Kleine oorzaken - welke gevolgen?

1982-04-23
  • Jaargang 26
  • nummer 16
Het is gemakkelijk, lijkt het ons, een oorlog te doen uitbarsten - dan te voorkomen. De kwestie met de Falkland-eilanden is er een voorbeeld van. Vandaag, nu wij dit schrijven, dreigt een oorlog, waarvan de zin en het eind nog niet te zien zijn. Was in 1914 het schot te Serajewo voldoende om de eerste wereldoorlog te doen ontbranden - er zijn meer bloedbaden aangericht door simpele aanleidingen.

Hoe zit het met die Falkland-eilanden?

Ze zijn sinds anderhalve eeuw een Britse kroonkolonie, worden door Britten bewoond en staan onder een Britse goeverneur. Economisch zijn ze geheel afhankelijk van de wol-opbrengst van driekwart miljoen schapen en die wol wordt aan Groot-Brittannië verkocht. Politiek hebben 1800 van de 1950 inwoners de Britse nationaliteit; nagenoeg allen zijn ingeborenen van de eilanden.

Daar staat tegenover dat de meeste (kleine) ondernemingen Argentijns zijn; dat elk kind, dat na de lagere school iets wil studeren, naar Argentinië gaat en dat de Argentijnen, alleen al op grond van hun investeringen, felle aanspraken doen gelden. Over eigen ziekenhuizen en verdere faciliteiten behoeven we op deze eilanden eigenlijk niet te spreken.

Voeg hier nog de afstanden aan toe. De eilandengroep (want behalve Oost- en West Falkland zijn dat zo'n 200 eilandjes) ligt rond de 13.000 kilometer van het moederland; daar horen dan nog Zuid-Georgië en de Zuid-Sandwich-eilanden bij, die weer 1250 en ruim 2000 km ten Zuidoosten van de Falklands liggen ... Wel kan gezegd worden, dat afstanden vandaag overbrugd worden door vliegtuigen en missiles, door telefoon en satellietstations - maar Argentinië alleen ligt in feite naast de deur: op 500 km afstand.

Historisch is er dan ook aardig wat getwist over deze Britse kroonkolonie.
De ietwat vage geschiedenis begint met een ontdekking der eilanden in 1592 door de Britse zeevaarder Iohn Davis. Nauwelijks had deze zijn ontdekking gemeld, of de Nederlander Sebald de Weert zag ze in 1600 liggen. Ze gezien en ontdekt te hebben geeft natuurlijk geen eigendomsrecht.
Maar in 1690 werden de eilanden "voor het eerst" betreden, en wel door een Britse kapitein Strong, die er zijn voet op zette en ze versierde met de naam van Lord Falkland, een toenmalige Britse zeevaartmogul. Overigens behoeft ook een voetafdruk op maagdelijk strand nog geen eigendomsrecht te bewijzen. Al moeten we in aanmerking nemen, dat rond 1600 onze eigen Oost- en Westindische Compagnieën dezelfde gebruiken kenden.

De eerste kolonisten (ha, nu komen we verder) waren ... Fransen, die er zich in 1764 vestigden en op Oost Falkland de stad Port Louis stichtten. Maar al twee jaar later volgden honderd Engelsen hun voorbeeld, die op Saunders eiland Port Egmont bouwden. En nog is het einde niet in zicht.
Want in 1767 verkocht Frankrijk "zijn" nieuwe nederzetting op Oost Falkland aan Spanje, dat voortaan meteen de hele eilandengroep tot eigendom pretendeerde. Zoals u weet was Spanje in vroeger eeuwen een sterke zeevarende natie, die Zuid-Amerika zelfs met zijn taal heeft gestempeld. De Britten hebben in 1774 hun nederzetting moeten verlaten, door Spaans wapengeweld gedwongen, maar behielden hun aanspraken. De Spaanse stad Soledad (voorheen Port Louis, thans Stanley geheten) werd in 1811 losgelaten; de achterblijvers verklaarden in 1816 niets met Spanje te maken te willen hebben. Spanje scheen dat te aanvaarden - de Britse pretentie bleef.

Nu komt de kortstondige rol van Argentinië. Van 1820 tot 1832 heeft dat land er een klein garnizoen gelegerd - maar dat werd door de Britten verjaagd, zeker niet met holle woorden. En de Britten, eenmaal terug op de Falklands, hebben zich daar tot op de huidige dag staande gehouden.


Inderdaad hebben de Britten zich nog al wat aan de Falklands gelegen laten liggen. Ze gaven in 1843 aan de eilandengroep de status van kolonie en richtten in 1851 de Falkland Islands Company op, die de helft van de gronden in eigendom heeft en veel aan de ontwikkeling van deze minikolonie heeft gedaan. Een van onze vrienden hier bezocht het vorig jaar de Falklands. Ze is weduwe en vergezelde haar broer, een weduwnaar, op een officiële zakenreis. Die broer is iets erg hoogs in de Schotse schapenhouderswereld en hield van tijd tot tijd besprekingen met de Falklanders over de woloogst, de wereldprijzen van wol, de bloedverversing van schapen en dergelijke agriculturele babbels; dat is nog wat anders dan over koetjes en kalfjes praten. Die broer wordt dan ook, wanneer dat zo uitkomt, door Prins Philip ontvangen, want zijn reizen naar de verre kroonkolonie hebben mede een karakter van vlagvertoon.

