Leven na Pasen... maar hoe?
1982-05-07
"Met Christus ben ik gekruisigd en toch leef ik, d.w.z. niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu nog in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft overgegeven". (Gal. 2 : 20) - Jaargang 26
- nummer 18
Hoe leven we na Pasen ? Wat voor invloed gaat er van de Opstanding van Christus uit op ons leven van alledag? Is dat geen vraag waar we mee zitten? Paulus geeft daar een antwoord op. Vanaf het ogenblik, dat de verrezen Heer hem verscheen onderweg naar Damascus, is alles anders geworden in zijn leven. Zijn leven van vóór Pasen verliest voor hem nu alle waarde, hoe prat hij er ook op ging. De oude Saulus is nu nergens meer: met Christus gekruisigd. Streep erdoor. Punt er achter.
Met Christus gestorven en begraven.
En toch leef ik, roept hij verwonderd uit! En ik heb nog nooit zo plezierig geleefd als nu! Wat is het leven na Pasen mooi! Je mag alles achter je laten en vergeten, wat van je vroegere leven met Christus gekruisigd is. En je mag léven! Maar verbaasd vraagt Paulus zich af: ben ik dat wel, die leeft? Hij herkent zichzelf niet meer. Toch leef ik, maar 't is goed beschouwd mijn ik niet, maar Christus die in mij leeft. Dat nieuwe leven na Pasen is op de keper beschouwd het opstandingsleven van Christus. Hij leeft nu maar niet ergens boven in de hemel, maar ook op aarde, in het leven der zijnen. En daar wordt uiteraard heel ons leven anders van. Want dat scheelt nogal wat: of ik leef en de lakens uitdeel, of dat Christus in mij leeft en het voor het zeggen krijgt. Daarbij kan je leven niet bij het oude blijven.
Toch doet Paulus daar niet overspannen over. Hij merkt heel nuchter op, dat hij nog in het vlees leeft. En leven in het vlees, dat is het heel gewone leven van alledag, van eten en drinken, van slapen en wakker worden, van kopen en verkopen, van trouwen en kinderen krijgen en groot brengen, van je krant en je tv, het leven dat duurder wordt en het inkomen dat minder wordt, en de dreiging van oorlog. Zo leven we, ook na Pasen, nog in het vlees. Bij "vlees" mag je ook denken aan de slager en de bakker, aan de dokter en het ziekenhuis, aan CAO en AOW. Dat is alles met elkaar: leven in het vlees. En alle vlees is als gras, dat verdort en verwelkt. Na Pasen net zo goed als er voor.
En dat roept toch heel wat spanningen op! We zongen wel opgewekt op Pasen: nu de Heer is opgestaan, nu vangt het nieuwe leven aan ... maar wat moeten we dan nog met dat leven in het vlees, na Pasen? Zouden we maar niet liever een toontje lager zingen?
Maar let er dan eens op, hoe Paulus zich uitlaat over dat leven in het vlees, Hij zegt n.l.: voor zover ik nu nog leef in het vlees. Je hoort Paulus daarmee eigenlijk heel dat leven in het vlees na Pasen tussen haakjes zetten en relativeren. Het is er nog wel en je moet er wel degelijk rekening mee houden, maar je moet er toch ook weer niet te zwaar aan tillen. Voor Paulus geldt veel méér, dat Christus in hem leeft, dan dat hij in het vlees leeft. Wat bevrijdend als je er zo tegenaan kunt kijken! Tegen je leven van alledag, dat je soms een lust is, maar vaak een last, waarin je maar blijft omtobben met dingen die zich niet laten oplossen ...
Je hebt je werk of je bent werkloos; je hebt je botsingen met vrouw en kinderen, en je probeert het toch weer een beetje goed te maken; je zenuwen spelen op en dan ga je maar weer een dag uit vissen om te kalmeren ... en je denkt: is dat het nu, - het leven na Pasen?
Je kind krijgt een ongeluk of je man wordt onherstelbaar ziek en je denkt: is dat het nu, - het leven na Pasen? Het kan ook anders: alles loopt mee en je stijgt op de maatschappelijke ladder, je hebt geen krimp en kan je alles veroorloven ... maar je denkt: is dat het nu, - het leven na Pasen?
Nu ja, mag het alsjeblieft? Jawel, het mag allemaal gehaald worden en het moet soms alles geleden worden, als je maar met Paulus kunt zeggen: voor zover ik nu nog in het vlees leef... en alle vlees is als gras! "Voor zover" ... "nu nog" ... dan heb je 't tussen haakjes gezet. Dan ligt daar het zwaartepunt niet meer in. Dan is dat je eigenlijke leven niet. Je eigenlijke leven is: niet meer ik, maar Christus leeft in mij! Dát is leven na Pasen! En voor zover ik nu nog in het vlees leef, zegt Paulus, leef ik door het gelóóf. In de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft overgegeven. We kunnen alleen zonder al te veel schade en schande in het vlees leven, als we in het gelóóf leven.
Ontelbaar velen leven in het vlees zonder te geloven. Aan de buitenkant gezien ziet hun leven er net zo uit als dat van ons. Maar dit is het verschil: dat wij van dit leven in het vlees zeggen: voor zover ... en: nu nog ... M.a.w. wij zien in geloof ergens naar uit: het leven uit de Geest!
Och, we zijn niet beter of slechter dan die anderen, voor wie het leven in het vlees alles is en als het uit is is álles uit. Maar dit is voor het geloof het grote verschil: Gods Zoon heeft ons liefgehad en zijn leven voor ons gegeven. Wat stelt ons leven al met al voor als het alleen maar is dat leven in het vlees..
Maar daar komt Gods Zoon en Hij trekt dat leven van ons in het stralende licht van zijn liefde! Hij heeft zijn schouders gezet onder ons leven in het vlees; alle last en lust, alle kruis en schuld daarvan nam Hij op zich. Hij is er mee in de dood gegaan en uit de dood weer opgeklommen.
Door het geloof in Hem kan ik het leven in het vlees uithouden; het krijgt me er niet meer onder en het maakt me ook niet meer overmoedig. Je gaat door dit geloof in Christus, die voor je leeft en die in je leeft, niet te gronde aan de spanningen van dit leven in het vlees, want dit leven mag na en door Pasen een ontspannen zaak worden.
o zeker: er is wel strijd - maar groter is de overwinning van Christus!
En er is wel dood, maar heerlijk is het leven van Christus!
En er is wel zonde, maar overvloediger is de genade!
En er is veel donkerheid, maar de dageraad van de Verrijzenis is niet meer weg te denken.
Want Jezus leeft en wij met Hem! Zij het nu nog in het vlees. Maar in geloof, dat Christus leeft in mij.