Hoe gaan we in deze tijd om met de schepping?
1982-04-30
1. Het bestuur heeft voor de Opbouwvergadering-1982 een wat ongebruikelijk thema gekozen: onze omgang met de natuur. Wij hebben in bovenstaande formulering het woord "natuur" vervangen door "schepping". Het kan in deze tijd geen kwaad dat zo nu en dan eens te doen.- Jaargang 26
- nummer 17
2. Vanouds heeft de mens de natuur op allerlei verschillende en vaak tegengestelde manieren bekeken. Een bijbels voorbeeld is de waterkringloop.
Dit natuurverschijnsel ziet de één als werk van Gods levenwekkende scheppershand, vol diepe zin (Deut. 8: 7, Ps. 104 : 10-13, Jes. 55 : 10). De ander noemt het een toppunt van zinloosheid, waardeloos (Pred. 1 : 2, 7). Een modern voorbeeld betreft de mens-natuur verhouding. Is de mens de kroon der schepping of de grootste ramp voor de natuur?
3. Voor de ontwikkeling van de natuurkunde was het nodig dat we scherp onderscheid leerden maken tussen Schepper en schepsel.
Het is dan ook niet toevallig dat de natuurkunde in het gekerstende Europa tot bloei kwam.
4. Achter de ontwikkeling van de natuurkunde zijn nog al wat verschillende drijfveren te ontdekken:
- het zoeken naar een Godsbewijs,
- de kennis van God uit zijn werken (art. 2 NGB),
- het maatschappelijk nut,
- nieuwsgierigheid,
- de eer van God,
- verwondering over de oneindige rijkdom van de natuur, de schepping,
- bewondering voor het vernuft van de menselijke geest.
Tegen deze bonte achtergrond is het verwonderlijk dat er maar één natuurkunde is ontstaan.
5. De aarde is ter bewoning aan de mensen gegeven. De eerste taakomschrijving is duidelijk aards: bouwen en bewaren (Gen. 2 : 15) en vruchtbaar zijn (Gen. 1 : 28). Dat blijft zo ook als er doornen en distels komen (Gen. 3 : 18, 19 en 9 : 7). We hebben ons te gedragen niet als rovers, maar als rentmeesters. Daar hoort hard werken bij. Die oorspronkelijke opdracht is ook later niet veranderd. Wel toegespitst, vooral met het oog op het groeiend aantal naasten.
6. Deze inleidende opmerkingen spitsen we nu toe (het bestuur heeft dat gevraagd) op energievragen, vooral op de kernenergie. We kunnen ook hier beginnen met een tegenstelling: voor kernenergie wordt bedankt en gedankt. Dat ligt niet aan de kernenergie, maar vooral aan de voorlichting.
7. De fossiele brandstoffen (kolen, olie, gas) raken op. Daarom zoeken we naar nieuwe energiebronnen. Er zijn echter dringende redenen om het verbruik van fossiele brandstoffen te beëindigen vóór de voorraad op is: Het is jammer om die prachtige stoffen te verbranden.
- De schaal waarop wij ze nu verbruiken gaat de menselijke maat te boven.
Het houdt ongekende milieurisico's in. Het strookt niet meer met ons rentmeesterschap.
- Onze onverzadigbare oliehonger maakt de olie onbetaalbaar. Daardoor ruïneren we de economie van derde wereld landen. Ontwikkeling van nieuwe energiebronnen is óók een ijzersterke vorm van ontwikkelingshulp.
8. Er is op aarde een praktisch eindeloze voorraad energie voorhanden. Ruim voldoende ook voor een technisch hoogontwikkelde maatschappij. De ontwikkeling van de nieuwe energiebronnen (waarvan kernenergie een zekere èn veelbelovende is) vereist grote inspanning en vraagt visie. Een visie die verder reikt dan het economisch profijt (1 à 2 jaar), een politieke ambtstermijn ( 4 à 6 jaar), of één mensengeneratie (ca. 25 jaar).
9. Wat de risico's van kernenergie betreft, is het nog steeds nodig het verschil te onderstrepen tussen kernwapens en kerncentrales. De kennis die eerst is gebruikt om kernwapens te maken, wordt nu benut bij de bouw van kerncentrales. Het is een prachtig voorbeeld van het omsmeden van zwaarden tot ploegscharen (Jes. 2 : 4).
10. Absoluut veilige energiebronnen bestaan niet. Relatief veilige zijn er wel. Kernenergie is daar één van.
11. Energie is geen luxe, maar noodzaak. Als we pleiten voor de ontwikkeling (ook) van kernenergie, gaat het niet om nog meer groei, nog wat meer rijkdom. Het gaat om de bestrijding van honger en armoede in grote delen van de wereld, en van werkloosheid hier. Die drie: honger, diepe armoede en werkloosheid zijn grote spanningsbronnen.
Voldoende aanbod van nieuwe energie kan op deze drie punten ontspanning brengen. En zo wellicht de allergrootste dreiging, het gebruik van kernwapens, afwenden.
12. Ook uit energieoogpunt is er geen grond voor het doemdenken, voor de wanhoop. Deze aarde is geen product van tijd en toeval. Ze is geschapen en wordt onderhouden en geleid. Dat geldt ook voor de ontwikkeling van de natuurkunde, van de kernfysica. Er is hoop. De regenboog, een natuurverschijnsel, is daarvan symbool en teken. Zolang de aarde bestaat zullen niet alleen tijden en seizoenen voortgaan, maar zal ook de mens op aarde zijn rentmeesterschap beoefenen: zaaien en oogsten (Gen. 8:22). De aarde is niet tot een baaierd, maar tot bewoning geschapen (Jes. 45 : 18). Dat is een belofte en een opdracht.