Homofiel zijn, wat doe je er mee?
1981-11-06
Deze keer wil ik gedeelten overnemen uit een artikel 'Homoseksualiteit in de "praktijk" , uit het blad Dia van mei 1981. Dit blad dat hoofdzakelijk in christelijk gereformeerde kringen gelezen wordt gaf in mei een themanummer over homofilie, waarin bijdragen voorkomen van een vader van een homofiel meisje, van twee predikanten en een arts, terwijl het eerste artikel geschreven werd door Egbert Boertien die zelf homofiel is.- Jaargang 25
- nummer 40
Uit dit artikel van Egbert neem ik zonder commentaar gedeelten over.
De inhoud spreekt voor zichzelf en is de moeite van het overwegen waard.
Op een gegeven moment, dat voor ieder anders ligt, kom je er achter dat je homoseksueel bent. Die ontdekking doe je overigens meestal geleidelijk.
Toch komt het "anders zijn" vaak als een schok. Vooral het feit, dat je vanaf dat moment bewust anders door het leven zult gaan. Daaraan gekoppeld de twijfel of je er wel voor uit moet komen. Tegenover je direkte omgeving is het, als je ver van thuis op kamers woont, op zichzelf nietzo moeilijk. Aanvaarden je vrienden je niet zoals je bent, dan weet je wat je aan ze hebt. Maar juist tegenover je familie is het vaak een teer punt.
Zullen ze je de deur wijzen, je gevoelens veroordelen, je aanraden toch maar te trouwen, "dan gaat het wel over"? En dan het belangrijkste punt in deze: wanneer en hoe zal ik ze het vertellen? Geen enkel tijdstip lijkt het meest geschikte. Gelukkig maken veel mensen zich onbewust veel te druk, maar de gevallen waarin ouders hun kind liever een ongeneeslijke ziekte hadden toegedacht schijnen ook nog wel eens voor te komen.
Als het hoge woord er tegenover je ouders uit is, komt er ook een moment, waarop de kerkeraad erachter komt.
In mijn geval niets geheimzinnigs overigens, ik had al eens een artikeltje geschreven en was in een NCRVprogramma verschenen. Elke kerkelijke gemeente is dan natuurlijk anders in zijn opvang. Ik heb die in de mijne als positief ervaren, omdat er op geen enkele manier getracht werd mijn geaardheid in twijfel te trekken. Wel vond men, dat de situatie moeilijker zou komen te liggen als ik een relatie zou aangaan.
Natuurlijk kwam daarbij de theologische visie om de hoek kijken. Ik sta echter op het standpunt, dat dat een zaak is van persoonlijk geloofsleven, waar de kerk slechts een funktie heeft bij het bestrijden van eventuele uitwassen. Gelukkig zijn er in onze kerken ook wel predikanten, die het wat dit betreft met mij eens zijn. Dat geeft in elk geval hoop voor de toekomst.
Ik herhaal dan de al eerder gestelde vraag, nu toegespitst op mijn situatie: Hoe mag en kan ik in de Christelijke Gereformeerde Kerken funktioneren als belijdend lid èn als homoseksueel, zonder dat ik meer van mijn privéleven hoef prijs te geven dan het heteroseksuele gemeentelid?
Het is een zeer gelukkige zaak, dat DIA zijn kolommen opengesteld heeft voor deze problematiek. Hiermee wordt in ieder geval een doorbreken van het ideaal bereikt. Soms wordt mij in dit verband gevraagd, waarom ik eigenlijk zo voor mijn geaardheid uitkom, meestal met een ondertoon van "je stelt je op deze manier zo kwetsbaar op". Mijn enige doel is echter de doorbreking van het stilzwijgen, vooral in kerkelijke kring.
Tevens hoop ik ermee te bereiken, dat men nu eens gaat inzien, dat niet elke homoseksueel past in het stereotiepe patroon, dat "men" heeft van onze geaardheid.
Er zullen best vragen komen over dit artikel en ik zal die ook zeker beantwoorden.
Ik zou hierbij tevens de oproep willen doen aan allen die dit lezen en die moeilijkheden hebben met (hun eigen) homoseksualiteit om ook te reageren. Allang leeft de gedachte een gespreksgroep op te zetten van Christelijke Gereformeerde homoseksuelen eventueel uit te breiden met gevoelsgenoten uit aanverwante richtingen van de gereformeerde gezindte. Op deze wijze hoop ik wat mensen bij elkaar te krijgen.
Veel woorden zijn al over dit onderwerp geschreven buiten onze kerken.
Soms gaan theologen graag op de rechterstoel zitten. Hierbij zouden ze echter de woorden van Prediker in gedachten moeten houden: ,,En toen ik opnieuw mijn ogen de kost gaf, zag ik weer zo iets onder de zon: lucht, en nog eens lucht. Neem nu iemand, die alleen staat, die geen zoon heeft en geen broer, en zo iemand ploetert maar voort, hij staart zich blind op rijkdom - zou die niet eens mogen bedenken: "Voor wie eens mogen bedenken: "Voor wie werk ik eigenlijk zo hard, en blijf ik mij het eten uit de mond sparen?"
Is dit geen lucht, zou zo iemand niet iets beters kunnen doen?
Beter met zijn tweeën dan alleen, want in zo'n geval heb je tenminste iets aan je geploeter. Als er twee vallen, helpt die één de ander overeind, maar wat, als er iemand komt te vallen, die niemand heeft om hem weer op de been te helpen? En als zij met zijn tweeën gaan slapen, dan warmen zij zich aan elkaar, maar iemand alleen, hoe moet die het warm krijgen? En laten we zeggen, dat iemand één van de twee aanvalt, dan worden zij hem met zijn tweeën wel de baas, en een driestrengssnoer gaat moeilijk stuk!"
(Prediker 4 : 7-12 in de vertaling "De mens heet mens").
Gespreksgroep
Naar aanleiding van wat ik eerder schreef over 'homofiel zijn' kreeg ik nogal wat reakties van homofiele jongeren en ouderen.
Het is de bedoeling een gespreksgroep te vormen voor homofiele jongelui, in samenwerking met jongeren uit de christelijke gereformeerde kerken.
Het eerste gesprek zal plaatsvinden op zaterdag 14 november om 2 uur te Utrecht.
BelangsteIlenden kunnen zich bij mij opgeven: Gasthuisstraat 33, Zaltbommel, telef. 04180-2245. Ze ontvangen dan het adres van samenkomst.