Om de vrijheid van de Dienst des Woords *)
1981-12-18
Te lang heeft Opbouw gewacht met het bespreken van de bundel "Onderwezen in het Koninkrijk der hemelen", een keuze uit de pers arbeid van wijlen ds Gerrit Visee.- Jaargang 25
- nummer 46
Te lang, omdat Opbouw veel te danken heeft aan ds Visee en ook omdat deze bundel voor het grootste deel bestaat uit artikelen die eerder in Opbouw gepubliceerd zijn. Met uitzondering van het eerste en het laatste.
Het eerste werd gepubliceerd in De Reformatie, toen dat nog niet de dwaasheid had begaan mensen als Visee te weren. Het laatste werd gepubliceerd in Bijbel en Wetenschap.
De artikelen lopen over de periode van 1953 tot 1976.
Bijna al deze artikelen had ik eerder gelezen. Nu, na herlezing is de eerste indruk, die zich dwingend aandient deze, dat Visee vóór alles was een dienaar van het Woord van onze Heer, die heel overgegeven heeft willen luisteren naar de Schriften. Veel van de artikelen handelen dan ook over de Bijbel en over de vraag hoe wij de Bijbel dienen te lezen.
Hij heeft willen luisteren.
Hij heeft willen horen.
Hij heeft ook nooit iets anders willen zijn dan een dienaar des Woords.
Iemand die Visee niet gekend heeft en in deze bundel voor het eerst kennis zou nemen van zijn denken zou vrijwel zeker zeggen: deze schrijver is maar van één zaak vol: hoe lees ik de Bijbel? Enkele titels: "Over het anthropomorfe spreken Gods in de Heilige Schrift"; "Kerk en Woord"; "Het belovende spreken Gods"; "Hoe spreekt de Schrift?". En steeds kiest hij voor het absolute gezag van het spreken Gods door de mond van apostelen en profeten.
Het is eigenlijk heel bitter te moeten bedenken dat juist een man, die zo duidelijk alleen te typeren is als een dienaar van het Evangelie, die niets anders wilde zijn dan een instrument in Gods handen, tot twee maal toe moest meemaken dat een kerkgemeenschap hem, juist om dit spreken niet verdroeg. In Leerdam, waar hij stond van 1942 tot 1946, werd hij slachtoffer van het synodaal geweld in 1944/45. In Kampen waar hij later stond werd hij "buiten verband geplaatst". Die gemeenten, die hij diende en die hem kenden, juist als prediker en dienaar van het Woord, lieten hem niet in de steek. Maar het vlees dat zich van het kerkverband meester had gemaakt verzette zich tegen de Geest. Het vrome vlees moest zich van hem meester maken omdat hij zo consequent farizeïsme en judaïsme bestreed.
Maar deze bundel maakt het duidelijk: het Woord Gods is niet te binden.
Omdat hij zo veel aandacht had voor het spreken Gods tot zondaren neemt de exegese een belangrijke plaats in in deze artikelen. Tegelijk brengt dat met zich mee dat zijn werk verwonderlijk actueel is. In de huidige discussie van de Heilige Schrift zijn niet zo veel nieuwe zaken aan de orde. Daarom heeft zijn schrijven niet veel aan waarde ingeboet.
Hij heeft het veel over de Bijbel, omdat hij bevreesd was dat het Woord Gods als Evangelie aangetast werd. Want dan zijn we ons laatste houvast kwijt; het Woord van onze Koning.
Dat blijkt heel duidelijk direct in het begin van het boek als hij schrijft over het zogenaamde 'anthropomorfe' spreken van God. Een zaak die geleerd werd (en wordt) door de meeste van de gereformeerde dogmatici. Om van anderen nu maar te zwijgen. Men bedoelt daarmee te zeggen dat als God spreekt Hij dat doet op mensvormige wijze. Anders zouden wij het niet begrijpen. Visee citeert H. Bavinck die zegt: "Als God tot ons spreekt op goddelijke wijze, geen schepsel zou Hem verstaan." Alsof God op een andere manier zou kunnen spreken dan op Goddelijke wijze. En alsof nu juist niet daarin ons behoud is gelegen dat God God is en tóch tot ons spreekt.
Wellicht is het 'probleem' het duidelijkst aan wat men zegt over het ook nu nog wel veel besproken berouw Gods, of over de haat Gods. De aanhangers van dat anthropomorfe spreken menen dat er eigenlijk van berouw bij God geen sprake kan zijn. In de Korte Verklaring staat te lezen bij Genesis 6: 5,6 dat er bij God 'van berouw zelf geen sprake kan zijn'. Men zegt dit omdat men meent dat echt berouw bij God in strijd zou komen met wat de Schrift leert over de onveranderlijkheid Gods. Visee nu toont duidelijk aan dat we in deze mening te maken hebben met een wat hij noemt dogmaticaal en wijsgerig vooroordeel. Ja hij komt tot het scherpe, maar wel juiste oordeel dat heel dit probleem van paganistische (heidense) oorsprong is.
Als God toornt is dat echt. Dat is niet maar een wijze van spreken. Hoe zou het onecht kunnen zijn? De onveranderlijkheid van God in het geweer brengen tegen de toorn van God is een bewijs dat men meer een rationeel begrip heeft van de onveranderlijkheid dan een Bijbels. Als in de Schrift staat dat God onveranderlijk is, dan is dat niet een poging ons het verborgene in God te openbaren, maar dan is dat verkondiging van het Evangelie.
Dit: dat we op God aankunnen. Dat we met Hem niet bedrogen uitkomen.
Elke poging om door te dringen in hoe het bij God of in God "eigenlijk" is, los van Zijn spreken tot ons, typeert Visee terecht als hybris. We hebben in ons denken eq spreken over God de gestelde grenzen niet te overschrijden.
Dan tasten we de souvereiniteit des HEREN aan. En we moeten niet wijsgerig of 'dogmaticaal' het goede Woord Gods krachteloos maken. Als Karl Barth in zijn grote dogmatiek over het rusten Gods na de schepping spreekt dan keert ook hij zich tegen het anthropomorfisme als een concessie aan het moderne religieuze bewustzijn.
We hebben geen dode God, maar een levende, die spreekt. Die echt spreekt tot mensen, tot zondaren. Die echt vol liefde is. Die echt toornt. Die echt de zonde haat. Als we Hem in de weg van Zijn echte gerichten niet willen ontmoeten vinden we Hem niet. De dissertatie van Wiersinga over de verzoening verscheen in 1971. Visee had het antwoord al gegeven in 1953, toen hij schreef dat David in zijn denken niet zo'n moeite had met de gedachte van de toorn Gods, maar dat hij die toorn vreesde, nadat de profeet Nathan tot hem gekomen was. Psalm 51.
Wat hij in 1953 schreef is Visee trouw gebleven. De samenstellers van deze bundel hebben als titel gekozen: "Onderwezen in het Koninkrijk der hemelen".
Dat is uit Mattheüs 13 : 52 naar de Staten Vertaling. Een treffend goed gekozen titel. Visee was niet tegen geleerdheid. Hij was zelf een geleerde.
Hij had ook geen domme afkeer van dogmatiek en theologie. Hij was er goed in. Hij was er een groot kenner van. Maar hij was inderdaad een schriftgeleerde. De Here Jezus, die in Mattheüs 13 kennelijk iets zegt tegen het Farizeïsme zegt ons dat geleerd te zijn in de Schriften een goede zaak is, als die geleerdheid maar het koninkrijk Gods op het 'oog heeft en zich schikt naar de regel van het Koninkrijk. In het koninkrijk der hemelen is het wezen dat we ons laten helpen door de genade Gods in Jezus Christus, Die kwam niet om gediend te worden maar om te dienen. In het koninkrijk ben je bevrijd van de waan en van de waanzin te denken dat je door wetswerken behouden kunt worden en moet worden. In het koninkrijk valt dat als een zware last van je af. Mattheüs 11 : 28-30. Men wordt in de vrijheid gesteld. Zo en dan heb je de sleutel tot het verstaan van de Heilige Schrift. Lucas 11 : 52 en 24 : 25-27. Als je die sleutel eenmaal gevonden hebt, dan laat je geen zelfstandige dogmatiek of filosofie heersen over de H. Schrift, maar dan poog je in een voortdurend strijden om in te gaan daaraan steeds weer te ontkomen. Zo de Bijbel te lezen en zo trachten de Bijbel te prediken heeft tot gevolg dat er ook steeds nieuwe dingen worden gevonden en gezegd.
