SOLA GRATIA

1981-10-30
  • Jaargang 25
  • nummer 39



Melodie: Martin Luther 1524
(Liedboek voor de kerken - 19)


1. Uit diepe nood roep ik tot U:
HEER, neig U tot mijn bede.
Wees mij genadig, luister nu
en leid mij tot uw vrede.
Indien U in het oordeel brengt de schuld,
de zonde die U krenkt,
wie kan dan tot U treden?

2. Het is om uw genade, HEER,
dat U ons wilt vergeven,
de werken falen keer op keer,
onzuiver is ons streven.
Wie roemt in wat hij zelf verricht?
De mens moet beven voor 't gericht
en van genade leven.

3. Ik zal op mijn gerechtigheid,
mijn eigen werk niet bouwen,
maar op Gods goedertierenheid,
zijn vriendlijkheid vertrouwen.
Die heeft Hij in zijn woord beloofd,
zijn woord, mijn schat die niemand rooft,
mijn steun en mijn betrouwen.

4. Meer dan de wachters in de nacht
verlangen naar de morgen
zie ik naar God uit en ik wacht ...
en Hij beschaamt mijn zorgen.
Dat Abrams uitverkoren zaad
zich op de HEER, zijn God, verlaat:
bij Hem zijn wij geborgen.

5. Hoe groot de zonde is geweest,
nog groter Gods genade,
opdat Hij altijd wordt gevreesd,
Hij leidt ons op zijn paden.
De God van Israël bevrijdt
van alle ongerechtigheid
en voert ons tot zijn vrede.

Martin Luther (1483-1546)
Vertaling: Joop Klein

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief