Spelende kinderen
1981-11-13
In het boekje van Ds. J. H. Veefkind 'Hoe leest u .. .' worden een aantal schrftverklaringen gegeven die tot dóórdenken willen zetten. Op één ervan wil ik even wijzen. Naar aanleiding van Markus 10 : 15 (Voorwaar.- Jaargang 25
- nummer 41
Ik zeg u: Wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt als een kind, zal het voorzeker niet binnengaan') wijst hij er op dat in Lukas 18 : 15 gesproken wordt over kleine kinderen, die naar Jezus worden gebracht, gedragen.
De discipelen proberen dit te verhinderen, wat aan Jezus de hierboven geciteerde woorden ontlokt.
Veefkind zegt hiervan: 'En hierbij moeten we de klemtoon niet leggen op de woorden 'als een kind', maar op het woord 'ontvangt'.
Wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt, als een kind namelijk, zal het voorzeker niet binnengaan.
Jezus zegt niet hoe wij het Koninkrijk moeten ontvangen, aan welke vóórwaarden wij moeten voldoen.
Maar Jezus zegt dat wij het Koninkrijk moeten ontvangen; dat we het moeten ontvangen, zoals een baby de fles en de luier ontvangt.
Een baby néémt de fles niet, pàkt geen schone luier, maar een baby krijgt zowel het één als het ander.
Zo is het nu ook met het Koninkrijk Gods. Dat néém je niet; dat ontvang je. Je kunt het Koninkrijk alleen maar binnenkomen door het te ontvangen. Je leeft er van de geef.' Ik moest hieraan denken toen ik pas een kerkdienst meemaakte waarin een kindje werd gedoopt en waarin de predikant de kinderen in de kerk liet mee 'spelen' zonder dat aan de Woordverkondiging werd tekort gedaan.
Met behulp van wat meegebrachte spelletjes werd gewezen op de spelregels die God geeft. Zo werden de kinderen sterk bij de dienst betrokken, vooral ook omdat ze konden antwoorden op gestelde vragen.
In Zacharia wordt gesproken over kinderen die spelen op de straten van de stad. Zacharia profeteert ervan (8 : 5), maar dit spelen van kinderen is toch niet alleen toekomstmuziek?
Van Gods gemeente vandaag zingen we weI dat ze door God welgebouwd wordt, maar gunnen we daarin ook spelende kinderen een plaats? We kunnen ook de vraag stellen of we bereid zijn die gemeente en het tot die gemeente behoren willen ontvangen als een kind? Zijn we bereid .de hand op te houden?
In genoemde kerkdienst werd o.a. gezongen Lied 332 uit het Liedboek: Heer Jezus, Gij die als een kind geboren werden zijt bemind, opdat wij niet in eigenwaan voorgoed verloren zouden gaan,Gij hebt de kindren niet veracht, die men gelovig tot U bracht, maar hun de handen opgelegd en hen ontvangen en gezegd: "Mensen, laat overal vandaan de kinderen vrij tot mij gaan; weerhoudt ze niet, want arm en rijk, derzulken is het hemelrijk".
Wij bidden U, 0 trouwe Heer, zie in genade op hen neer; wees met hen in de aardse strijd, wees met uw hele christenheid.
Stel toch uw sterke englen om hen heen, zij zijn uw eigendom, en houd uw hand nu en voortaan zegenend over hun bestaan.
Zegen hen in hun groei, 0 Heer, en laat ze leven tot uw eer, godzalig hier in deze tijd en eenmaal in de eeuwigheid Zegen hen in hun groei, 0 Heer ...
Dit bidden is goed, maar dan zullen we hen ook hun plaats moeten gunnen, hen de gelegenheid moeten geven te groeien binnen Gods gemeente.
Opdat ze, als ze groter worden, ontvangers willen zijn. Opdat ze van de ouderen leren dat we in de kerk alles ontvangen.