Het is opvallend dat de Here Jezus in Mattheüs 13 : 52 eerst de nieuwe dingen noemt. Dan pas de oude. Als we nooit iets nieuws horen in de prediking en in de verklaring van Gods Woord wordt het hoog tijd wakker te worden. En die nieuwe dingen ontdek je als schriftgeleerde van het koninkrijk.
De mensen schrikken dan wel eens, maar dat is heilzaam. Zo kon Visee over de sabbat schrijven, zoals hij deed. Hij wist en geloofde dat Jezus Christus, heel de wet vervuld heeft en, poogde dat door te denken in de consequenties. Omdat Jezus heel de wet vervuld heeft, wist hij dat het verschil tussen Israël en de kerk van het nieuwe verbond niet bestaat in het opschuiven van de rustdag van de zevende dag naar de eerste. Het verschil is: Israël maar één dag. Wij zeven dagen leven in de rust en uit de rust.
Hij zag goed dat het zondags-sabbatisme, zoals hij dat noemde altijd samen hangt met het leven uit de wet. Als hij daarover schrijft dan blijkt niet alleen zijn diep inzicht in het gevaar van farizeïsme en judaïsme, maar dan weet hij ook dat Datheen het woord sabbat in de vertaling van de Heiderberger in het nederlands heeft ingesmokkeld. Hij kenden de zaken waarover hij schreef. Hij kende ook de kerkgeschiedenis. En niet alleen die van Nederland. Omdat hij zo wel eens 'nieuwe dingen' zei maakte het conservatisme, dat eigen is aan wetticisme en farizeïsme zich vaak tegen hem op. Schilder had dat al gezien in zijn jonge jaren dat het farizeïsme nooit bereid is om ook eens boeldag te houden. En Visee heeft het ondervonden.
Maar de vrijheid die we in Christus hebben wilde Visee ook verdedigen als hem dat bestrijding kostte. Want hij wist: alles wat de mensen zeggen en gezegd hebben over de Bijbel is te toetsen, bespreekbaar en in twijfel te trekken. Alleen de Bijbel zelf niet. In alles wat mensen zeggen is interpretatie aanwezig, maar niet in de Bijbel zelf. Zo verzette hij zich tegen alle dwang ook op exegetisch gebied dat niet de dwang was van de Geest. De vrijheid van het koninkrijk maakte het hem mogelijk over alk zaken na de denken.
De vrijheid die we in Christus hebben en waarin we moeten staan als gelovigen en als gemeente, ook in de Dienst des Woords wordt van vele kanten bedreigd en aangevallen. Vlees en wereld keren zich tegen die vrijheid.
Visee nam deel aan het onderzoek naar vele gevestigde opinies. Hij schreef over de vraag van de kindercommunie, hij nam deel aan het debat over het eeuwige leven en over meer toen en nu omstreden zaken. Maar hij deed het altijd verlangend naar de Schrift te luisteren. Hij wilde niet weten van de dwang van de traditie. Maar het samen met al de heiligen uit Efeziërs 3 vergat hij nooit. Hij was ook geen zeloot. En alle sectarisme was hem vreemd. Voluit kerkelijk denkend was hij bezig. Als hij bijv. in die zaak van de kindercommunie, waarbij hij m.i. toen en nu weer, het onderscheid tussen Doop en Avondmaal niet voldoende in rekening bracht, een afwijkend standpunt inneemt van het heersende, wekt hij tegelijk op om toch vooral niet ongeregeld te handelen. Hij stelde het aan de orde, weer met alle ernst luisterend naar de Schriften en waarschuwend voor individualisme.
Want hij was een kerkelijk man. Verknocht aan het gereformeerde leven. Hij wist nog de betekenis van het Woord. Van weinig had hij zo veel afkeer als van sektarisme. Hij wilde zich hoeden voor dopers denken, voor remonstrants denken, voor piëtisme en methodisme. Hij wist dat al deze stromingen in het gereformeerde leven een rol speelden en het klassiek gereformeerde denken vaak heeft bedorven. De grondtoon van ons volkskarakter is dopers. Visee wist en geeft er getuigenis van in deze bundel dat wetticisme, piëtisme en methodisme doorwerkten in het christelijk denken en leven.
Zijn artikel 'De eenheid des Geestes behouden door de band des vredes' uit het jaar 1965 is ook nu nog volkomen actueel. Het is een wonderschone Bijbelstudie waarin hij toont een diep inzicht te hebben in de betekenis van de dertiende apostel Paulus met zijn evangelie. Hij vermeldt dan het sectarisme van de zevende dag-adventisten met hun gezondheidswetten en zegt dan: "Zo doen Gereformeerden die, in plaats van te blijven in de een heid des Geestes onder het evangelie door het geloof, weer eisen die God niet stelt en voorwaarden voor de kerkgemeenschap die de Schrift niet kent. Dát brengt onvrede, twist, tweedracht, verscheuring". Hij zag het onweer broeien. Men heeft naar hem niet geluisterd. Maar ook nu blijft zijn woord actueel tegenover de verdeeldheid van het gereformeerde leven en tegenover het veld winnende individualisme.
Zelfs een Visee is het niet altijd gelukt zich geheel te onttrekken aan de subtiële onvrijheid der gemoederen die er in de Vrijgemaakte kerken heerste in die jaren, waarin deze artikelen uit deze bundel zijn verschenen.
Als hij spreekt over de verhouding van Kerk en Woord dan is heel duidelijk dat hij worstelt met de onjuiste plaats die het denken over "de kerk" in die jaren innam in de Vrijgemaakte kerken. In die artikelen onder deze titel staan weer zeer schone zaken. Vooral ook nu nog steeds actueel als men het heeft tegenwoordig over het spreken van de kerk. Maar hij wist "niet de tijd moet de prediking, maar de prediking moet de tijd bepalen".
Hoe waar. Hoe nuttig als men in christelijk nederland dit weer geloofde.
Maar als hij zegt dat de prediking niet soteriologisch versmald mag worden dan poogt hij een compromis te vinden met de toenmaals overheersende mening dat de kerk over alles had te spreken.
Want natuurlijk moet de prediking alleen maar gaan over de 'soteriologie'.
Waarover zou de prediking anders moeten gaan? 1 Korinthiërs 2. Over het kruis van Christus moet het altijd gaan. Dat is geen versmalling. Dat is de katholieke vastheid van de prediking.
Als hij zegt de Geest "vergadert de kerk door de kerk" dan is dat wel leuk om te lezen, maar het is niet waar. Je kwam in die tijd tot zulke uitspraken ter wille van de ware-kerk-drijvers. Maar de kerk wordt vergaderd door de Geest. Het is exclusief een werk van de Zoon Gods door Woord en Geest.
Natuurlijk hebben gelovigen daarin een taak, maar dat is geen taak in mindering op het werk van Jezus Christus. Als Paulus b.v. in Corinthe predikt en de gemeente ontstaat, dan is dat door zijn werk, dat de Heilige Geest gebruikt, maar "de kerk" georganiseerd en wel speelt daarin geen rol. De kerk kan nooit haar eigen product zijn. De volgorde van het werk Gods in deze is: Heilige Geest-prediking-geloof-bekering. En de kerk behoort tot het stuk van de bekering. Overal waar in het geloof de prediking wordt ontvangen en aanvaard ontstaat de gemeente.
De bedreiging van de vrijheid van de Dienst des Woords en de dienst der diakonie had hij ook in Duitsland gezien. Zijn artikel over het verzet in Duitsland door Von Bodelschwingh tegen het euthanasieprogramma van Hitler is daarvan een bewijs. En weer: hoe weet hij de geesten te onderscheiden.
Hij weet dat het opvallend was dat het verzet tegen het Nazidom daar het minste was in het protestantisme, waar het piëtisme de meeste invloed had geoefend. Daar deed men de meeste concessies.
Opvallend maar begrijpelijk voor een echt vrijgemaakte dominee is ook de sympathieke wijze waarop hij spreekt over H. F. Kohlbrügge. Hoewel niemand hem een Kohlbruggiaan zou moeten noemen. Dat was hij nièt. En hij wilde niet naar mensen genoemd worden. Want hij wilde staan in de vrijheid.
*) Onderwezen in het Koninkrijk der hemelen, keuze uit de persarbeid van ds G. Visee. Een uitgave verzorgd door de broeders C. Lentink en ds H. Brink, uitgegeven bij Copiëerinrichting Van den Berg, Broederweg 6 te Kampen. Het woord vooraf is van de hand van zijn geliefde ambtsbroeder J. O. Mulder. De prijs is f 27,50.