Hoe werkt de kerkeraad? (1)
1981-11-20
Wat ik in de volgende twee artikelen ga zeggen, is persoonlijk. Het berust op waarnemingen die ik samen met anderen, die ik ken, gedaan heb in de loop van een jarenlang deelnemen aan het kerkelijk leven en kerkelijke vergaderingen.- Jaargang 25
- nummer 42
Toch stel ik er prijs op bij voorbaat te zeggen dat ik bij dit artikel niet gedacht heb speciaal aan de gemeente in Utrecht.
Sommige auteurs schrijven voorin hun boek: Geen van de genoemde personen hebben betrekking op historische figuren etc. Zo kunnen zij veel dingen over mensen schrijven die zijn natuurlijk wel ergens aan hebben opgedaan, maar die zij graag in het algemeen naar voren willen brengen. Zo zijn ook deze artikelen bedoeld.
De reden, waarom ik hierover schrijf is gelegen in een verzoek aan de redactie. Iemand vroeg: schrijf eens wat meer over praktische onderwerpen zoals bijv. en toen volgde o.a. de titel van dit artikel.
Het is goed mogelijk dat u weer andere ervaringen hebt dan ik. ik zou die dan best graag willen horen. Het kan echter ook zijn dat uw ervaringen precies gelijk zijn aan de mijne en dan is het des te nuttiger om deze onderling uit te wisselen om zo samen de gemeente van Christus des te beter te kunnen dienen.
a. Waarom is het belangrijk om de aandacht eens te richten op de manier waarop de kerkeraden werkzaam zijn?
Ik denk allereerst omdat er nogal vaak gevoelens van ongenoegen zijn over de manier waarop een kerkeraad actief is. Waarom moet het altijd zó laat worden, verzuchten vele vrouwen van ambtdragers als hun mannen na een lange vergadering rond of na het middernachtelijk uur binnenvallen. Waarom doen zij altijd zo geheimzinnig, vragen vele jongeren zich af. Je leest altijd wel verslagen van kerkeraadsvergaderingen in het kerkblad, maar je wordt er nooit veel wijzer van. Er staat niets in.
Dat is een tweede klacht.
“Wat zal er vanavond weer de orde komen”, denkt een dominee, als hij zijn jas dichtknoopt om naar “de kerkeraad”te gaan en hij vraagt zich dit eerder af met een zucht dan met stil verlangen.
“Ik zit mijn tijd daar te verknoeien”, zegt een ouderling of diaken. “Ik had beter de gemeente in kunnen gaan. Dan had ik een vruchtbare avond gehad”.
Zo kan ik nog wel even doorgaan met opmerkingen die ik wat betreft de bovenstaande zomaar heb opgetekend uit de mond van de mensen.
b. Wat is er aan de hand dat zulke opmerkingen wel vaak gehoord worden?
Wat doet een kerkeraad dat haar werk niet vaak met vreugde gedaan en/of ontvangen wordt?
De eerste voorgrondsverschijnselen zijn meestal de voor de hand liggende zondebok: een onhandige voorzitter kan discussies oeverloos laten uitlopen, zodat het agendum niet op tijd kan worden afgewerkt. Een over-consentieuze ouderling
kan moeilijke opmerkingen maken over een ingekomen stuk, zodat ineens 10 à 20 mensen zich een half uur of meer met een futiliteit moeten bezighouden. De rondvraag kan worden misbruikt om nog net even iets te zeggen over de preek van de vorige zondag - en de zo mooi geplande sluitingstijd van de voorzitter loopt danig uit de hand. "Bestuurlijke"
zaken vullen een hele avond.... om dan nog maar niet te spreken van de rook, die op sommige kerkelijke vergaderingen wordt geproduceerd.
Al dit soort verschijnselen hebben kerkeraadsvergaderingen vaak impopulair gemaakt. "Je kleren ruiken naar de rook", zeggen de medehuisbewoners van de vader van het gezin. En vader moppert: het duurde ook weer zo lang - en er kwam niets uit ...
Om nu even van de klachten over 'te stappen op de remedie: ik denk dat aan deze vóórgrondverschijnselen best heel veel te doen is. Kerkeraden kunnen zèlf deze voorgondsklachten voor een heel groot deel voorkomen, bijv. door op alle vergaderingen het roken te verbieden.
Het is een heel gezonde maatregel.
Niet alleen vanwege de milieuhygiëne en de volksgezondheid, ook omdat het de sfeer van "lekker, gezellig", die bij het roken van een sigaret of-sigaar behoort, wat doorbreekt.
Dat is nl. een wat bedriegelijk gevoel. Er mag best een atmosfeer hangen van een werk-kamer, waar allen met uiterste inspanning bezig zijn een werkstuk te leveren, waar een gemeente en wellicht zelfs de engelen in de hemel met spanning naar uitzien.
Ook andere praktische maatregelen kunnen kerkeraadsvergaderingen veel nuttiger maken. Bijv. door het punt "ingekomen stukken" en liefst ook de notulen niet als punt 2 en 3 op het agendum te plaatsen, maar aan het slot. Wat betreft de notulen: die dienen zich te beperken tot een besluiten-boekje, waarin nog even kort wordt gememoreerd welke zaken door de vorige vergadering zijn besloten - maar bewaar ons (en ons nageslacht!) voor de lange verslagen van wat er zoal is gezegd en opgemerkt. Er moet uit de vergadering worden geweerd alles wat maar mogelijk aanknopingspunt kan worden voor onbenullige debatten. Zoals: geven wij nu steun aan de Stichting Bralectah of niet (het gaat dan om f 25,- uit de pot: algemene doeleinden).
Daar is de vergadering gauw een half uur zoet mee. Zulke toestanden moeten totaal onmogelijk zijn in een kerkeraad.
Dit kan betekenen dat een wat grotere kerkeraad alle bestuurlijke zaken delegeert aan een klein groepje bestuursleden - of om het in het latijn te zeggen: het moderamen.
Er zijn nl. nogal vaak bestuurlijke zaken op een kerkeraadsvergadering, zoals steun aanvragen, benoemingen en representaties, onderhoud en organisatie, financiën en afvaardigingen - zo veel mogelijk moet dit door een zo klèin mogelijk groepje mensen afgehandeld worden - dan blijkt dat deze zaken in de praktijk heel snel kunnen worden afgewerkt. Natuurlijk kan een kerkeraad in een verslagje van 5 minuten op de hoogte worden gehouden van de besluiten van dit moderamen.
Ook zijn een goed voorbereid agendum en het vóóraf toesturen van wat besproken gaat worden, enorme hulpmiddelen, die moderne copieertechnieken voor weinig geld mogelijk maken.
Tenslotte: een voorziter moet gewoon om 10.30 uur de hamer laten vallen. Wat er nog te doen valt, moet dan de volgende avond maar gebeuren.
c. Toch blijven al deze - en wellicht nog uit te breiden - verbeteringen van milieu en techniek van een kerkeraadsvergadering nog maar wat schaaf- en schuurwerk.
Want met al deze mooie en handige verbeteringen blijft er iets in het functioneren van een kerkeraad wat op dieper niveau niet klopt. De klacht blijft vaak: "Was dit nu de moeite waard?"; "de eigenlijke problemen zijn niet aan de orde gekomen ... " en: "Er kwam niets uit, of: "Ik ben er niet door verrijkt en bemoedigd". Het blijft vaak een corvee, die wij ijverig uitvoeren, maar ook gelijk maar weer zo gauw mogelijk vergeten. Hoe komt dat?
Ik denk daarbij nu wel aan wat dieper liggende oorzaken zoals bijv.
het feit dat het een mannen vergaring is. Ik heb het sterke vermoeden dat een vergadering waaraan vrouwen mee deelnemen, in kwaliteit veel hoger en hoogstaander zal worden dan vergaderingen met mannen alleen. Wij straffen onszelf met onze. mannen-monopolies, die de Schrift niet kent (Rom. 16 : 1 - Phil. 4 : 3).
Ook denk ik dat niet altijd de goede mannen op de goede wijze gekozen worden. Het is erg belangrijk dat een kerkeraad èn een gemeente niet uit verlegenheid - omdat er zo weinig keus is - zich laat verleiden om mensen in de kerkeraad te kiezen en benoemen die voor die taak eigenlijk geen of nauwelijks gaven hebben. Soms menen zij - bij vergissing (zoals straks zal blijken)dat het verkozen worden in de kerkeraad net zo iets betekent als het gekozen worden in een schoolbestuur - of om nog verder van huis te gaan: het bestuur van een voetbalvereniging. Daar komen die diepere misverstanden uit voort dat het bij een kerkeraad gaat om een bestuurlijk college - en de vele kleinzieligheden die daaruit voortvloeien.
Trouwens: dit laatste woord 'kleinzieligheden' is wèl bewust gekozen en houdt ook verband met een diepere mentaliteit, de angst om zelfs maar het allergeringste te veranderen of opnieuw te doordenken is bij sommigen zó groot, dat er geen vruchtbaar gesprek over mogelijk is. Ik vind dat er dan ook bij het kiezen van nieuwe ambtsdragers moet worden opgelet: kan iemand echt geestelijke verantwoordelijkheid dragen? Heeft hij of zij gaven?
Zo niet, dan is. het beter om met een vacature te blijven werken, dan mensen te verkiezen, die voor deze taak geen gaven hebben gekregen - en later alleen maar hindernissen worden bij het vruchtbaar werken van een kerkeraad. Met andere woorden: mannen-monopolies, gebrek aan geestelijke draagkracht (en durf), tradtionalisme en formalisme, dat zijn wat dieper-liggende oorzaken van het slecht functioneren van een kerkeraad. Ik ben er zeker van dat ook deze lijst van laten wij zeggen mentaliteits-fouten nog uit te breiden is. Toch gaat het mij in dit artikel zelfs niet om dat wat ik onder dit punt c aan de orde gesteld heb.
d. Het is heel goed mogelijk dat u tot een kerkeraad behoort, waar noch de zaken onder punt b noch de zaken onder punt c genoemd, van toepassing zijn. Wat dat betreft loopt het allemaal bij u prima.
Maar als u een opiniepeiling zou houden hoe hoog de echte waardering is voor uw kerkeraad - in de gemeente en onder het college zelf - dan kon u nog wel eens de wondere ontdekking doen, dat het bijzonder laag is geblèven.
Dat leidt mij hier in punt d naar mijn laatste punt nl. dat de mannen waarop de Kerkeraad werkt, in de kern vaak fout is. Om dat voorlopig met een paar woorden aan te duiden: het zou vooral een geestelijk werk moeten zijn, waaraan de leden van een Kerkeraad zich wijden in hun samen-zijn. Met geestelijk bedoel ik wat ik zeg: niet overgeestelijk, maar door de Geest van Christus geleid. Daarom zou het vooral een biddend college moeten zijn. Tegelijk ook een groep gemeenteleden die als voortrekker functioneert, die ongeduldig soms vóór een gemeente uit moeten gaan. Hier zou alles moeten plaatsvinden in een toonzetting van rechtvaardigheid, vrede en blijdschapdoor de "Heilige Geest"
(Rom. 14: 7). Met een levende betrokkenheid op de wereld en haar nood rondom ons, zou dit college een werkgroep moeten zijn, waar kracht van uitgaat (1 Cor. 4 : 20). Kortom de Kerkeraad is bedoeld als geestelijk dragend lichaam in de Gemeente.
Om u dat nader duidelijk te maken heb ik een tweede artikel nodig.