Beproefde trouw (4)
1982-04-30
6. De richtingen- Jaargang 26
- nummer 17
De Ned. Hervormde kerk, in 1816 gereglementeerd door koning Willem I, was in de 1ge eeuw een toonbeeld van veel interne strijd. Die kwam openbaar in Afscheiding (1834) en Doleantie (1886), maar niet enkel daarin. In die volkskerk zélf zochten verschillende groepen invloed uit te oefenen op bestuur en organisatie, om toch maar tot een "betere" kerk te komen. Geen bekering van zondaars, maar een hechtere, goed lopende organisatie, scheen het doel van velen te zijn.
Een machtsstrijd? Ja, soms een minzame, op andere momenten een harde, maar vooral dikwijls een misleidende. De gemeenten van onze Heer Jezus Christus waren verworden tot een op wereldse wijze georganiseerd genootschap "ter bevordering van de godsdienst". In zulk een organisatie komen èigen meningen bovendrijven en krijg je groepen, die door bekwame mannen aangevoerd, pretenderen dat de kerk (het genootschap) zich naar hun opvattingen dient te richten. Dan eerst zal het beter gaan. Richtingen, groepsvorming in de kerk. De 1ge eeuw is er vol van en tot op onze tijd doen zij zich gelden. We zullen er enkele kort de revue laten passeren.
a. De Groninger of evangelische richting
Aangevoerd door theologen van de Groninger universiteit, van wie met name prof. Hofstede de Groot (de tegenstander van ds. H. de Cock uit Ulrum) te noemen is. Zij verwierp het Oude Testament als Gods Woord, wilde alle nadruk leggen op het Evangelie en dan bijzonder op de mens Jezus, "ons grote voorbeeld". De algemene verzoening was basis van de prediking en de mens had zèlf de keus tussen goed • en kwaad. Kort gezegd: deze richting is verwant aan die van de remonstranten van enkele eeuwen terug. Geen wonder dat de Schriften in hun kring gesloten bleven.
b. De Etischen
Aan deze groep is de naam van Gunning verbonden. Ziende de verwording van de kerk was het streven zich onder de bestaande reglementen en bestuursorganen te schikken, maar sterk de nadruk leggend op een voorbeeldig ("christelijk") leven. De waarheid der Schriften is voor hen niet 't eerste en enige. De Bijbelschrijvers waren weliswaar geïnspireerde mensen, maar alle ware gelovigen van alle tijden zijn dit ook. En onze Here Christus, God-mens, is gekomen om ons door Zijn voorbeeld te leiden. Hij is geen middelaar, die betaald heeft voor de zonden, neen enkel iemand die ons met de Vader in een goede verhouding brengt. Het taalgebruik in deze groep lijkt veel op dat van Schrift en belijdenis, maar de inhoud ervan is geheel anders. Samen met de vorige groep vormen ze thans de midden-orthodoxie in de Ned. Hervormde kerk, zij het dat daar dan ook vertegenwoordigers van de Confessionelen (zie hierna) toe behoren.
C.De Modernen
Deze zijn enigszins verwant aan de Groningers, maar zijn veel meer uitgesproken in hun leringen. Zij loochenen zowel de Drie-eenheid als de goddelijke inspiratie der Schrift. En dat in de kerk! Godsdienst en burgerlijk fatsoen liggen vlak bij elkaar. Mensen, die willen leven bij de echte gereformeerde prediking, zijn achterlijk en zij, die gezelschappen zoeken, werden als "de nachtschool" uitgekreten. De menselijke rede is 't einde van alle tegenspraak. Je kunt niet begrijpen, dat deze groep zich nog in een kerkelijke organisatie bewegen wil. Hun "godsdienst" is niet meer dan een vorm van beschaving, een ideologie, zoals er vele in de wereld zijn.
d.De Confessionelen
De tot nu toe gegeven korte beschrijving van drie verschillende richtingen in de Ned. Hervormde kerk van de vorige eeuw (en die alle nog heden aanwijsbaar zijn) is verre van verheffend. Het is duidelijk, dat ze geen van alle echt "kerk" konden zijn, laat staan ernaar streven de verworden kerk te reformeren. Van tijd tot tijd waren er dan ook ernstige spanningen in die kerk.
Vele echte kinderen Gods, nog steeds er in achtergebleven, zuchtten onder onchristelijke prediking, onder gemis van christelijke herderlijke zorg. Dat schrijnde, bijzonder als in publicaties de Waarheid van de Schrift geweld werd aangedaan. Dat was rond 1864 zó sterk het geval dat enkelen zich bezonnen op de toestand en dit leidde tot het ontstaan van een vierde richting, die der Confessionelen. Deze wilde een uitgangspunt nemen in het op gereformeerde wijze belijden van hetgeen de Heilige Schrift zegt. Onder leiding van prof. Hoedemaker wilde men ernstig terugkeren tot een echt gereformeerde kerk. In die kringen spreekt men graag van een belijdende kerk en dan doelt men op de belijdenis, zoals die in Dordt 1618/9 is erkend. Maar tevens wil men streven naar "heel de kerk en heel het volk", immers het verbond Gods omvat allen, die de doop ontvingen. Dat laatste sprak in de vorige eeuw duidelijker dan nu. De Confessionelen stonden dicht bij de dolerenden, maar door hun vasthouden aan de vaderlandse kerk kwam het niet tot een samen optrekken. Wel waren de Confessionelen in de N.H. kerk de meest strijdbare groep. Zij onderkenden de ernst van de situatie en durfden te spreken van het verlaten van de wegen des Heren. Zij wisten ook de goede weg te wijzen: bekering, ook van kerkelijke dwaalwegen. Toch moest hun werken vastlopen, want bij alles moest de vaderlandse kerk als zodanig in stand blijven en daarmede konden zij de bestuursorganen, die de zeggenschap in die kerk in handen hadden, niet doorbreken.
Machteloos - daarmede is de strijd van de richtingen in de Nederlandse Hervormde kerk van de vorige eeuw getekend en in het verlengde daarvan ook die van onze eeuw.