Een nieuw begin
1981-11-20
In de beide vorige artikelen vertelden we u iets van de schaduwzijden van kerkelijk Schotland. Laten we vandaag eens wat moois mogen doorgeven.- Jaargang 25
- nummer 42
Want nooit zijn de dagen hier somber, of er zit wel een zonnestraaltje tussen; en nooit is het hier zonnig, of de hemel is gestoffeerd met wat wolken. Zo is het klimaat, zo is het weer, zo zijn de mensen hier. Waarom dan niet ook de kerk?
Na twee jaren van hoogkerkelijke versukkeling mochten we door Gods goedheid en door ons vriendelijk gezinde kerkelijke organisaties een nieuwe predikant ontvangen. Gods goedheid staat voorop en is genoegzaam voor de rest. Maar de vriendelijke gezindheid, zowel van de Classis als van het Hoofdkwartier, zijn van onmiddellijk belang - zij het dat die eveneens door Gods goedheid zijn ingeschakeld.
De classis heeft begrepen, dat zij gefaald heeft en iets goed mag maken.
Zij heeft veel goed gemaakt. De hoogste instantie heeft eveneens begrepen, dat haar luguber woordenspel (het appèl erkend, maar de aangerichte schade gehandhaafd) doorzien werd, zelfs door trage Hooglanders. Ook zij heeft meegewerkt. Zodat we bezig zijn alle narigheid te vergeven en te vergeten.
Onze nieuwe predikant, een vrijgezel van 28 jaar, heeft enkele arbeidersjaren en twee dienstjaren als hulpprediker achter de rug. Jawel, aanstaande predikanten worden enkele jaren de maatschappij ingestuurd, voor ze de pastorie in mogen. (Wat op zichzelf goed mag heten: die predikanten in Nederland, die eerst een andere functie hebben gehad, kenden wij als de besten.) Voorlopig kookt ds. Hogg zijn potje zelf in de veel te grote pastorie en men zegt dat hij ook zelf de was doet. Bovendien wordt hij onder de voet gelopen door de werkmensen, want het dak lekt, de verwarming moet opnieuw aangelegd worden, evenals alle leidingen, en alles wordt geschilderd en behangen: De Filistijnen vallen over hem. De penningmeester had zijn komst dan ook graag nog wat uitgesteld - maar daar hebben we samen wat aan gedaan. We zeiden: de verhoring van onze gebeden mogen we nooit uitstellen; u had eerder aan al die dingen moeten denken!
Iemand die thuis zoveel wanorde ontmoet, kan natuurlijk nog niet aan alles tegelijk denken. Zo kwam de predikant gisteren de kerk in, na een eerste dienst in Loch Awe te hebben geleid, en zei opeens ontwapenend eerlijk: neem me niet kwalijk, maar ik ben even de kluts kwijt (I'm totally lost). Er ging een bemoedigende lach door de kerk en hij zat weer te paard.
Maar dan volgde er een uitgezochte Schriftlezing uit oude en nieuwe testament, een voortreffelijke tekst en een degelijke korte preek, die bewezen dat hij allerminst de kluts kwijt is. Bovendien kiest hij de liederen met veel zorg, passend bij zijn thema. Ook geeft hij een inleidend praatje voor de kinderen, waarmee hij de stof voor de groten tevens voorbereidt.
Zo'n kinderpreek - daar moesten wij in het vaderland wat meer aan kunnen doen. De toekomst van de kerk is toch belangrijker dan haar verleden? Nu, dan zijn kinderen in de kerk zeker zoveel aandacht waard als volwassenen, die al veel goede preken gehoord hebben. Onlangs hoorden we een kinderpreek van ds. Hogg en die was als volgt:
Een jongeman kwam zich bij de bekende Sint Franciscus melden om als leerling te worden opgeleid. De vriendelijke prediker stond hem toe, dat hij hem volgde en zijn doen en laten gadesloeg, in afwachting van een aantal lessen. Aan het eind van de eerste dag vroeg Franciscus hem: heb je al wat opgestoken? - Het antwoord van de leerling was: u hebt me geen enkele les gegeven, u bent op de markt geweest, hebt met veel mensen een woordje gewisseld, hebt een aantal zieken bezocht, de vogels gevoederd, een paar ongelukkigen geholpen - maar 'u had geen tijd voor mij. Waarop Franciscus' antwoord luidde: "Je brengt het evangelie beter met daden dan met woorden".
Gisteren een ander kinderpreekje. Een soort gelijkenis. Van een oude postbode, die behalve zijn betaalde dagtaak voor iedereen klaar stond om boodschappen, medicijnen of bestellingen mee te brengen; hetgeen voor afgelegen wonende mensen een weldaad betekent. En van een rijke dame, die in een bijzonder mooi en kostbaar gemeubileerd huis woonde.
De postbode stierf op een dag, de rijke dame werd eveneens tot haar vaderen verzameld. Toen de laatste aan de hemelpoort klopte, zegt het verhaal, werd haar een prachtig huis getoond, waar de postbode nu in woonde. Ze stond verwonderd - maar Petrus zei haar: het bouwmateriaal voor dat mooie huis is van hemzelf afkomstig, al zijn geloofsdaden en bewijzen van naastenliefde zijn in zijn huis vastgelegd. - Toen hij haar tenslotte háár nieuwe woning toonde, een armzalig huisje in tegenstelling tot haar vroegere kasteel, zei Petrus: nu ja, zegt u zelf maar wat voor bouwmateriaal u vooruit gezonden hebt? En met de tekst "verzamelt u schatten in de hemelen", had de predikant meteen een goed begin gemaakt.
De met ons verbonden kerk in Tyndrum kreeg inmiddels ook een nieuwe predikant, zij het een "subminister" en voor tijdelijk. Dat geeft niets, want alle predikanten zijn tijdelijk en het woordje sub, dat naar wij menen "onder" betekent, heeft niets om het lijf. De onderpredikant is van middelbare leeftijd, heeft een stel studerende kinderen en werkte twaalf jaar in Glasgow voor een groep Duitse christenen aldaar. Toen zijn Duitse uitIeentijd op een eind liep en zijn gezin bepaald niet terug wilde, deed hij een gooi naar het predikantschap in de Church of ScotIand.
Dat lukte. Na een "proeftijd" als subminister en een paar rapporten zal hij beroepbaar gesteld worden. Maar hij vindt de Hooglanden zo'n paradijs, dat we hem niet spoedig zien vertrekken. Overigens komt hij uit het Rijnland en we vinden hem gewoon gereformeerd. Eenmaal per maand gaat hij bij ons voor en ruilt met zijn "baas", de jonge vrijgezel; iets wat alle partijen wel leuk vinden.
Wat wij in de Duitser zo waarderen is, dat hij zijn Engels net zo moeizaam en schools uitspreekt als wij; daarom kunnen we hem woordelijk verstaan, wat de meeste Schotten ons niet nadoen. Want er bestaan veel Engelse dialecten - maar geef de Hooglanders de ruimte. Neem een woord als "dag", dat is "day", officieel uitgesproken als deei. Maar een Schot zegt daar "daai" tegen; een havenpredikant, die hier vorig jaar eens voorging, zei gewoon "doi" en maakte excuus voor zijn dialect. Maar hoe de uitspraak ook i's - in alle tongen wordt de naam des Heeren groot gemaakt en dat is heerlijk.
Gisteren hadden we een doop dienst - de eerste doop, die ds. Hogg mocht bedienen. Hij nam drie dagen tevoren al contact met ons op over de liturgie; want liturgie is hier een samenspel tussen predikant en organist.
(We hebben wel eens een noodvoorziening gehad die ronduit zei: maakt u de zang maar klaar, ik ben toch aan u overgeleverd; "I'm in your hands"). Zo maakte onze dominee goed werk van de praiselist; dat is niet de prijslijst maar het "psalmbriefje"; hij wist al dat de hele onkerkelijke familie op het feest zou verschijnen. Daarom een algemeen en staande uitgesproken geloofsbelijdenis; daarom ook de hele gemeente verantwoordelijk gesteld voor de doop; daarom ook bijbehorende liederen.
Nu wordt hier tijdens de collecte een improvisatie of een muziekstukje gespeeld, zo is de gewoonte. Wij houden daar niet van; zijn gereformeerd opgevoed en komen daar niet meer over heen. Toen de predikant voor de goede orde vroeg: u speelt bij de collecte stellig een wiegelied, van Brahms of zo? - konden wij dan ook antwoorden: nee, als gewoonlijk krijgt u een bewerking van de eerstvolgende hymn. Daar keek hij plezierig van op. Want in alle ernst: het wiegelied van Brahms is hier troef op elke doopdienst. Dat liep dus voor de familie op een teleurstelling uit.
Maar na afloop van de dienst speelden we de hymn: "Eens brachten de moeders haar kinderen tot Jezus". En laat dat nu nog begrepen en gewaardeerd worden ook!
We kregen de kans om in de vestibule de ouders te feliciteren. Vroegen aan de jonge vader: verstond ik het goed, dat u een belofte deed om uw kind Godzalig op te voeden? Antwoord: ja, dat geloof ik wel. - Wij: "zult u zich deze dag dan levenslang blijven herinneren? U zit er aan vast, vadertje". - Dat is dan de mop van de dag, die vlot verder verteld wordt.
En dat zal onze bedoeling ook wel geweest zijn.
Na de doop zong de gemeente (staande, want zittend-zingen kennen we hier niet): de hogepriesterlijke zegen uit Numeri zes. Stel u even voor, dat in ons goede vaderland aan een niet-bevestigd prediker het uitspreken van deze zegen betwist wordt; hier mogen zelfs onkerkelijke gasten er aan meedoen! Ook het Onze Vader spreken we hier allen samen uit, elke zondag. En de slotzang (het was de zondag van Allerheiligen) was ditmaal de prachtige hymn "Voor alle heil'gen in de heerlijkheid", Lied 299, dat hier uit acht coupletten bestaat. Hebt u dat ook gezongen op 1 november? Goed zo. Onze gestorvenen zijn niet dood en laten we de gemeenschap met déze heiligen ook maar eens betrachten.
Tenslotte nog dit. Onze nieuwe predikant heeft een van zijn eerste preken gewijd aan de gelijkenis van de talenten. Hij wees er op dat talenten ons toevertrouwd, geleend, worden; en dat we er mee mogen woekeren. Las hij, behalve uit het oude testament en uit Mattheus 26, ook uit hoofdstuk 24 van Ecclesiasticus, de Spreuken van Jezus Sirach, weliswaar apocrief maar een lofzang op Gods talenten bevattend, En we zongen het mooie gezang, waarover we in dit blad van 11 oktober 1981 hebben geschreven *). Zodat we maar willen zeggen: er is een nieuw begin. God de Heere heeft veel gebeden verhoord. Zijn naam zij geprezen, hier in de Hooglanden.
*) Rentmeesters en Dienaars.