvermogen wat betreft de motivatie van de dichter en klagen in een tijd van geestelijke kortademigheid over de lengte van deze psalm.
De Kerk een bijbelse aangelegenheid! Verwoordt dat niet de ontdekking, die de reformatoren, met name Luther en Calvijn; deden in de zestiende eeuw?!
Doordat zij de Bijbel onder het stof vandaan haalden, kwamen zij er achter wat inhoudelijk het instituut van de kerk naar schriftuurlijke normen betekende en zagen zij de centrale plaats, die de prediking diende in te nemen in de eredienst. De Heilige Geest ging met beide mannen verschillende wegen. De één (Luther) spitste zich via het lezen en herlezen op Romeinen 1 en zag voor zich de poort van het paradijs geopend toen hij door Gods Geest verlicht verstond hoe Paulus sprak over de schenkende gerechtigheid van God tot bevrijding van het totale menselijke leven.
De ander (Calvijn) werd gebiologeerd door de boodschap van het begin van Romeinen 12, waarin wordt opgeroepen tot de heiliging van het leven met als doel: de eer van God! Zo was voor de reformator van Wittenberg de Wet van God vooral een spiegel der zonde terwijl de man van Genève eraan toevoegde, dat de Wet des HEREN aan de N.T.-kerk ook als regel der dankbaarheid gegeven was.
Luthers grote levensvraag was: "Hoe krijg ik een genadig God?" Calvijns grote levensvraag was echter: "Hoe krijgt God de Hem toekomende eer?"
Beide gezichtspunten zijn geen tegenstellingen, maar aanvullingen op elkander. Juist wie een genadig God krijgt, wordt verlost van zijn ikmiddelpuntigheid en gaat God centraal achten. Van nature gaan wij er van uit, dat de zon om de aarde draait; zo denken wij van nature ook, dat alles om ons eigen ik draait; totdat wij bekeerd worden en ontdekken, dat alles om God en zijn eer draait en moet draaien" (P. J. Roscam Abbing).
Een tweede ervaring deden wij ter katechisatie op toen de 14- en 15- jarigen aan bod waren. Wij behandelen momenteel met hen het thema van het gebed en lazen pas in dat verband een paar formuliergebeden.
Wat liggen daarin een schatten opgetast! Als men bijvoorbeeld neemt die algemene belijdenis van de zonden annex gebed van de zondag voor de preek etc. waarmee het formulierenboek opent, wordt men getroffen door de woorden: "Bereid ook ons aller harten, opdat wij dat (Woord) horen, verstaan en bewaren mogen". Je kunt namelijk luisteren naar het evangelie van Christus zonder dat je het begrijpt en dat kan uiteraard liggen aan prediker èn luisteraar. Maar als je het gehoord en begrepen hebt moet je het ook bewàren en dàt is meer dan slechts conserveren. We mogen en moeten met het gehoorde Woord aan het werk. Dan blijkt, dat we het niet vergeten! In het genoemde gebed komt eerder de zinsnede voor: "Wij hebben allen als schapen gedwaald en hebben grotelijks tegen U gezondigd ... " Een katechisante las in plaats van grotelijks: grotendeels!
Het was uiteraard een vergissing, maar het zette mij vervolgens aanhet mediteren. De belijdenis van de natuurlijke onbekwaamheid tot enig goed en het geneigd-zijn tot alle kwaad wordt aangevochten niet alleen vanuit de hoek van het humanisme en de moderne theologie. Nee, het wil er bij ons niet in! Daarom proberen we op een handige manier iets af te kalven van de grootheid van onze schuld. Als er een schuldbelijdenis tegenover medemensen moet plaatsvinden, staan we gauw klaar met te wijzen op het falen van de tegenpartij. Die was immers ook niet brandschoon.
Het rücksichtslos zich uitleveren aan de ander kost ons de grootste moeite. Grotendeels is niet: helemaal, maar voor het grootste deel.
Grotelijks is in grote mate, op grote schaal! We hebben in de praktijk de onderscheiding ingevoerd tussen grote en kleine zonden, verschrikkelijke overtredingen en pietepeuterige ongerechtigheden. Maar niemand mene, dat een gradueel verschil hetzelfde is als een principieel verschil! In het religieuze vlak treffen we "de paap in ons hart" om met Luther te spreken ook aan wanneer we het of-of van de Reformatie inruilen voor het en-en van Rome! Het of-of komt op uit het sola fide, sola gratia, sola Scriptura en mondt uit in het: solus Christus - Christus alleen! Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf; het is een gave van God; niet uit werken, opdat niemand roeme" (Efeziërs 2 : 8, 9). De belijdenis, dat Jezus Christus de Weg, de Waarheid en het Leven is, vraagt de inzet van ons hele aardse bestaan als mens. Hij is de unieke Weg, geen dwaalweg of doolhof. Hij is de Waarheid en haat de leugen.
Hij is het Leven en heeft de dood overwonnen! Wij kunnen niet uit onszelf die Weg vinden en kunnen ook niet uit onszelf op die Weg gaan.
"De Heere Jezus moet Zelf ons ook op dien weg leiden en bewaren.
Als de Heere Jezus ons alleen den weg had gebaand en wijzelf uit eigen kracht op dien weg gaan konden, zouden we Hem maar half dankbaar kunnen zijn; wij dankten onze redding dan ook gedeeltelijk aan onszelf.
Onze gehele redding ligt in Zijn hand. Als we dat maar goed zien, geven we ons geheel aan Hem over en dan zal Hij ons leven genezen" (S. G. de Graaf). Ja, dat is de aktualiteit van de grote Reformatie!