De theosofie
1981-11-27
"Dit monumentale werk, dat op alles wat op magie, mysterie, toverij, godsdienst, spiritualisme betrekking heeft, dat van belang kan zijn voor een encyclopedie".- Jaargang 25
- nummer 43
recensie Isis Ontsluierd, 1881
Isis Ontsluierd is beschreven als "een loper tot de mysteriën der oude en huidige wetenschap en godgeleerdheid. Het doel ervan is door de eeuwen heen het bestaan na te sporen van een geheime kennis en okkulte overlevering, welke de ware wetenschap van de mens is, zowel in zijn uiterlijke betrekking tot de stoffelijke wereld als in zijn innerlijke betrekking tot de zielkundige en geestelijke gebieden van het Heelal. De hedendaagse materialistische wetenschap wordt er hevig in aangevallen, alsook de bedorven godsdienstvormen, die de oorspronkelijke leringen van de grote geestelijke Lichtbrengers vervangen hebben".
Kingsland - De Ware RPB pag. 171
Visionair, op oeroude wijsheid teruggrijpend, gnostiek, eclectisch (uit allerlei bron de opvattingen bijeenvergarend): dat zijn zo een paar typeringen die men aan de Theosofie heeft toegekend. In meer dan één van deze adjectieven wordt gesuggereerd dat het Theosofisch denken als zodanig niet onbekend of nieuw was. Wél nieuw was het feit dat het zich in het Westen aandiende zo'n 20 eeuwen nadat het bv. door de Oude Kerk (in ietwat andere vorm) hevig was bestreden.
De Bronnen van "Isis"
Hoe kwam mevrouw Blavatsky aan al die kennis, uit zovele verschillende bronnen? Mensen in haar nabije omgeving zeiden het volgende: "Waar kreeg zij die kennis vandaan? Dát ze ze had, was onmiskenbaar ... Waaraan ontleende , RPB dan de bouwstoffen, waarmee zij "Isis" samenstelde en welke niet zijn terug te brengen tot toegankelijke letterkundige bronnen van aanhaling? Uit het astrale licht en door de zinnen van haar ziel, van haar Leraars, de "Broeders", "Adepten", "Wijzen", "Meesters", zoals ze bij afwisseling genoemd worden. .. Haar aan het werk gadeslaan was een vreemde gewaarwording, die men nimmer vergeten kan ... Haar pen kon over de bladzijden vliegen, dan kon zij eensklaps ophouden, met de afwezige blik van een helderziende in de ruimte kijken, haar horizon vernauwen, als om naar iets onzichtbaars te kijken dat in de lucht vóór haar gehouden werd, en begon ze op papier over te nemen wat ze daar zag". Na zo'n aanhaling werd alles weer als tevoren. Iets verderop lezen we: "Terwijl haar handschrift altijd een bepaald karakter droeg ...
ontdekte men tenslotte toch drie of vier verscheidenheden van stijl ...
Er was eveneens de grootst mogelijke verscheidenheid in het Engels van de onderscheiden stijlen. Soms moest ik verscheidene verbeteringen op iedere regel aanbrengen, terwijl ik vele andere bladzijden voorbij kon laten gaan, met nauwelijks een taalfout of spelfout, die verbeterd moest worden. Het allerbeste van alles waren de handschriften welke voor haar geschreven werden, terwijl ze sliep. Wij waren als gewoonlijk met de arbeid uitgescheden om 2.00 uur 's nachts, beiden te moe om stil te zitten roken en praten alvorens weg te gaan. .. De volgende morgen, toen ik voor het ontbijt beneden kwam, toonde zij mij een stapel van tenminste 30 of 40 bladzijden prachtig geschreven handschrift van H.P.B., die ze voor zich had laten schrijven door -' nu, een Meester, wiens naam nog nooit omlaag gehaald is, zoals die van enige anderen". (Kingsland 173, 174).
Twee zaken komen naar voren: helderziend lezen van aanhalingen in het Astrale Licht" en "de verandering van persoonlijkheid, terwijl het schrijven aan de gang was".
Beide worden door Kingsland "occulte feiten" genoemd. De benaming "occult" (verborgen) geeft tegelijk aan dat de hier gepretendeerde "feiten" uiterst moeilijk door buitenstaanders te verifiëren zijn.
De Bronnen van "De Geheime Leer"
"Er zijn nu elke morgen een nieuwe ontvouwing en voorstelling in beelden. Ik leef weer twee levens.
Meester vindt het te moeilijk voor mij om bewust in het astrale licht te zien... en hierom. . . laat Hij mij alles wat ik hebben moet, als in een droom zien. Ik zie brede en lange rollen papier, waarop dingen geschreven staan en ik herinner ze mij dan later. Zo kreeg ik alle aartsvaders van Adam tot Noach te zien, evenzo de rishis (Indische zieners, P. v. K.). Tussen hen in de betekenis van zinnebeelden of verpersoonlijkingen". Aldus mevrouw Blavatsky in een brief uit die tijd.
De diepte van symbolen, etc. werd onder andere aangegeven door de verbinding van de persoon van Henoch met het zonnejaar. "Tenslotte betekent Henoch het zonnejaar ... 365 dagen ("God nam hem weg, toen hij 365 jaren oud was")".
Verder: "Ik had bevel ... een haastige schets te maken van wat geschiedkundig en in de letterkunde, in klassieke, ongewijde en gewijde geschiedenis bekend was, gedurende de 500 jaar die erop volgden: van de magie, het bestaan van een algemene geheime leer, bekend aan de wijsgeren en ingewijden van het land, en zelfs aan verscheiden Kerkvaders, zoals Clemens van Alexandrië, Origenes en anderen, die zelf ingewijd waren" (Kingsland 245). Helderziendheid en leiding van boven" speelden een rol bij de totstandkoming van het werk. Een gravin uit Zweden kreeg bevel - via een duidelijk hoorbare stem - om een bepaald handgeschreven cahier met notities mee op reis te nemen; ze maakte een reis naar Rome. Op wonderbaarlijke wijze kwam ze in direct contact met mevrouw Blavatsky, die haar al heel snel om die collegedictaten etc. vroeg, omdat ze die dringend voor haar boek nodig had. Het getuigenis van deze (theosofisch georiënteerde) gravin staat opgetekend. Wonderlijke - en niet na te gane - gebeurtenissen, leiding en occulte meesters die over haar de wacht hielden. Zo meenden degenen om haar heen ook dat ze in leven werd gehouden door Hogere Meesters, omdat ze anders al lang aan een of andere kwaal was gestorven. Deze mening kan door buitenstaanders zoals ik, slechts zonder verder commentaar worden weergegeven.
Anders wordt het echter als het om haar leer gaat. We kunnen met dankbaarheid kennis nemen van het feit dat het feitelijk bestaan van Adam en de eerste Aartsvaders door mevrouw Blavatsky op occulte wijze bevestigd is, dat alles neemt niet weg dat er verder uiterst weinig overeenkomst met het orthodoxchristelijke geloof bestaat. Veel meer met Oosterse zienswijzen en met ketterse visies aangaande de Christus, zoals die met name in de eerste vijf eeuwen van onze jaartelling leefden. We kiezen een aantal voorbeelden:
Reïncarnatie en Karma
Voor de Theosofen is er bij elk mens sprake van dat hij zijn vaste lotsbestemming moet uitvoeren.
Net als in het oosters denken wordt iemands levenslot bepaald door wat er allemaal al gedaan is in de vorige levensvormen. De totaalsom van alle handelingen bepaalt de wijze waarop in volgende
bestaansvormen (levens) de omstandigheden zullen zijn.
Deze opvatting, die de ongelijkheid tussen mensen op aarde altijd weer weet te verklaren, of te rechtvaardigen, door te verwijzen naar omstandigheden en keuzes in vorige levens, haalt daarvoor uiteraard zelden bijbelteksten aan. De Schrift leert die visie namelijk niet. Een geliefde bijbelaanhaling is echter Galaten 6 vers 7: "Wat een mens zaait, zal hij ook maaien". (Verder wordt nog wel eens gewezen op Johannes 9, het verhaal van de blindgeborene. De discipelen vragen: wie heeft gezondigd, zijn ouders of hijzelf? Als deze man blind geboren is en desondanks voor zijn daad gestraft wordt, moet dat betekenen dat hij vóór ·zijn geboorte gezondigd heeft. Dus...
Die exegese lijkt me - tegenover alle andere teksten in de Bijbel die niét over deze zaken spreken - wat te zwak. Bovendien neemt de Here deze visie niet over.) Zodra de ziel, leren Theosofen, haar ontwikkeling bereikt heeft, valt het lichaam weg. De dood, zoals wij die noemen, is in werkelijkheid een wedergeboorte tot (mogelijk) hoger leven. Dat de ziel daarna een ingewikkelde situatie na zijn "dood" ervaart, valt uit de literatuur op te maken. Een soort vagevuur, het zgn. "Kama loka" , bestaat uit zeven delen. Vervolgens komt de ziel in het Devachan, een paradijs dat uit zeven afdelingen bestaat. Bij de erop volgende reïncarnatie (herbelichaming) zou eerst een zgn. "verstandslichaam worden opgebouwd", vervolgens een "astraal lichaam", waarna de ouders worden gevonden (gekozen?) om lichamelijk/stoffelijk uit geboren te worden. Na vele levens kan de ziel in een staat van gelukzaligheid terechtkomen en opgaan in het Nirvana. (Een aantal van bovengeschetste visies lijkt op de opvatting van het Boeddhisme; het onderscheid in meerdere lichamen is uiteraard in het westen
ongebruikelijk.)
De heilsweg
De heilsweg van de Theosofie is er een van zelfverlossing. "Wij geloven niet in plaatsvervangende voldoening, noch in vergeving van de kleinste zonde door een godheid.
We geloven alleen in een stipte en onpartijdige gerechtigheid. Jezus' uitspraak "met welke maat gij meet zal u gemeten worden" sluit uit alle hoop op toekomstige genade of verlossing door. een ander uit". (Sleutel tot de Theosofie, Engelse versie, pag. 134)
De positie van Jezus
Uiteraard is in dit schema Jezus niet zo'n unieke verlosser als het historische christendom dat belijdt.
Veeleer is hij een van de grote "Lichtbrengers" , van de grote Wereldleraren. Men draagt Hem grote achting toe - zoals dat ook Gautama (de Boeddha) of Krisjna, een incarnatie van de (Hindoe )god Visjnoe, betreft. Hij verlost ons echter niet.
Jezus' positie lijkt veel meer op de plaats die de oude Gnostiek Hem toewees. Mevrouw Annie Besant, een van HPB's opvolgers, die erg veel invloed had en met name heeft geprobeerd de jonge Krisjnamurt (zie vorige artikell) te "lanceren", schreef een boek, Esoterisch Christendom.
Daaruit valt te lezen dat een verhevener geest dan de onze, die meer van eigen goddelijkheid bewust is, ons helpt om onze eigen goddelijke kracht te voorschijn te roepen. Dat lijkt nogal- sterk op de exegese van de oude Gnostici bij de tekst 'Ontwaakt gij die slaapt'.
De Christus zou de mensen willen wekken uit de slaap van het materiële; het goddelijke zou moeten worden wakkergeroepen bij ieder mens. Nodeloos te zeggen dat de Kerk zich heeft willen dood-vechten tegen deze visie, die men falikant onjuist en vals achtte. Het is een ontkennen van de Opstanding-als-feitelijk- gebeuren en een poging
om de Opstanding tot een soort "geestelijk ontwaken" te vervluchtigen.
God een Wereld
Mevrouw Blavatsky's vorm van occultisme spreekt van een alomtegenwoordig, eeuwig, grenzeloos en onveranderlijk beginsel, dat ze "Sat" noemt. Het weren van God is onuitspreekbaar: de benaming "de Ene" komt nog het meest in de buurt.
"Wij verwerpen het idee van een persoonlijke God. Het Absolute kan niet denken, de God der theologie is onmogelijk". Een uitspraak in Blavatsky's "De Sleutel tot de Theosofie". Op de vraag of ze een atheïste is, zegt mevr. Blavatsky: "Nee, wij geloven in een algemeen goddelijk principe, de wortel van alles".
De visie op de wereld is hoogst ingewikkeld.
De wereld is ontstaan uit het Hogere Zijn; er ontstaan engelen/tussenwezens die het lagere zijn voortbrengen.
Van de zeven werelden die tot dat lager zijn behoren, is de aarde de vierde. "De levensstroom uit de Logos gaat zevenmaal rondom elke wereld, waarna die wereld wordt ingeademd. Thans gaat die stroom rondom de aarde voor de vierde maal, doch van de vorige drie omgangen weten we weinig af. Zodra de zevende omgang voltooid is, gaat deze wereld op in de godheid en begint de vijfde reeks".
De visie op de mens
De mens zit in een evolutionistische beweging, begrijpen we. "Want gij
zijt God en ge zult slechts willen wat God wil, Maar ge moet in uzelf graven om God die in u is, te vinden. Ge moet luisteren naar Zijn stem, die uw eigen stem is". De mens moet echter nog een lang evolutieproces doormaken voordat hij zijn doel bereikt heek De mens heeft een hoger en- lager leven. Men onderscheidt in "het lichaam", "vitaliteit", het astrale lichaam, het animale lichaam, de menselijke ziel, de geestelijke ziel en de Geest.
De mens is in zijn wezen niet anders dan de rest van de kosmos. De persoonlijkheid is het sociale ik, dat niet onsterfelijk is; de individualiteit daarentegen is onsterfelijk, omdat ze een uitstraling is van het goddelijke, het absolute. Het is als een fles die op zee drijft en binnen in zich ook zeewater bevat. Als de fles breekt, wordt water met water verenigd.
De mogelijkheid van losmaken van het stoffelijke van het geestelijke is zichtbaar in het bereiken van andere bewustzijnstoestanden. Helderziendheid, hypnose etc. zijn bewijzen voor het kunnen ont-stoffelijken.
Konklusie
In het denken van mevr. Blavatsky over een (ten diepste) on-persoonlijke god komen we niet een onderscheid in "Schepper" en "schepping" tegen. Die twee vallen samen.
De mens maakt - net als al het andere - deel uit van de goddelijkheid.
Dat kan ook niet anders, want hij bestáát en "god" is hier "het totaal van alles wat bestaat, van alle Zijn".
Binnen zo'n denktrant valt "zonde" nooit anders uit te leggen dan "onbekendheid met je wezen of bestemming". Onkunde moet worden uitgeboet door steeds verder bewustworden - het is een weg die je zelf moet gaan. Als binnen zo'n systeem een plaats voor "Jezus" wordt ingeruimd, is Deze onherkenbaar geworden. Al wordt lippendienst aan Hem bewezen, Hij is niet de Christus der Schriften.
Volgende week het leven van Rudolf Steiner.