We maken de balans over 1981 op
1981-12-18
Aan het einde van het jaar pleegt men in het bedrijfsleven de balans op te maken. Het valt te vrezen, dat de balans 1981 bij veel bedrijven geen gunstig beeld zal geven.- Jaargang 25
- nummer 46
Hoe zal de balans eruit zien, wanneer wij nu de politieke gebeurtenissen van het afgelopen jaar nagaan? Kan onze conclusie zijn, dat 1981 een goed jaar was, of moeten we tot de trieste conclusie komen, dat het jaar 1981 zeer teleurstellend was?
Uiteraard kunnen we hierbij slechts een greep doen uit de lawine van gebeurtenissen. Trouwens, hoe belangrijk een bepaalde politieke gebeurtenis is, kan men vaak pas na jaren vaststellen. Veel zaken, die ons nu belangrijk toeschijnen, blijken over enkele jaren slechts van voorbijgaande betekenis geweest te zijn.
Een gewelddadig jaar
Het jaar 1981 was een jaar waarin veel geweld gepleegd werd. In tal van landen kwamen ongeregeldheden voor, werden acties, vaak zelfs terreuracties gevoerd en werden regelmatig politieke moorden gepleegd.
Italië was al jaren onrustig en werd ook dit jaar geteisterd door aanslagen van de Rode Brigades. Niet minder erg is de corruptie die tot in hoge politieke kringen is doorgedrongen. Gaat het te ver om te veronderstellen, dat tussen beide verband bestaat?
Spanje werd op 23 februari opgeschrikt door een coupe van conservatieve Franco-gezinden. Gelukkig mislukte deze staatsgreep mede door het resolute optreden van de koning. Het blijft verder ook onrustig door het optreden van de Baskische afscheidingsbeweging ETA De grote demonstratie van Franco-gezinden, die onlangs plaats vond, laat zien dat de democratie in Spanje, zelfs onder leiding van een verstandig vorst als Juan Carlos, nog een broze zaak is. In Engeland braken enige malen onlusten uit. Oorzaak was vooral de omvangrijke jeugdwerkloosheid, die aan veel jongeren elke verwachting voor de toekomst ontneemt, het racisme en de rassendiscriminatie. Het is voor velen de vraag, of het resolute, maar harde financiële beleid van mevr. Thatcher in staat zal zijn tijdig de nodige verbetering te brengen.
In Ierland is de toestand nog steeds zeer ernstig. Na een afschuwelijke hongerstaking gaan de moordaanslagen weer regelmatig door. Het gevolg is, dat de aanhang van extreme figuren als ds. Paisley toeneemt.
Zelfs in een zo rustig land als Zwitserland is onrust onder de jongeren te bespeuren. Zo werd Zurich enige malen geteisterd door wanordelijkheden van protesterende jongeren.
In dit jaar van geweld werden drie aanslagen gepleegd op vooraanstaande leiders.
Op 30 maart werd getracht president Reagan, nog maar kort in functie, te vermoorden. Gelukkig was Reagan weer snel hersteld. Op 13 mei was Johannes Paulus 11 het slachtoffer. Zijn herstel gaat helaas langzaam.
Op 6 oktober werd president Sadat van Egypte vermoord. Uitgerekend het staatshoofd, dat blijk gegeven had ernstig de vrede na te streven.
Een moedig man, die naar de mens gesproken onmisbaar was voor de vrede in het Midden Oosten.
Een spannend jaar
In dit jaar van veel spanningen werd een aantal mensen van een bijna ondragelijke spanning verlost. Het waren de 52 Amerikanen, die als gijzelaars in Iran al sinds maart 1980 vast zaten. Op 21 januari 1981 werden ze vrijgelaten.
In Iran zijn de spanningen helaas gebleven. Een meedogenloos regiem stelt regelmatig politieke tegenstanders terecht. Zelfs president Bani-Sadr moest de vlucht nemen. Intussen wordt met het buurland Irak oorlog gevoerd.
Het gehele jaar hield de ontwikkeling in Polen ons in spanning. Ondanks de dreiging van een militair ingrijpen van de kant van Rusland, slaagt de Solidariteitsbeweging onder Walesa erin steeds meer invloed te krijgen.
