Schriftgetrouw
1981-11-13
Eens pleegde een Prins van Oranje een demonstratie en dat nog wel tijdens de kerkdienst. Willem V sloeg met een daverende klap z’n psalmboek dicht, toen de predikant een vers van ps. 78 opgegeven had. Hij wilde God niet met een beschonkene vergelijken, zo verklaarde de prins naderhand. Dat deed de berijming van Datheen: “Gelijk een dronken mens zich opmaket, als de wijn wel verteerd is en ontwaket, die zeer luid tiert en maakt een zeldzaam wezen, alzo is onze God opgerezen.”- Jaargang 25
- nummer 41
Met z’n daad gaf de prins de stoot tot de berijming van 1773, waaraan nóg wel kerken verkleefd zijn. Die maakte het iets minder cru op het punt waar het om ging (vers 33) maar trok nog wel de vergelijking tussen God en een man, die zich moed ingedronken heeft. Daarna kregen we de nieuwe interkerkelijke berijming. Die heeft op dit punt (vers 23) felle woorden, die de gedachte van de onberijmde psalm goed weergeven: “Toen is God opgestaan als een ontwaakte. Kampvechter God! een held die zich sterk maakte als in een roes!”
Nu hebben we óók “Psalter 1980”. Dit boekje is, mag je wel zeggen, afkomstig uit onze kring. Het heeft déze berijming, als 't gaat over het betreffende punt van psalm 78: "Als iemand uit zijn slaap verkwikt ontwakend, zoals een held door wijn van strijdlust blakend, zo stond de HEERE op".
Ik vind de berijming hier mat, en door de deelwoorden komt ze nauwelijks uit boven Datheen; in dit vers. Van “Psalter 1980” is het gebruik van de naam HEERE een sjibboleth. Hier is die naam niet terecht gebruikt. De onberijmde psalm heeft in vers 65 een andere naam van God. “Psalter 1980” komt van een stichting die schriftgetrouwe psalmberijming wil. Men vindt blijkbaar de ‘nieuwe berijming’ niet schriftgetrouw. Men wilde waken tegen weglatingen, zo staat in het woord vooraf. Vandaar dat psalm 119 weer 88 verzen heeft en niet 66 zoals in de nieuwe berijming. Mag je nooit iets weglaten in een berijming? Het is geen Bijbelvertaling toch? Het gaat erom wat de gemeente zingen zal en dan mag je een specifieke oosterse beeldspraak als die van die dronken man weglaten, meen ik. we moeten niet zo gauw het werk van mensen uit een andere hoek, veroordelen als niet schriftgetrouw. Als het dáár over gaat, om die weglatingen, dan zijn de kérken nooit schriftgetrouw geweest. Zij zongen maar éénderde van de psalmbundel. Wie heeft ooit Psalm 137 : 5 , oude berijming, in de kerk gezongen? Overigens meen ik, dat auteurs en uitgevers recht hebben op een brede behandeling van hun boekje, juist in dit blad.