EEN STEEN
1981-12-18
"Een man, een boom, een berg, een steen ... "- Jaargang 25
- nummer 46
(oud versje)
Ergens in ons huis ligt een steen: een gewone basaltsteen, matgrijs van kleur en glad afgeslepen door het water. Want eeuwen lang heeft de Allt Strae zijn stromen over deze steen laten vloeien en wateren, zei Job, vermalen zelfs de steen. Die steen is prachtig beschilderd met oude Keltische patronen. Hij is een pronkstuk geworden, als waarmee de Druïden hun altaren versierden. Vol geheimzinnige symbolische kronkelpatronen - in rood, wit en grijs - ligt deze steen daar schoon te wezen.
Een lief meisje, jong en mateloos kunstzinnig, schilderde hem voor ons en gaf hem als aandenken. Korte tijd later stierf ze. Elke keer dat we haar steen passeren, gaan onze gedachten even naar haar uit. Zo is de steen een monument je geworden.
Van de oudste tijden af heeft de mensheid zich van de steen bediend.
De steen lag overal voor de hand, zo niet in de weg; de steen was tot iedere dienst bereid, was ieders knecht. Om een weg aan te duiden, werd hier en daar een steenhoop gestapeld. Op een berg geeft een steenhoop het hoogste punt aan. Spreken we niet van een stenen tijdperk, als we de oudste menselijke cultuur aanduiden?
De oudste wapenen waren vuistbijlen en werpstenen. Later waren het de gevaarlijke slingerstenen, doeltreffend van grote afstand. Was het niet David, die uit een beek vijf gladde steentjes uitzocht, om de reus Goliath te vellen? Waren het niet de Benjaminieten, die zelfs linkshandig tot op een haar hun slingerstenen plaatsten? En koning Uzzia had niet alleen een corps slingeraars van dat soort - maar ook nog houten kanonnen, die gróte stenen afschoten!
Een vreselijk wapen was de grote werpsteen. Dicht bij ons dorp is de Pass of Brander: een nauwe, steile bergkloof, waardoor zich het verkeer naar de kust wentelt. Aan die pas is, geschiedenis verbonden. De eerste Schotse koning, Robert de Bruce, heeft er in 1307 slag geleverd tegen de Engelse invallers. Van boven af werden de vijanden met stenen bekogeld, die vanaf veilige hoogte werden neergerold. De stenen liggen er nog - de vijanden zijn dood en vergeten.
Zo spreken de stenen. Ze vormen blijvende monumenten, herinneren aan belangrijke historische feiten. Jacob hield de herinnering aan zijn ontmoeting met God de Heere levendig door een altaarsteen overeind te zetten: een standing stone, zeggen ze hier. Na de doortocht door de Jordaan hebben de kinderen Israëls twee stenen monumenten opgericht.
Og, de koning van Basan, had voor zich een grafmonument van ijzersteen, basalt, laten maken. Zoals wij in Drenthe nog hunebedden hebben, Bretagne de dolmens, Schotland de caims, Zuid-Engeland de stonehenge.
De kleine man mocht een eenvoudige zwerfsteen op zijn graf hebben - beveiliging tegen schennend gedierte en tegelijk herinneringsteken voor zijn familie en vrienden - de Egyptische koningen bouwden voor zich onmetelijke grafmonumenten, pyramides, om hun herinnering staande te houden.
Reeds Mozes gaf een regel voor het geval, dat iemand een ander met een steen dodelijk zou treffen. Want een steen kon zowel een moeilijk hanteerbaar gebruiksvoorwerp zijn, als een moordwerktuig. Als zo'n steen ongecontroleerd gaat rollen, nu - daar komen ongelukken van. Maar bij bepaalde grove overtredingen, zei Mozes, moest een gemeenschap de schuldige straffen, door hem met stenen te treffen tot de dood er op volgde. De stenen stapel was dan zowel een grafmonument als een waarschuwend symbool van Gods strenge hand.
Oorspronkelijk was de natuursteen een gevonden voorwerp, in vorm geheel afhankelijk van zijn ontstaan, zijn afsplitsing en zijn natuurlijke polijsting door de elementen. Vaak gaf zijn vorm zelf al zijn bruikbaarheid aan: als afsluiting van een kostbare waterwel of als afsluiting van een grafspelonk. Maar geleidelijk aan leerde de mens de onhandelbare steen te beheersen, te bewerken, te behouden. Bij die bewerking van natuursteen - door hardere steen of door metaal - werd de vorm zo gewijzigd, dat de steen beter kon dienen voor het menselijk doel. Zo kreeg de steen groter waarde. De vrouwen kregen kleine platte stenen, om een dagrantsoen koren te malen. Onder grote stenen werd, met kracht van rondlopende runderen, de graanoogst gemalen. Hoe kwam men aan het metaal, om steen te bewerken? Job wist het: uit steen wordt koper gegoten! Hoe kwam men aan het vuur, dat metaal deed smelten! Alweer uit stenen, vuurstenen, die men op elkaar sloeg tot de vonken er af kwamen. Zo groeide het stenen tijdperk uit tot een bronzen tijdperk. De Egyptenaren, sterk in het bewerken van steen, ontdekten dat de Syriërs stalen zwaarden hadden, sterker dan de hunne. Maar de Egyptenaren waren meer vertrouwd met het behouwen van stenen: ondanks hun grootte en zwaarte zo scherp berekend en zo glad geslepen, dat ze zonder bindmiddel elkaar vasthielden; en dat ze slechts na verwijdering van één enkele hoek- of sluitsteen uiteengenomen kunnen worden.
Die hoeksteen was in feite een primitieve sleutel: de geheime verzegeling van de bouw. Met deze hoeksteen werd de Messias vergeleken in psalm 118, zoals later in het evangelie blijkt. Door de hoeksteen was een gebouw "bekwamelijk samengevoegd", hecht in elkaar passend.
Haggaï sprak van "de ene steen op de andere leggen", toen het om de herbouw van de tempel ging. En Christus sprak over dezelfde tempel: dat er geen steen op de andere zou worden gelaten. Er is een tijd om stenen te verzamelen, zei de Prediker, en een tijd om stenen weg te werpen.
Niet alleen grote stenen spelen hun rol; ook kleine mogen er zijn. En meestal zijn stenen kostbaarder naarmate ze kleiner, in geringer hoeveelheid, gevonden worden. Denk eens aan de "tafelen der wet", die Mozes op de Horeb van God de Heere ontving. Die zullen wellicht niet van dat grafsteen-formaat zijn geweest, als oude prenten willen doen geloven; dan waren ze niet te tillen over grote afstand. Maar volgens Joodse traditie ging het om twee steentjes van de grootte van een handpalmbeschreven met symbolen.
De stenen in de borstlap van de hogepriester waren nog kleiner: edelstenen, zeggen we vandaag. Elk gegraveerd met een naam of symbool.
Zo spreekt de Bijbel symbolisch over het nieuwe Jerusalem: waarvan de 12 poorten met twaalf soorten edelstenen versierd zijn. En van een witte "keursteen", met een nieuwe naam, spreekt de Bijbel. Wat is eigenlijk een keursteen? Is het niet een edelsteen, waarmee het gehalte van edele metalen kan worden gemeten?
Zo belangrijk is de steen voor de mens. Petrus werd door de Heiland een rotssteen genoemd, met een woordspeling op zijn naam. Die naam is immers verwant met aardolie, petroleum. En wat is vandaag belangrijker dan aardolie?
Belangrijker dan olie is de Heiland zelf. Die werd wederkerig door Petrus "de levende steen" genoemd. En hij ried ons aan, ons als levende stenen te laten gebruiken in het huis Gods. Want zelfs in de twintigste eeuw, nadat de wetenschap zich met tomeloze versnelling omhooggewerkt heeft, blijft de steen zijn waarde voor de mens houden. Een steen komt van een berg. Een steen hoort thuis in de eerste mannelijke, menselijke woorden.
Een steen zal het eind van de wereldgeschiedenis zijn.