Zal Polen er in slagen de sociaal economische crisis zelf op te lossen? *) Op de achtergrond staat daarbij steeds de vraag wat Rusland doen zal.
Zal men, als de strijd in Afghanistan beslecht is, Polen invallen? Voor het Westen behoeft men niet bang te zijn, want één ding is zeker. Het adagium van het Westen blijft: liever de Polen rood, dan wij dood.
Wij voelen ons al braaf, als we voedselpakketten sturen.
Een onzekere factor in de buitenlandse politiek blijft de Sovjet Unie.
Wanneer een polemoloog als prol. Tromp zegt, dat hij Brezjnew gelooft als deze over vrede praat, getuigt dat van een verontrustende naïeviteit.
Prof. Tromp is deze mening toegedaan, omdat in de laatste wereldoorlog 22 miljoen Russen gesneuveld zijn.
De geschiedenis leert ons echter wat anders. Indertijd heeft Hitler verklaard, dat Duitsland vrede wilde. Immers het Duitse volk had zoveel geleden in de 1e wereldoorlog. Naïevelingen als Charberlain schenen het nog te geloven ook. Enkele jaren later ontketende Hitler de 2e wereldoorlog, daarbij toegejuicht door een groot deel van het Duitse volk.
Daar komt nog bij, dat Rusland steeds het gevoel heeft door het Westen bedreigd te worden. Op historische gronden is die vrees niet helemaal onbegrijpelijk.
Een ongunstige factor is tenslotte, dat het Rusland economisch slecht gaat.
Dit land mag militair dan wel een sterke natie zijn, in andere opzichten met name op economisch gebied, staat het helemaal niet in de voorste rij.
Ik stel niet, dat Brezjnew persé oorlog wil, maar het is gevaarlijk om aan te nemen, dat hij deze niet wil.
Een goede zaak is, dat thans in Geneve de onderhandelingen over de middellange-afstandsraketten begonnen zijn. Het is begonnen met het zgn. dubbelbesluit van de NAVO in december 1979. In antwoord op de dreiging van de Russische SS-raketten werd besloten nieuwe Amerikaanse raketten in Europa te plaatsen en tevens om besprekingen te openen met de Sovjet Unie over de beperking van kernwapens in Europa. Belangrijk was de reactie, die op het laatste communistische congres van 23 februari 1981 kwam van de kant van de 74-jarige, een pacemaker dragende, partijleider Brezjnew. In zijn 4112 uur durende rede deelde hij mede, dat Rusland bereid was de plaatsing van dè Russische SS-raketten stop te zetten in ruil voor de belofte van de NAVO haar plannen om de eigen nucleaire bewapening op te voeren, te laten vallen.
De kernwapendiscussies zijn nu uitgemond in de besprekingen te Genève.
Het is zeer te hopen, dat de onderhandelingen tot succes leiden, opdat het onderlinge (begrijpelijke) wantrouwen vermindert en daarmee de oorlogsdreiging vermindert. Alleen succesvolle onderhandelingen kunnen ertoe leiden. Anders blijft de toestand, met of zonder atoombommen, gevaarlijk.
Tenslotte zijn atoombommen niet gevaarlijk, maar de mensen, die de beschikking over atoombommen hebben.
Een angstig jaar
1981 moet ook het jaar van de angst genoemd worden.
Daar is angst voor de toename van de werkloosheid. De werkloze is bevreesd, dat hij helemaal niet meer aan het werk komt. Het is een vreselijke zaak, als je het gevoel krijgt uitgerangeerd te zijn. En wie nog werk heeft, is bang ontslagen te worden.
Angst is er ook en terecht over de verslechterde situatie van het milieu.
Denk alleen maar aan de plaatsen, waar de bodem door gifstortingen is verontreinigd. Het lijkt er wel op, alsof we bezig zijn de aarde op korte termijn in een woestijn te veranderen.
Angst is er ook voor het toenemen van de gewelddadigheid. Politie en justitie blijken steeds minder in staat de veiligheid van de burgers te verzorgen. \ Angst is er wegens het toenemen van de oorlogsdreigingen. De situatie in het Nabije Oosten alleen al is voldoende om te laten zien, dat we op een vulkaan leven.
De vredesmarsen, die in veel steden gehouden worden, logen er niet om.
Wij zijn doodsbenauwd.
Een falende democratie
Intussen wordt het steeds duidelijker, dat de democratie in deze geweldadige, spannende, ja angstige situatie keer op keer faalt.
Voor enkele weken schreef ik over het niet zo verheffende verloop van de kabinetsformatie. Even later, op 16 oktober, viel het kabinet door interne meningsverschillen nog voordat een regeringsverklaring was afgelegd.
Na 24 dagen gelukte het de breuk te helen.
Er kwam een accoord, waarvan prof. P. B. Boorsma niet ten onrechte zei, dat het "oude verzuurde wijn in oude zakken" was.
Prof. dr. I. A Diepenhorst constateert in Elseviers Magazine, dat de levenskracht van deze ministerbundeling gering lijkt. Ik heb er begrip voor, dat hij maar niet over kabinet spreekt.
Teleurstellend is ook de rol, die de CDA-fractie in het geheel gespeeld heeft. Het lijkt me goed iemand te citeren, die veel meer gezag heeft dan ik, nl. dr. J. Kremers, de gouverneur in Limburg, ook wel de kroonprins van het C.D.A genoemd: "Een tweede overweging is de constatering mijnerzijds dat op essentiële momenten de C.D.A.-fractie haar politieke leider onvoldoende gesteund heeft. Het blijft voor mij moeilijk te verteren dat sommigen in de C.D.A.-fractie dat normaal vinden, ja het soms zelfs als een verdienste beschouwen hun politieke voorman af te vallen. De mate waarin dat in deze periode weer gebeurd is, heeft het C.D.A. soms gemaakt tot een speelbal van externe krachten" (Christen democratische verkenningen 10/81). Terecht laat Kremers erop volgen, dat hij respect heeft voor de wijze waarop Van Agt, hoewel bemoeilijkt door eigen mensen, zich toch liet leiden door datgene wat hij in het belang van het land vond.
Ons parlement maakt het ook nog al bont. Terwijl we met de grootste economische en financiële problemen zitten, houdt men zich op Haags niveau vaak bezig met details, ja soms zelfs onbenulligheden.
Een voorbeeld van het laatste is, dat men zich druk maakt over een ongelukkig artikel, dat minister Van Dijk bijna 25 jaar geleden schreef en nu ook teruggenomen heeft. Het zal wat worden, als nu het C.D.A. van haar kant op de proppen komt met wat Den Uyl en v. d. Louw in hun jonge jaren geschreven en gezegd hebben.
Bedenkelijk is ook, dat de politieke macht steeds meer schuift in de richting van partijleidingen, waarbij de ambtenaren een zeer vooraanstaande rol spelen. Op lager politiek niveau is het vaak niet beter.
Is het een wonder, dat de volksvertegenwoordigers steeds minder vertrouwen genieten?
Het wantrouwen openbaarde zich al bij het optreden van actiegroepen.
Dat waren niet maar lastposten. Meestal zijn het oprecht verontruste burgers, die het vertrouwen in hun volksvertegenwoordigers verloren hebben. De daarna ingevoerde inspraakprocedures hebben de zaken wel ingewikkelder gemaakt, maar niet geleid tot herstel. van het geschokte vertrouwen.
Dit jaar waren het vooral de demonstraties, die getuigden van weinig vertrouwen in de democratie. Het meest in het oog vallend was de massale demonstratie in Amsterdam.
Men heeft geen vertrouwen meer, terecht of ten onrechte, in zelf gekozen volksvertegenwoordigers. Typerend was, dat dat men de fractievoorzitter van de P.v.d.A., Meijer, niet eens aan het woord liet komen.
In Duitsland waren er tussen de Ie en 2e wereldoorlog ook veel demonstraties.
Duitsland zat in grote economische en financiële moeilijkheden en het miljoenenleger werklozen groeide dagelijks. De jeugdige republiek van Weimar bleek onmachtig iets te doen. Er kwamen geweldige demonstraties ten gunste van Hitler. Het waren voor een groot deel mensen, die door zorg en angst gedreven waren. In de omarming van de nationaal socialisten werden het fanatiekelingen. De depressie en het democratisch onvermogen hebben Duitsland mede rijp gemaakt voor het nationaal socialisme.
Deze symptomen, dat men geen vertrouwen meer heeft in ons parlementair systeem, zijn wel begrijpelijk, maar ook zeer verontrustend.
Een aanwijzing, dat er aan ons democratisch bestel wat hapert, is de roep om de mogelijkheid van een referendum, zoals in Zwitserland al meer dan 1000 jaar gebruikelijk is.
Minister Van Thijn heeft nu aangekondigd, dat er een staatscommissie zal komen om dit te onderzoeken.
In het Friesch Dagblad werd opgemerkt, dat een referendum niet past in ons staatkundig bestel. Wij hebben immers een representatieve democratie.
Kamerleden vertegenwoordigen het volk en een referendum maakt daar inbreuk op. Het Friesch Dagblad heeft daarin gelijk, maar het is ook waar, dat de parlementaire democratie op essentiële punten vaak niet in staat blijkt goed te reageren. Men denke slechts aan vraagstukken als de abortuskwestie, de krakersproblematiek en de illegale gastarbeiders. Nu het parlement steeds meer onmachtig blijkt en steeds minder vertrouwen geniet, rijst toch de vraag of ons democratisch bestel niet nodig verbeterd moet worden. Daar is haast bij.
Gewogen en te licht bevonden
Het bovenstaande kan de indruk wekken, dat ik me ook aan een soort doemdenken schuldig maak, dat steeds meer gebruikelijk wordt nu we het jaar 2000 zien naderen.
Daarom moet eraan toegevoegd worden, dat bij het opmaken van de balans de passieve posten wat overbelicht zijn.
We mogen niet vergeten, dat we sinds 1945 in Europa in vrede leven.
De een zegt: dank zij de atoombom. De ander: ondanks de atoombewapening.
Tot nu toe hebben de militaire grootmachten op voorzichtige wijze geopereerd en hun verantwoordelijkheid ingezien.
In elk geval mogen we aan het eind van dit jaar de Here danken, dat Hij ons weer vrede heeft gegeven.
Daar zijn zorgen over ons democratisch bestel, maar gelukkig zijn de krachten die naar de totalitaire staat streven, nog klein.
Gewelddadigheden worden ook ons niet bespaard, maar in vergelijking met veel andere landen is ons leven nog rustig. Wij mogen er nog voor danken, dat we een stil en gerust leven mogen leiden.
Daar zijn economische en financiële zorgen, maar ons land behoort in financieel opzicht nog altijd tot de rijkste landen op de wereld.
We hebben een Vorstin, die in het begin van haar regeringsperiode duidelijk heeft laten zien, dat ze zich haar verantwoordelijkheid ten volle bewust is en haar taak aan kan.
Ondanks alle sombere perspectieven mogen en moeten wij ons inzetten voor een betere toekomst.
Toen Bonhoeffer in de gevangenis zat, schreef hij het volgende: "Er zijn mensen die het lichtzinnig vinden en christenen die het onvroom vinden, te hopen op een betere toekomst en zich daarop voor te bereiden.
Zij geloven dat chaos, wanorde en catastrofes typerend zijn voor deze tijd en onttrekken zich door passieve berusting of vrome wereldvlucht aan de verantwoordelijkheid voor de komende generaties een toekomst te bouwen.
Misschien breekt morgen de jongste dag aan; dan zullen we graag het werk voor een betere toekomst neerleggen - maar eerder niet".
Een ongunstige balans over het jaar 1981?
Wanneer wij niet slechts naar de passiva zien, maar ook de activa in het oog houden, mogen we met dankbaarheid van 1981 afscheid nemen en met goede moed, onder de zegen des Heren 1982 binnengaan.
*) Helaas is de situatie in Polen ingrijpend gewijzigd door de militaire staatsgreep.