Die Britse vlag moet inderdaad regelmatig vertoond worden. Want in beide wereldoorlogen heeft Brittannië aan de haven Stanley een zeer belangrijk steunpunt gehad; alleen alom strategische redenen zal men de Falklands niet graag prijs geven. Denk maar eens aan steunpunten als Gibraltar en Suez dichter bij huis; wat zijn die niet van enorme betekenis geweest. En wat zou Amerika van een mogelijk verlies zeggen? Zou dat behoefte hebben aan een rode raketbasis, vlak tegen Zuid-Amerika aan? Een tweede Cuba?

Argentinië, dat zich daar dus gedurende 12 jaren militair sterk maakte, is een van de liefhebbers, die zich eigenaars van de Falklands zouden willen noemen. Het land poneerde in de eerste vergadering van de Verenigde Naties: dat de Falklands "natuurlijkerwijze" tot Argentinië behoren. Ongeveer zoals Duitsland tegen 1940 over een .Auslands-Deutschtum" sprak: overal, waar hun mensen zich als gasten hadden gevestigd, moesten ineens de Duitse minderheden-belangen worden verdedigd. Wel verklaarde Argentinië zich bereid tot onderhandelen - maar dat lijkt mosterd na de maaltijd.

De Britse regering was natuurlijk op de hoogte van de Argentijnse aanspraken.
En dat al 150 jaar lang. Er werd de laatste maanden steeds over gesproken: er broeide iets. Maar ergens is deze regering te fatsoenlijk voor een Zuid-Amerikaanse rivaal. Men gaat er hier van uit, dat "bezit" krachtens wapengeweld vandaag niet meer waardevol en bestendig is. Men prefereert een referendum, een volksuitspraak; nu, de Falklanders kozen herhaaldelijk en ondubbelzinnig voor de Britse cultuur, het Britse mensenrecht en het Britse leefpatroon. Hoewel men Argentinië als goede buur niet graag wil missen.

Zoals u weet hakte Argentinië begin april de knoop door en bezette de eilanden. Er vielen enkele doden, de goeverneur gaf zich over (wat kon hij anders, nu het moederland niet op tijd was?) en dat was dat. Groot-Brittannië, bereid alle veldslagen te verliezen mits het de laatste wint, was wederom te laat. Toen de televisieploeg Lord Carrington en de minister van Defensie overrompelde, kon de hele wereld constateren, dat de marmeren schoorsteenklok vijf minuten achter liep: symbool van dit land.


Vandaag zeilt een forse zeemacht uit, met vliegkampschepen en al. Het debat in het lagerhuis wees uit, dat vrijwel alle verantwoordelijke personen voor onmiddellijk gewelddadig optreden kozen. De grote Lord Carrington, een minister Luns in kabinetformaat, werd gesmaad; op de minister van Defensie werd geen prijs meer gesteld.

Maar wat kan wapengeweld nu nog bereiken? Dat Argentinië excuus aanbiedt en naar vrouwen kinderen terugtrekt? Waarschijnlijk niet. Dat de Brit zijn verloren gezicht herstelt! Waarschijnlijk niet. Dat de laatste restanten van een koloniaal stelsel worden aangehouden tot een volgende crisis? Ook dat heeft weinig zin. Maar dat duizenden Argentijnse en Britse soldaten zullen sneuvelen, en een veelvoud in ziekenhuizen, revalidatieklinieken en verzorgingstehuizen voor invaliden terechtkomt, is zeer wel mogelijk.

Daarom zeiden we: een oorlog kan gemakkelijker losbarsten dan bedwongen worden. Wie het begin weerstaat voorkomt alles. Natuurlijk had de Britse regering soepeler moeten zijn in het diplomatiek overleg; moeten beseffen dat men moeilijk op 13 duizend kilometer kan regeren, laat staan beschermen. Dat men zich wel kan wreken, maar beter die wraak kan voorkomen.

Aan de andere kant moet gesteld worden: dat we elkaar niet met geweld kunnen beroven van geld en goed, van cultuur en leven. Wie, om geweld te vermijden, bereid is zich te laten beroven, verdient niet beter. Maar laten inbrekers en rovers het niet horen. Om van aanranders maarte zwijgen.

Dat brengt ons op een gepast verhaal ten besluite. In onze jonge jaren vertelde ons een onderwijsman, dat hij door een vredesapostel was bezocht.
Die goede man wilde voor aanstaande onderwijzers een lezing houden, teneinde hun geweldloosheid aan te praten. De onderwijsman had hem gevraagd: "als u met uw vrouw door een eenzaam bos wandelt en een bruut wenst uw vrouw aan te randen - wat doet u dan? De vredesapostel zei: "bidden, dat ik mijn handen mag thuis houden". De onderwijsman had geantwoord: "als ik tijd had zou ik liever bidden, dat ik die vent heilzaam op zijn kop mocht timmeren; u komt mijn jongens niet beïnvloeden met uw flauwe praat".

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief