Persschouw
1981-11-20
Deze Persschouw is een wat bijzondere.- Jaargang 25
- nummer 42
Het is wel een echte Persschouw, maar ze is uit een oude pers.
Het eerste is een artikel uit het Russische blad "Molodaja" en is gedateerd maart 1924. Dat is dus nà de dood van Lenin. Het artikel werd afgedrukt vanaf een grammofoonplaat en waarop Lenin dit artikel heeft laten opnemen.
Er boven staat: "Over het progromgehits tegen de Joden". Hier volgt het:
Lenin en de Joden (1)
Antisemitisme noemt men het verbreiden van vijandschap tegen de Joden. Toen de vervloekte monarchie op haar laatste benen liep, beijverde ze zich onwetende arbeiders en boeren tegen de Joden op te hitsen. De tsaristische politie zette in bondgenootschap met de landheren en kapitalisten Joden-progroms op touw.
De landheren en kapitalisten wilden de haat van de door nood gekwelde arbeiders en boeren de Joden richten.
Ook in andere landen is men niet zelden in de gelegenheid te zien, dat de kapitalisten vijandschap aanwakkeren tegen de Joden om de blik van de arbeider te vertroebelen, om zijn aandacht af te leiden van de werkelijke vijandschap van de werkers - het kapitaal. Vijandschap tegenover de Joden houdt alleen daar taai stand waar de onderdrukking door landheren en kapitalisten de arbeiders en boeren in pikdonkere onwetendheid heeft gehouden. Alleen volkomen onwetende, volkomen geïntimideerde mensen kunnen geloof schenken aan de leugens en laster, die over de Joden worden verbreid. Het zijn overblijfselen uit de tijd van lijfeigenschap, toen de popen de ketters op de brandstapel lieten verbranden, toen de boer en slaaf, het volk, onderdrukt en onmondig was. Deze oude onwetendheid loopt op haar einde. Het volk wordt ziende. Niet de Joden zijn de vijanden van de werkers. De vijanden van de arbeiders zijn de kapitalisten van alle landen. Er zijn onder de Joden arbeiders, werkende mensen: ze vormen de meerderheid. Wat de onderdrukking door het kapitaal betreft, zijn zij onze broeders, in de strijd voor het socialisme zijn zij onze kameraden. Er zijn onder de Joden koelakken (rijke boeren - C. V.), uitbuiters, kapitalisten, net. zoals die er onder de Russen en onder alle naties zijn. De kapitalisten streven er riaar tussen de arbeiders van verschillend geloof, verschillende natie en verschillend ras vijandschap te zaaien en aan te wakkeren. Zij, die niet werken, houden zich in het zadel door de sterkste en de macht van het kapitaal.
De rijke Joden, de rijke Russen, de rijken van alle onderdrukken en onderwerpen in een verbond met elkaar de arbeiders, plunderen hen uit en zaaien tweedracht tussen hen.
Schande over het vervloekte tsarisme, dat de Joden heeft gepijnigd en vervolgd.
Smaad en schande over hem die vijandschap tegen de Joden en haat tegen andere naties zaaide.
Leve het broederlijke vertrouwen en de strijdgemeenschap van de arbeiders van alle naties in de strijd voor de onderwerping van "het kapitaal.
Deze beschouwing van het "ántisemitisme" is authentiek communistisch.
Volgens deze ideologie loopt er maar één absolute tegenstelling, één radicale antithese in de mensheid. Het is de antithese tussen uitbuiters en uitgebuiten; armen en rijken; proletariaat en bourgeoisie. Alle andere onderscheidingen tussen mensen zeker de ethische, die tussen verschillende naties en volken en rassen zijn secundair, van minder betekenis. Zo zijn de Joden die zich bij het proletariaat aansluiten goed. Joden die tot de bourgeoisie behoren, zijn slecht. De eersten zijn "kameraden", de laatsten "vijanden". En zo kan de antithese dwars door de naties, de volken en alle mogelijke andere groepen en gemeenschappen lopen. Het is zelfs zo dat het proletariaat allen die niet daartoe behoren, moeten haten. Dat werd door Lenin met alle ernst gepropageerd.
Maar nu is het zo dat de tegenwoordige Kremlin-heersers niet naar dit voorschrift handelen. Want momenteel is het zo dat de Joden zonder dat er een onderscheid onder hen gemaakt wordt, dus Joden zonder meer, worden gediscrimineerd en vaak mishandeld.
Het volgende stuk Persschouw dat wordt geciteerd, stamt uit de tijd vlak na het einde van de wereldoorlog.
Het is genomen uit een manifest dat met grote letters een hele pagina van een dagblad vulde.
Om het te verstaan moet men zich de situatie van ons land voorstellen zoals die vlak na de oorlog was. We waren armer dan arm. We hadden geen cent meer. En ons land was een puinhoop. De haveninstallaties, vooral in Rotterdam, waren vernield; de meerderheid van de bruggen opgeblazen; de fabrieken waren leeg; de nazi's hadden de machines weggesleept; grote stukken land, speciaal de Wieringermeerpolder, stonden onder water en konden in 1945 "niets opleveren; de treinen reden bijna niet
meer, de rails waren op vele plaatsen vernield, locomotieven en spoorwagons waren in massa gestolen. En de handelsvloot had enorme verliezen geleden. Het is niet mogelijk de ravage te beschrijven.
Onze redding was voor een groot deel te danken aan de Amerikanen. Ze gaven eerst het leven van hun jonge mannen om ons weer in vrijheid te doen leven. Na de oorlog gaven ze ons, dank zij het zgn. Marshall-plan kaiptalen cadeau om onze economie te herstellen. We ontvingen zonder dat er enige voorwaarde aan verbonden werd, het fenomenale bedrag van meer dan achthonderd miljoen dollar cadeau. Aan indirecte hulp, dus via andere landen honderdvijftig miljoen dollar en aan leningen tegen een zeer lage rente honderdnegenenveertig miljoen Dat is in totaal ongeveer elfhonderdvijfentwintig miljoen dollar, een bedrag dat in onze tijd zeker wel zo ongeveer een miljard dollar betekent.
Prof. Zijlstra schreef in het "Nationaal Gedenkboek, 10 jaar vrede" 1955, pagina 39: "Dat wij aan deze voor onze (na-oorlogse - C. V.) economie noodlottige ontwikkeling (nI.het ontbreken van middelen om het betalingsbalanstekort te overbruggen - C. V.) konden ontkomen, is te danken aan het initiatief van generaal MarshalI, die de meest grootscheepse internationale hulpverlening inluidde, welke de wereld ooit heeft gekend.
Door de betalingsmiddelen voor een voldoende invoer ter beschikking te stellen, opende deze hulpverlening de mogelijkheid om met de opbouw van onze volkshuishouding door te gaan.
De Amerikaanse hulpverlening. is dan ook voor de wereldopbouw van onze economie in een kritiek stadium van grote betekenis geweest".
De worsteling van ons volk om de ellende, die oorlog en bezetting hadden veroorzaakt, te overwinnen, werd ook op weerzinwekkende wijze gefrustreerd.
De communisten hadden een zekere sympathie, onder de bevolking verworven door de heroïse strijd van de Russen tegen het Nazirijk en door de felheid waarmee in ons land de communisten, in de laatste phase van de bezettingstijd, ondergronds tegen de Hitlerbenden hadden gevochten.
Maar toen de Marshall-hulp door onze regering dankbaar was aanvaard, verzetten de communisten zich heftig daartegen. Zij volgden Stal in daarin die alle satelliet-staten verboden had de Marshall-hulp te aanvaarden. En eveneens de communistische partijen om zich op alle manieren tegen het aannemen van die hulp aan te nemen.
Stalin volgde de chaos in Europa.
Dat was voor zijn plannen met Europa.
het meest profijtelijk.
(wordt vervolgd)