HOOGKERKELIJK GEZAG IN SCHOTLAND
1981-11-06
De Dordtse Kerkenordening gaat uit van de plaatselijke kerk, die rechtstreeks onder het gezag van Jezus Christus staat. Zij ziet in die plaatselijke kerk alzo het hoogste gezag op aarde, waar men alleen aan Christus verantwoording schuldig is. - Jaargang 25
- nummer 40
Zulk gezag kan niet worden overtroffen door ",meerdere" vergaderingen, als classes en synoden. Want meerder betekent in de Dordtse Kerkenordening niet hoger, maar uit meerdere kerken bestaande. Dit alles overeenkomstig de regel ons in de Openbaringen aan Johannes gegeven: dat de Geest elke kerk afzonderlijk aanspreekt en niet één generale brief aan de "synode" van Klein-Azië zond.
Wel verwacht de kerkenordening, dat de vrijwillig verbonden kerken bij bepaalde besluiten en daden advies, instemming én/of medewerking van de zusterkerken verzoeken. Die zusterkerken mogen echter noch afzonderlijk noch gezamenlijk enige dwang opleggen: geen enkele kerk zal over andere kerken heersen, is de grondregel van de Dordtse Kerkenordening.
U weet dat alles natuurlijk al lang. Maar deze regels zijn sedert 1618 nagesproken, herdrukt, aangevochten, hersteld, verlaten en te voorschijn gehaald, afgestoft, bijgestemd en weer overtreden. Altijd is de spanning voelbaar geweest tussen de plaatselijke kerkeraad (die bij voorkeur, maar ten onrechte, independent genoemd werd) - en het gebundelde gezag van meerdere kerken, waaraan, met wellicht meer grond, hoogkerkelijkheid bespeurd werd.
Deze spanning is begrijpelijk: de kerkelijke gezagssfeer wordt gewoonlijk verward met de wereldse gezagssfeer, speciaal die van de rechtbanken.
Bovendien is de Amerikaanse leus "one man one vote" vandaag geldig.
Elke neus stemt mee. Als een classis uit elf kerken bestaat en tien tegen een zijn van mening, dat de zon in het Westen opgaat, dan is ieder - ook die elfde kerk - beducht om tegen een tienvoudige overmacht op te komen. De reclame beweert vandaag: tien stemmen kunnen zich niet vergissen - die ene zal dus wel dwalen. Maar dan vergeten we Mozes, die ons leerde: ge zult de meerderheid niet op de verkeerde weg volgen.
Hoe komen we nu aan zo'n thema? Omdat we de laatste twee jaar veel aan deze dingen hebben moeten denken. Wij in Dalmally zaten die twee jaren namelijk - tot vorige maand - zonder predikant. En dat betrof niet alleen Dalmally, maar ook haar tweelingkerk Loch Awe, die op geregelde tijden met ons samenkomt; ook de groepen aan de Oostkust van Loch Awe. Bovendien was de zusterkerk van Tyndrum en omstreken intussen vacant geraakt. Dat was met elkaar een groot gebied, waarvan ons deel twee jaar lang officieel werd verwaarloosd. Want hoewel de zusterkerk van Tyndrum en omstreken nog wel pastorale voorziening genoot van een tijdelijk aangestelde hulpprediker, het grootste deel van deze streek voelde zich verweesd, verlaten en verwaarloosd. Ten gevolge van het hoogkerkelijk gezag.
Opgevoed in het gereformeerde kerkrecht zit je dan niet stil. Uiteraard.
Weliswaar zijn we hier slechts gastleden (onze moederkerk staat in Nunspeet) - maar aangemoedigd door bevriende ouderlingen van elders en een theologisch hoogleraar van Edinburgh gaat je mond wel eens open.
Dat begon ruim twee jaar geleden, toen onze predikant ds. MacVean (u hebt enkele malen een sermon van zijn hand kunnen lezen) met pensioen zou vertrekken. We vroegen hem: kunt u eigenlijk wel weg gaan, zo lang uw opvolging niet geregeld is? Zijn antwoord was helder: er komt gegarandeerd een nieuwe predikant, maar daar mag ik mij niet mee bemoeien. . . Wij vroegen: dus u laat uw kudde zo maar in de steek?
Antwoord: daar wordt volledig in voorzien. Huwelijken, avondmaalsviering en begrafenissen gaan gewoon door. Zelfs predikatie vindt plaats ...
Wij gingen verder: is onze kerkeraad niet te klein, te oud en te onmachtig om zonder u een beroepingsprocedure met succes te leiden? (Men wordt hier voor het leven als ouderling benoemd; door sterfte, vertrek en ouderdomsgebreken verdampt een kerkeraad, wanneer die niet tijdig wordt aangevuld). Zijn antwoord: dat is volstrekt geen zaak voor de kerkeraad - dat doet de classis te Oban in samenwerking met de Headquarters.
(Inderdaad wordt het kerkelijk hoofdbureau te Edinburgh met Hoofdkwartier aangeduid.) En daar kwam een ingewikkelde, langdradige, hoogkerkelijke procedure op gang. Laat ons u mogen vertellen, hoe dat kan gaan. Ds. MacVean vroeg aan de classis ontslag wegens zijn leeftijd. De clasis kondigde deze aanvraag twee maal af en gaf gelegenheid bezwaren in te brengen. Die bezwaren, indien al ingebracht, luiden: dat men de predikant nog graag een poosje had willen houden; erg eervol voor hem, nutteloos en zinloos voor alle partijen.Na een volgende zitting (dus drie maanden verder?) gaf de classis met twee afkondigingen te kennen, dat emeritaat was verleend per een zekere datum. Op die datum kwam de afscheidsdienst, werd de vertrekkende namens de classis toegesproken en bleef een verweesde gemeente achter.
Met de beste wensen.
De kerkeraad, daartoe ontboden, verzocht de classis om Dalmallyen Loch Awe tot vacante plaats te verklaren. Bij de eerstvolgende classiszitting gebeurde dat ook. Nu verzocht de kerkeraad een beroepingscommissie te benoemen.
Na maandenlang beraad antwoordde de classis, dat er een groot tekort aan predikanten is en dat de kerken in ledenaantal en kerkbezoek zodanig teruggegaan zijn, dat de kosten van een aparte predikant voor het hulpbehoevende Dalmally-Loch Awe tegenover Edinburgh niet meer verantwoord kunnen worden. Daarom moest een herindeling van het gebied plaats vinden en koppeling van meerdere kerken. Inderdaad werd een aantal kerkleden bij Taynault gevoegd, de groepen langs de kust van Loch Awe kwamen (op papier) bij Dalmally terecht en de kerk van Tyndrum en omstreken zou aan de parochiekerk van Dalmally worden gekoppeld.
De kerk van Tyndrum en omstreken ging hier wel mee accoord. Maar onze kerkeraad, hoewel accoord met de grensverschuivingen, stemde vastbesloten tegen de koppeling met Tyndrum. Als grond voor deze weigering werd de afstand (30 km) opgegeven; maar die Oostelijke kerkgroep ligt achter een bergkam en zulk een natuurlijke grens vormt een psychologisch onoverkomelijk beletsel.
De classis, altijd hoffelijk zoals de sterkste past, oordeelde de bezwaren onvoldoende gegrond en adviseerde onze kerkeraad bij de synode in beroep te gaan. Dat woord "beroep" moet hier in zijn meest wereldse zin worden opgevat: van hoog tot hoger. Welnu, dat gebeurde te gelegener tijd: voor het kerkelijk hoogste hof (High Court) werd met hulp van een gehuurde advocaat (!) aangetoond, dat het beoogde rayon veel te uitgestrekt voor één predikant zou zijn. De syriode, uitspraak doende in hoogste ressort, waartegen geen beroep mogelijk is, besliste dat de kerkeraad gelijk had (... ) en dat derhalve de koppeling met Tyndrum wél zou doorgaan, maar dat het Hoofdkwartier Tyndrum en omstreken van een hulpprediker zou voorzien. Die hulpprediker, onder verantwoordelijkheid van Dalmally werkende, werd door onze kerkeraad niet al te serieus genomen; want na elk half jaar kan die teruggeroepen worden en men stelt geen vertrouwen in een instantie, die met de ene hand terugneemt wat ze met de andere geeft.
Niettemin werd thans door de classis een beroepingscommissie benoemd; zonder medewerking van de ouderlingen, die bij gebrek aan betere machtsmiddelen in staking gingen. Enkele leden van de Womens Guild namen de taak op zich. Er werd ijverig geadverteerd (!), geschreven, getelefoneerd, gereisd en geluisterd. Twee predikanten meldden zich aan, die de schoonheid van de Hooglanden liever hadden dan de beter betalende steden. Een keus werd gemaakt, de gekozene was bereid een proefpreek te houden (die veel beter was dan we durfden hopen) en de gemeenteleden maakten geen gebruik van de geboden gelegenheid om bezwaren in te brengen. Daarop besloot de classis, buiten de kerkeraad om, de gekozene te benoemen en te bevestigen.
Die bevestiging in het ambt van dienaar des Woords - van de nog ongehuwde 28-jarige ds. Wm Hogg, twee jaren als hulpprediker achter de rug - vond onlangs plaats. In een met veel bloemen versierd kerkgebouw, gevuld met eigen leden en leden van naburige plaatsen, zes predikanten en enkele andere classisleden, alles onder leiding van de classisvoorzitter. Want denk niet dat hier het ambt van classispraeses eindigt wanneer de vergadering uiteen gaat; die voorzitter duikt altijd en overal weer op, als een duveltje uit een doosje.
De nieuwe predikant legde tal van beloften af, die hem in een formulier werden voorgelegd. Daaronder: de erkenning van de Drie-enige God, van zijn Woord, van de geloofsleer der kerk (althans in de fundamentele punten - maar met vrijlating in ondergeschikte punten, ter beoordeling van de kerk) en in één adem werd gehoorzaamheid en medewerking aan de kerkelijke organiastie beloofd (!) Niet aan de kerkeraad; die kwam niet in het stuk voor ...
Wij geven u deze tekening zonder enig genoegen door. Alleen om te laten zien, waàr we terecht komen wanneer een kerkelijke gezagspiramide gaat heersen op de plaats, waar Christus door zijn ambtsdragers had willen regeren. De discussie over het kerkelijk gezag is in Nederland nog mogelijk en nuttig; laat het zo blijven.
Die classis hier - dat moet u bepaald weten - bestaat overigens uit fijne broeders en vrienden. We zeiden na een vergadering eens gekscherend: jullie doet me denken aan wat Julius Caesar van de Romeinse senaat zei: allemaal even goede mensen, maar als vergadering een kwaad beest!
Ze hebben hartelijk gelachen, want we citeerden Shakespeare en dat kan hier nooit kwaad bloed zetten.
(wordt vervolgd)